KC10/24-0083
Ongegrond
Gegrond
KC - Hasselt
Klachtencommissie
Tucht
Ordemaatregel
ORDEMAATREGEL - BEZOEK - ONTSLAG - TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES
Er werd een rapport aan de directeur (RAD) opgemaakt omdat de ouders van klager, voorafgaand aan het bezoek aan hun zoon, in het bezit werden gevonden van verdachte substanties (vloeistof in een zakje en pillen). Hierop heeft de directie de opdracht gegeven om klager te onderwerpen aan een naaktfouille na afloop van het bezoek van zijn ouders. Volgens het tweede RAD werd tijdens deze fouille niets gevonden maar het personeel stelde wel vast dat klager twee onderbroeken, aan elkaar genaaid, aan had. Er waren verschillende vakken voorzien in de onderbroek. Volgens klager was dit omwille van zijn medisch probleem. De directie besloot om een tuchtprocedure op te starten.
Twee dagen later werd een ordemaatregel opgelegd waardoor het bezoek tussen klager en zijn ouders gedurende drie maanden achter glas dient plaats te vinden. De klachtencommissie heeft kennisgenomen van de uitgebreide schriftelijke ordemaatregel waarin de vaststellingen uit de RAD’s werden overgenomen. Uit de motivering blijkt dat de politie de gevonden substanties heeft onderzocht en dat het ging om alcohol, gesneden fruit, hamburgers, tiktaks en een witte pil. Collectieve Brief nr. 113, zoals overgenomen in het huishoudelijk reglement van de gevangenis van Hasselt, bepaalt dat er geen voorwerpen kunnen worden binnengebracht via bezoek, behalve voorwerpen uit een limitatieve lijst. De voorwerpen die de ouders van klager bij zich hadden, vallen daar echter niet onder. De klachtencommissie meent bovendien dat de omstandigheid dat klager twee aan elkaar genaaide onderbroeken voorzien van vakken, droeg tijdens het bezoek, een reden was om aan te nemen dat klager wel degelijk goed voorbereid was en dat er via het bezoek opnieuw zou worden gesmokkeld.
De klachtencommissie besluit dat de ordemaatregel werd opgelegd conform de voorwaarden uit de Basiswet en Collectieve Brief nr. 107. De beslissing is alvast wettig. Bovendien meent de klachtencommissie dat de ordemaatregel en de duurtijd ervan, niet onredelijk of onbillijk is. De ordemaatregel is een effectieve manier om smokkel via bezoek te verhinderen maar laat anderzijds wel toe dat klager nog steeds zijn ouders kan zien. De klacht tegen de ordemaatregel tot glasbezoek is ongegrond.
Vervolgens werd beslist om klager te ontslaan. Op grond van het verweer van de directie en de schriftelijke ontslagbeslissing, meent de klachtencommissie dat klager is ontslagen omdat de directie hem niet langer geschikt achtte voor de arbeidspost. Uit de schriftelijke ontslagbeslissing blijkt dat het ontslag van klager werd gevraagd omdat zijn job veel vrijheid met zich meebrengt waardoor hij zich in de gevangenis kan begeven met een minimum aan controle. De directie was van mening dat de vaststellingen in de RAD’s betekenden dat klager niet langer zijn vertrouwensfunctie kon behouden. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie conform de dienstnota van 18.06.2015 tot het ontslag van klager kon besluiten. De klachtencommissie merkt weliswaar op dat, in strijd met de dienstnota van 18.06.2015, nergens in de bestreden beslissing vermeld staat dat klager niet achteraan de wachtlijst werd geplaatst. Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie zegt dat haar uitspraak in de plaats treedt en bepaalt dat klager conform de dienstnota van 18.06.2015 ander werk kan krijgen zodra een ander passend werk voorhanden is, zonder achteraan op de wachtlijst te komen. Voor het overige blijft de ontslagbeslissing bestaan.
Tot slot werd klager gesanctioneerd wegens het niet-naleven van het huishoudelijk reglement, een tuchtinbreuk van tweede categorie. In eerste instantie meent de klachtencommissie dat beide rapporten duidelijk en nauwkeurig werden opgesteld. Bovendien vermelden beide RAD’s een getuige. Uit deze vaststellingen blijkt dat de ouders van klager de bezoekregeling wilden omzeilen door niet-toegelaten voorwerpen binnen te smokkelen en dat klager voorbereid was om deze goederen tijdens het bezoek in ontvangst te nemen. Vervolgens acht de klachtencommissie de verklaring van klager niet geloofwaardig aangezien het bijgevoegd medisch attest reeds dateert van 2013 waardoor niet is aangetoond dat klager nog steeds dit medisch probleem ervaart. Tenslotte meent de klachtencommissie dat het beweerde medisch probleem van klager geen onderbroek met zelfgemaakte verstopplaatsen vereist. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de poging tot het plegen van de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV. De poging tot het plegen van een tuchtrechtelijke inbreuk wordt gestraft met dezelfde straffen als de tuchtrechtelijke inbreuk zelf. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie vijftien dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de graad van voorbereiding van de smokkel. De klacht tegen de tuchtbeslissing is ongegrond.
