TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN - KWALIFICATIE - MOTIVERING
In de tuchtbeslissing werden twee tuchtinbreuken van eerste categorie aangevinkt, namelijk het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties en het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken. De klachtencommissie is van oordeel dat de directeur deze tuchtinbreuken kon bewezen verklaren in hoofde van klager gelet op zijn bekentenis dat de IPhone en het bolletje hasj die werden gevonden, van hem waren. De motivering van de tuchtbeslissing, de omschrijving van de feiten op de eerste pagina van de tuchtbeslissing en de vermelding in het tuchtregister van klager laten echter uitschijnen dat de directeur klager ook heeft gesanctioneerd voor het bezit van een bitsleutel en een plooibeitel. Deze feiten werden echter niet vertaald in een tuchtrechtelijke inbreuk op de eerste pagina van de tuchtbeslissing, noch heeft de directie in de motivering van de tuchtbeslissing uitgelegd onder welke tuchtrechtelijke inbreuk deze feiten dan wel gekwalificeerd moeten worden. De directie is nochtans verplicht om al haar beslissingen genomen in het kader van de Basiswet te motiveren. De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtbeslissing verwarrend is opgesteld in die zin dat de motivering van de tuchtbeslissing en de omschrijving van de feiten niet volledig overeenkomen met de weerhouden tuchtrechtelijke kwalificaties. Gelet op het bovenstaande, kon klager zodoende onmogelijk de precieze draagwijdte kennen van de ten aanzien van hem genomen tuchtbeslissing.
Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtcommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre klager werd gesanctioneerd voor iets anders dan het bezit van hasj en een telefoon. Voor het overige blijft de tuchtbeslissing bestaan.
In de tuchtbeslissing werden twee tuchtinbreuken van eerste categorie aangevinkt, namelijk het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties en het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken. De klachtencommissie is van oordeel dat de directeur deze tuchtinbreuken kon bewezen verklaren in hoofde van klager gelet op zijn bekentenis dat de IPhone en het bolletje hasj die werden gevonden, van hem waren. De motivering van de tuchtbeslissing, de omschrijving van de feiten op de eerste pagina van de tuchtbeslissing en de vermelding in het tuchtregister van klager laten echter uitschijnen dat de directeur klager ook heeft gesanctioneerd voor het bezit van een bitsleutel en een plooibeitel. Deze feiten werden echter niet vertaald in een tuchtrechtelijke inbreuk op de eerste pagina van de tuchtbeslissing, noch heeft de directie in de motivering van de tuchtbeslissing uitgelegd onder welke tuchtrechtelijke inbreuk deze feiten dan wel gekwalificeerd moeten worden. De directie is nochtans verplicht om al haar beslissingen genomen in het kader van de Basiswet te motiveren. De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtbeslissing verwarrend is opgesteld in die zin dat de motivering van de tuchtbeslissing en de omschrijving van de feiten niet volledig overeenkomen met de weerhouden tuchtrechtelijke kwalificaties. Gelet op het bovenstaande, kon klager zodoende onmogelijk de precieze draagwijdte kennen van de ten aanzien van hem genomen tuchtbeslissing.
Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtcommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre klager werd gesanctioneerd voor iets anders dan het bezit van hasj en een telefoon. Voor het overige blijft de tuchtbeslissing bestaan.