Ga verder naar de inhoud

KC10/24-0094

Ongegrond KC - Hasselt Klachtencommissie Ordemaatregel
ORDEMAATREGEL - BEZOEK - VERBODEN SUBSTANTIES

De directeur besliste om de bezoektoelating tussen klager en zijn vriendin te beperken tot glasbezoek en dit gedurende vijf maanden. De klachtencommissie heeft kennisgenomen van de schriftelijke ordemaatregel. De klachtencommissie stelt vast dat de ordemaatregel werd opgelegd ingevolge een rapport aan de directeur (RAD). Uit de vaststellingen blijkt dat klager en zijn vriendin ongestoord bezoek hadden. Bij afloop van het ongestoord bezoek waren klager en zijn vriendin de enigen die hun kamer niet spontaan verlieten. Uiteindelijk kwam enkel de bezoekster uit de kamer en zei ze dat klager wel zou volgen maar dat ze ruzie hadden en zij dus al ging vertrekken. Klager kwam echter niet waarop het personeel de kamer ging controleren. Daar stelde men vast dat klager volledig naakt op het bed lag en niet reageerde. De adjudant en de medische dienst werden onmiddellijk verwittigd. Uit het feitenrelaas in de ordemaatregel blijkt dat klager vervolgens met spoed werd afgevoerd naar het ziekenhuis. De medische dienst identificeerde de toestand van klager als een overdosis vloeibare drugs.

Ingevolge deze vaststellingen, heeft de directie het vermoeden dat de bezoekster van klager drugs heeft binnengesmokkeld via het ongestoord bezoek. Dit vermoeden wordt versterkt door het feit dat zij geen alarm sloeg toen klager bewusteloos werd en dat zij vertrok zonder iets te zeggen over de verontrustende toestand van haar partner. Op grond van deze vaststellingen en de verklaring in het verweer van de directie dat er in het verleden reeds een gelijkaardige ordemaatregel werd opgelegd, besluit de klachtencommissie dat er inderdaad ernstige redenen bestaan dat er zich tijdens het bezoek tussen klager en mevrouw opnieuw incidenten kunnen voordoen die de orde of de veiligheid in het gedrang kunnen brengen én er redenen bestaan om aan te nemen dat inbreuken op de bezoekregeling zich kunnen herhalen. De verklaring van klager volgens dewelke zijn partner niets met de drugssmokkel te maken zou hebben en dat hij louter zou zijn flauwgevallen, acht de klachtencommissie totaal ongeloofwaardig. In die hypothese had ieder zorgvuldig mens immers hulp gezocht in plaats van te vertrekken onder het mom dat er ruzie was. Tot slot is het tuchtregister van klager ook veelzeggend.

De klachtencommissie besluit dat de ordemaatregel werd opgelegd conform de voorwaarden uit de Basiswet en Collectieve Brief nr. 107. De ordemaatregel is wettig. Bovendien meent de klachtencommissie dat de ordemaatregel met inbegrip van de duurtijd, niet onredelijk of onbillijk is. De ordemaatregel is een effectieve manier om smokkel via bezoek te verhinderen en de gezondheid van klager te beschermen maar laat anderzijds wel toe dat klager nog steeds zijn partner kan zien, weliswaar achter glas.

Om deze redenen is de klacht ongegrond. De ordemaatregel blijft bestaan.