KC10/24-0053
Gegrond
KC - Hasselt
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
ARBEID - ONTSLAG
Op grond van het verweer van de directie en de schriftelijke ontslagbeslissing, meent de klachtencommissie dat klager is ontslagen omdat de directie hem niet langer geschikt achtte voor de arbeidspost, nl. medewerker in de keuken. De ontslagbeslissing dient in dat geval enkel bij schriftelijke ordemaatregel te gebeuren wanneer de gedetineerde hierom vraagt, met vermelding van de reden. De dienstnota verplicht de directeur niet om de gedetineerde voorafgaand aan zijn beslissing te horen. De gedetineerde kan ander werk krijgen zodra ander passend werk voorhanden is, zonder achteraan op de wachtlijst te komen.
Uit de schriftelijke ontslagbeslissing blijkt dat de attitude van klager de reden is voor het ontslag. Er is sprake van arrogant en dominant gedrag, het geven van bevelen aan personeel en zelf beslissingen nemen in plaats van aanwijzingen te volgen. Deze reden is geobjectiveerd aan de hand van meldingen in de tewerkstellingsfiche van klager en een RAD. Klager werkt in de keuken. In de tewerkstellingsfiche werden sinds zijn aanwerving drie meldingen genoteerd. Uit de meldingen blijkt dat klager zelf wil beslissen welke taak hij uitvoert in de keuken, dat hij moeilijk kan aanvaarden om opdrachten te krijgen en dat hij ze liever zelf geeft. Tenslotte zou klager ook dominant uit de hoek komen en vraagt hij aan personeel om voor hem naar bepaalde diensten te bellen. Uiteindelijk werd een officieel RAD opgemaakt met de vraag om klager te ontslaan. De klachtencommissie meent dat de directie op basis van de verschillende meldingen in redelijkheid en billijkheid en conform de dienstnota van 18.06.2015 tot het ontslag van klager kon besluiten.
De klachtencommissie merkt weliswaar op dat in strijd met de dienstnota van 18.06.2023, nergens in de bestreden beslissing vermeld staat dat klager niet achteraan de wachtlijst werd geplaatst. Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie zegt dat haar uitspraak in de plaats treedt en bepaalt dat klager conform de dienstnota van 18.06.2015 ander werk kan krijgen zodra een ander passend werk voorhanden is, zonder achteraan op de wachtlijst te komen. Voor het overige blijft de ontslagbeslissing bestaan.
Op grond van het verweer van de directie en de schriftelijke ontslagbeslissing, meent de klachtencommissie dat klager is ontslagen omdat de directie hem niet langer geschikt achtte voor de arbeidspost, nl. medewerker in de keuken. De ontslagbeslissing dient in dat geval enkel bij schriftelijke ordemaatregel te gebeuren wanneer de gedetineerde hierom vraagt, met vermelding van de reden. De dienstnota verplicht de directeur niet om de gedetineerde voorafgaand aan zijn beslissing te horen. De gedetineerde kan ander werk krijgen zodra ander passend werk voorhanden is, zonder achteraan op de wachtlijst te komen.
Uit de schriftelijke ontslagbeslissing blijkt dat de attitude van klager de reden is voor het ontslag. Er is sprake van arrogant en dominant gedrag, het geven van bevelen aan personeel en zelf beslissingen nemen in plaats van aanwijzingen te volgen. Deze reden is geobjectiveerd aan de hand van meldingen in de tewerkstellingsfiche van klager en een RAD. Klager werkt in de keuken. In de tewerkstellingsfiche werden sinds zijn aanwerving drie meldingen genoteerd. Uit de meldingen blijkt dat klager zelf wil beslissen welke taak hij uitvoert in de keuken, dat hij moeilijk kan aanvaarden om opdrachten te krijgen en dat hij ze liever zelf geeft. Tenslotte zou klager ook dominant uit de hoek komen en vraagt hij aan personeel om voor hem naar bepaalde diensten te bellen. Uiteindelijk werd een officieel RAD opgemaakt met de vraag om klager te ontslaan. De klachtencommissie meent dat de directie op basis van de verschillende meldingen in redelijkheid en billijkheid en conform de dienstnota van 18.06.2015 tot het ontslag van klager kon besluiten.
De klachtencommissie merkt weliswaar op dat in strijd met de dienstnota van 18.06.2023, nergens in de bestreden beslissing vermeld staat dat klager niet achteraan de wachtlijst werd geplaatst. Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie zegt dat haar uitspraak in de plaats treedt en bepaalt dat klager conform de dienstnota van 18.06.2015 ander werk kan krijgen zodra een ander passend werk voorhanden is, zonder achteraan op de wachtlijst te komen. Voor het overige blijft de ontslagbeslissing bestaan.