Er werd een rapport aan de directeur (RAD) opgemaakt omdat de ouders van klager, voorafgaand aan het bezoek aan hun zoon, in het bezit werden gevonden van verdachte substanties (vloeistof in een zakje en pillen). Hierop heeft de directie de opdracht gegeven om klager te onderwerpen aan een naaktfouille na afloop van het bezoek van zijn ouders. Volgens het tweede RAD werd tijdens deze fouille niets gevonden maar het personeel stelde wel vast dat klager twee onderbroeken, aan elkaar genaaid, aan had. Er waren verschillende vakken voorzien in de onderbroek. Volgens klager was dit omwille van zijn medisch probleem. De directie besloot om een tuchtprocedure op te starten.
Twee dagen later werd een ordemaatregel opgelegd waardoor het bezoek tussen klager en zijn ouders gedurende drie maanden achter glas dient plaats te vinden. De klachtencommissie heeft kennisgenomen van de uitgebreide schriftelijke ordemaatregel waarin de vaststellingen uit de RAD’s werden overgenomen. Uit de motivering blijkt dat de politie de gevonden substanties heeft onderzocht en dat het ging om alcohol, gesneden fruit, hamburgers, tiktaks en een witte pil. Collectieve Brief nr. 113, zoals overgenomen in het huishoudelijk reglement van de gevangenis van Hasselt, bepaalt dat er geen voorwerpen kunnen worden binnengebracht via bezoek, behalve voorwerpen uit een limitatieve lijst. De voorwerpen die de ouders van klager bij zich hadden, vallen daar echter niet onder. De klachtencommissie meent bovendien dat de omstandigheid dat klager twee aan elkaar genaaide onderbroeken voorzien van vakken, droeg tijdens het bezoek, een reden was om aan te nemen dat klager wel degelijk goed voorbereid was en dat er via het bezoek opnieuw zou worden gesmokkeld.
De klachtencommissie besluit dat de ordemaatregel werd opgelegd conform de voorwaarden uit de Basiswet en Collectieve Brief nr. 107. De beslissing is alvast wettig. Bovendien meent de klachtencommissie dat de ordemaatregel en de duurtijd ervan, niet onredelijk of onbillijk is. De ordemaatregel is een effectieve manier om smokkel via bezoek te verhinderen maar laat anderzijds wel toe dat klager nog steeds zijn ouders kan zien. De klacht tegen de ordemaatregel tot glasbezoek is ongegrond.
Vervolgens werd beslist om klager te ontslaan. Op grond van het verweer van de directie en de schriftelijke ontslagbeslissing, meent de klachtencommissie dat klager is ontslagen omdat de directie hem niet langer geschikt achtte voor de arbeidspost. Uit de schriftelijke ontslagbeslissing blijkt dat het ontslag van klager werd gevraagd omdat zijn job veel vrijheid met zich meebrengt waardoor hij zich in de gevangenis kan begeven met een minimum aan controle. De directie was van mening dat de vaststellingen in de RAD’s betekenden dat klager niet langer zijn vertrouwensfunctie kon behouden. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie conform de dienstnota van 18.06.2015 tot het ontslag van klager kon besluiten. De klachtencommissie merkt weliswaar op dat, in strijd met de dienstnota van 18.06.2015, nergens in de bestreden beslissing vermeld staat dat klager niet achteraan de wachtlijst werd geplaatst. Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie zegt dat haar uitspraak in de plaats treedt en bepaalt dat klager conform de dienstnota van 18.06.2015 ander werk kan krijgen zodra een ander passend werk voorhanden is, zonder achteraan op de wachtlijst te komen. Voor het overige blijft de ontslagbeslissing bestaan.
Tot slot werd klager gesanctioneerd wegens het niet-naleven van het huishoudelijk reglement, een tuchtinbreuk van tweede categorie. In eerste instantie meent de klachtencommissie dat beide rapporten duidelijk en nauwkeurig werden opgesteld. Bovendien vermelden beide RAD’s een getuige. Uit deze vaststellingen blijkt dat de ouders van klager de bezoekregeling wilden omzeilen door niet-toegelaten voorwerpen binnen te smokkelen en dat klager voorbereid was om deze goederen tijdens het bezoek in ontvangst te nemen. Vervolgens acht de klachtencommissie de verklaring van klager niet geloofwaardig aangezien het bijgevoegd medisch attest reeds dateert van 2013 waardoor niet is aangetoond dat klager nog steeds dit medisch probleem ervaart. Tenslotte meent de klachtencommissie dat het beweerde medisch probleem van klager geen onderbroek met zelfgemaakte verstopplaatsen vereist. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de poging tot het plegen van de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV. De poging tot het plegen van een tuchtrechtelijke inbreuk wordt gestraft met dezelfde straffen als de tuchtrechtelijke inbreuk zelf. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie vijftien dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de graad van voorbereiding van de smokkel. De klacht tegen de tuchtbeslissing is ongegrond.