KC10/24-0051
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Hasselt
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
Tucht
Geen beslissing directeur
Ordemaatregel
TUCHT - ONTSLAG - TERMIJN - BEVOEGDHEID
De klachtencommissie stelt vast dat klager op zijn klachtenformulier de categorie voorlopige maatregel heeft aangekruist en de datum heeft ingevuld. Doordat de directie zich hierover niet uitsprak in haar verweer en het tuchtdossier geen beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel bevat, heeft de klachtencommissie navraag gedaan over een eventuele voorlopige maatregel. Het klachtenbureau deelde mee dat er voorafgaand aan de tuchtbeslissing geen voorlopige maatregel werd opgelegd. Bij gebreke aan een beslissing van de directeur, besluit de klachtencommissie dat deze klacht onontvankelijk is.
Gelet op zijn bekentenis tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting en de inhoud van zijn klachtenformulier, betwist klager de tuchtinbreuk voor het bezit van een gsm en bijgevolg het opleggen van een sanctie, niet. Klager meent dat hij te zwaar werd gestraft. Klager werd gesanctioneerd wegens het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken, een tuchtinbreuk van eerste categorie. De directeur heeft hiervoor een algemene effectieve tuchtsanctie van veertien ATV opgelegd. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie kan maximaal dertig dagen ATV opgelegd worden zodat de tuchtsanctie wettig was. Om deze reden is deze klacht ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.
Klager heeft een klacht ingediend tegen zijn ontslag als kapper. Op basis van de schriftelijke beslissing tot ontslag, stelt de klachtencommissie vast dat de directeur op 29.03.2024 deze beslissing nam en dat klager deze beslissing ook voor kennisname heeft ondertekend op 29.03.2024. Klager diende pas op 10.04.2024 een klacht in hierover, dus bijna twee weken nadien. De klacht werd bijgevolg laattijdig ingediend. De klachtencommissie meent dat klager in zijn klacht ook geen redenen heeft vermeld om aan te nemen dat hij de klacht zo spoedig mogelijk heeft ingediend. Deze klacht is onontvankelijk.
De klachtencommissie is enkel bevoegd om klachten te beoordelen die gericht zijn tegen beslissingen die werden genomen op basis van de Basiswet en de daaruit voortvloeiende regelgeving, d.w.z. over de interne rechtspositie van gedetineerden. De regeling inzake strafuitvoeringsmodaliteiten, waaronder uitgaansvergunningen, is daarentegen te vinden in de Wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf. Deze klacht van klager valt bijgevolg buiten de bevoegdheid van de klachtencommissie. Deze klacht is onontvankelijk.
De klachtencommissie stelt vast dat klager op zijn klachtenformulier de categorie voorlopige maatregel heeft aangekruist en de datum heeft ingevuld. Doordat de directie zich hierover niet uitsprak in haar verweer en het tuchtdossier geen beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel bevat, heeft de klachtencommissie navraag gedaan over een eventuele voorlopige maatregel. Het klachtenbureau deelde mee dat er voorafgaand aan de tuchtbeslissing geen voorlopige maatregel werd opgelegd. Bij gebreke aan een beslissing van de directeur, besluit de klachtencommissie dat deze klacht onontvankelijk is.
Gelet op zijn bekentenis tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting en de inhoud van zijn klachtenformulier, betwist klager de tuchtinbreuk voor het bezit van een gsm en bijgevolg het opleggen van een sanctie, niet. Klager meent dat hij te zwaar werd gestraft. Klager werd gesanctioneerd wegens het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken, een tuchtinbreuk van eerste categorie. De directeur heeft hiervoor een algemene effectieve tuchtsanctie van veertien ATV opgelegd. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie kan maximaal dertig dagen ATV opgelegd worden zodat de tuchtsanctie wettig was. Om deze reden is deze klacht ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.
Klager heeft een klacht ingediend tegen zijn ontslag als kapper. Op basis van de schriftelijke beslissing tot ontslag, stelt de klachtencommissie vast dat de directeur op 29.03.2024 deze beslissing nam en dat klager deze beslissing ook voor kennisname heeft ondertekend op 29.03.2024. Klager diende pas op 10.04.2024 een klacht in hierover, dus bijna twee weken nadien. De klacht werd bijgevolg laattijdig ingediend. De klachtencommissie meent dat klager in zijn klacht ook geen redenen heeft vermeld om aan te nemen dat hij de klacht zo spoedig mogelijk heeft ingediend. Deze klacht is onontvankelijk.
De klachtencommissie is enkel bevoegd om klachten te beoordelen die gericht zijn tegen beslissingen die werden genomen op basis van de Basiswet en de daaruit voortvloeiende regelgeving, d.w.z. over de interne rechtspositie van gedetineerden. De regeling inzake strafuitvoeringsmodaliteiten, waaronder uitgaansvergunningen, is daarentegen te vinden in de Wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf. Deze klacht van klager valt bijgevolg buiten de bevoegdheid van de klachtencommissie. Deze klacht is onontvankelijk.