ORDEMAATREGEL - BEZOEK
Klager en een medegedetineerde genoten van intern gewoon bezoek/tafelbezoek. Bezoek tussen gedetineerden (intern bezoek) is onderworpen aan dezelfde regels die gelden voor bezoek tussen gedetineerden en niet-gedetineerden. Indien de directie het intern tafelbezoek wil ontzeggen, dient zij bijgevolg ook artikel 59, §1, tweede lid van de Basiswet toe te passen. Deze bepaling van de Basiswet voorziet dat de directie het tafelbezoek tijdelijk kan ontzeggen wanneer er geïndividualiseerde aanwijzingen bestaan dat het bezoek de handhaving van de orde of de veiligheid ernstig in gevaar kan brengen én glasbezoek ontoereikend zou zijn om dit gevaar af te wenden. De tijdelijke ontzegging moet gemotiveerd zijn en wordt schriftelijk ter kennis gebracht van de gedetineerde.
De directie nam de bestreden schriftelijke ordemaatregel naar aanleiding van een rapport aan de directeur (RAD) dat was opgemaakt omdat klager en haar partner zich tijdens het intern bezoek ongepast hadden gedragen (met gespreide benen op de schoot van haar partner zitten en elkaar betasten). Het koppel werd hier meerdere keren voor verwittigd maar bleef verder doen. De medegedetineerden klagen ook over dit gedrag omdat ze schrik hebben dat het reglement zal worden verstrengd door hun gedrag. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie in redelijkheid en billijkheid een geïndividualiseerde aanwijzing voor een gevaar van de orde kon afleiden uit de vaststellingen in het RAD. Het gedrag getuigt immers van een gebrek aan respect voor de andere aanwezigen in de ruimte. Indien men dergelijk gedrag wil stellen, dient men dit te doen in de beslotenheid van een kamer voor ongestoord bezoek. Bovendien schikt men zich niet naar de aanmaningen van het personeel. Tot slot heeft het gedrag van klager ook een impact op de bezoekervaring van verschillende andere gedetineerden. De klachtencommissie meent dat de beslissing afdoende werd gemotiveerd. De klachtencommissie besluit dat de directie de bestreden beslissing conform de regelgeving nam. De ordemaatregel is dus wettig. Bovendien meent de klachtencommissie dat de beslissing niet onredelijk of onbillijk is gelet op de termijn van één maand en de mogelijkheid om te blijven genieten van ongestoord bezoek desondanks de ordemaatregel.
Om deze redenen is de klacht ongegrond. De ordemaatregel blijft bestaan.
Klager en een medegedetineerde genoten van intern gewoon bezoek/tafelbezoek. Bezoek tussen gedetineerden (intern bezoek) is onderworpen aan dezelfde regels die gelden voor bezoek tussen gedetineerden en niet-gedetineerden. Indien de directie het intern tafelbezoek wil ontzeggen, dient zij bijgevolg ook artikel 59, §1, tweede lid van de Basiswet toe te passen. Deze bepaling van de Basiswet voorziet dat de directie het tafelbezoek tijdelijk kan ontzeggen wanneer er geïndividualiseerde aanwijzingen bestaan dat het bezoek de handhaving van de orde of de veiligheid ernstig in gevaar kan brengen én glasbezoek ontoereikend zou zijn om dit gevaar af te wenden. De tijdelijke ontzegging moet gemotiveerd zijn en wordt schriftelijk ter kennis gebracht van de gedetineerde.
De directie nam de bestreden schriftelijke ordemaatregel naar aanleiding van een rapport aan de directeur (RAD) dat was opgemaakt omdat klager en haar partner zich tijdens het intern bezoek ongepast hadden gedragen (met gespreide benen op de schoot van haar partner zitten en elkaar betasten). Het koppel werd hier meerdere keren voor verwittigd maar bleef verder doen. De medegedetineerden klagen ook over dit gedrag omdat ze schrik hebben dat het reglement zal worden verstrengd door hun gedrag. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie in redelijkheid en billijkheid een geïndividualiseerde aanwijzing voor een gevaar van de orde kon afleiden uit de vaststellingen in het RAD. Het gedrag getuigt immers van een gebrek aan respect voor de andere aanwezigen in de ruimte. Indien men dergelijk gedrag wil stellen, dient men dit te doen in de beslotenheid van een kamer voor ongestoord bezoek. Bovendien schikt men zich niet naar de aanmaningen van het personeel. Tot slot heeft het gedrag van klager ook een impact op de bezoekervaring van verschillende andere gedetineerden. De klachtencommissie meent dat de beslissing afdoende werd gemotiveerd. De klachtencommissie besluit dat de directie de bestreden beslissing conform de regelgeving nam. De ordemaatregel is dus wettig. Bovendien meent de klachtencommissie dat de beslissing niet onredelijk of onbillijk is gelet op de termijn van één maand en de mogelijkheid om te blijven genieten van ongestoord bezoek desondanks de ordemaatregel.
Om deze redenen is de klacht ongegrond. De ordemaatregel blijft bestaan.