VOORLOPIGE MAATREGEL - BEVEILIGDE CEL
De klacht is gericht tegen de voorlopige maatregel van 24.09.2024.
Uit het tuchtdossier blijkt dat er op 24.09.2024 een voorlopige maatregel werd opgelegd en geen ordemaatregel zoals klager heeft aangekruist op zijn klachtenformulier. In dit dossier werd klager vanaf dinsdag 24 september, om 15u40 en in afwachting van de mededeling van de tuchtbeslissing van 27.09.2024, geplaatst op de beveiligde cel naar aanleiding van een rapport aan de directeur (RAD) van 24.09.2024.
Het RAD beschrijft dat klager een uur nadat de wandeling van start was gegaan, alsnog wou gaan wandelen omdat zijn tabak op was. De opsteller van het RAD deelde mee dat klager kon deelnemen aan de avondwandeling. Klager werd hierop lastig en brak zijn cel af. Omdat er gevaar was dat hij zichzelf zou verwonden, heeft de kwartierchef code rood Alpha laten afroepen waarop er bijstand kwam. Tenslotte werd klager overgeplaatst naar de beveiligde cel. De klachtencommissie stelt vast, en het klachtenbureau heeft dat bevestigd, dat de voorlopige
maatregel niet werd ondertekend door een directielid. Volgens het klachtenbureau had mevrouw Neven van de bewaking, ondertekend in opdracht van mevrouw Beckers. De klachtencommissie stelt vast dat de bestreden beslissing niet conform Collectieve Brief nr. 124 werd ondertekend.
Bovendien meent de klachtencommissie dat noch uit het RAD, noch uit de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel de voorafgaandelijke tussenkomst van het directielidmevrouw Beckers blijkt. In tegendeel, het RAD doet uitschijnen dat de personeelsleden vermeld in het RAD, in onderling overleg beslist hebben om klager op de beveiligde cel te plaatsen. Nergens wordt melding gemaakt dat de directie werd gecontacteerd. Nochtans verwacht de klachtencommissie dat er op een namiddag in de werkweek een directielid aanwezig is in de inrichting zodat de directie in de mogelijkheid was om de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel zelf te ondertekenen.
De klachtencommissie besluit dat de klacht gericht is tegen het verzuim van de directie om een beslissing te nemen hoewel op de directie de verplichting rustte tot het nemen van een beslissing op grond van artikel 145 van de Basiswet. De voorlopige maatregel werd opgelegd in strijd met artikel 145 van de Basiswet. Om deze reden is de klacht kennelijk ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie vernietigt de voorlopige maatregel van 24.09.2024.
De klacht is gericht tegen de voorlopige maatregel van 24.09.2024.
Uit het tuchtdossier blijkt dat er op 24.09.2024 een voorlopige maatregel werd opgelegd en geen ordemaatregel zoals klager heeft aangekruist op zijn klachtenformulier. In dit dossier werd klager vanaf dinsdag 24 september, om 15u40 en in afwachting van de mededeling van de tuchtbeslissing van 27.09.2024, geplaatst op de beveiligde cel naar aanleiding van een rapport aan de directeur (RAD) van 24.09.2024.
Het RAD beschrijft dat klager een uur nadat de wandeling van start was gegaan, alsnog wou gaan wandelen omdat zijn tabak op was. De opsteller van het RAD deelde mee dat klager kon deelnemen aan de avondwandeling. Klager werd hierop lastig en brak zijn cel af. Omdat er gevaar was dat hij zichzelf zou verwonden, heeft de kwartierchef code rood Alpha laten afroepen waarop er bijstand kwam. Tenslotte werd klager overgeplaatst naar de beveiligde cel. De klachtencommissie stelt vast, en het klachtenbureau heeft dat bevestigd, dat de voorlopige
maatregel niet werd ondertekend door een directielid. Volgens het klachtenbureau had mevrouw Neven van de bewaking, ondertekend in opdracht van mevrouw Beckers. De klachtencommissie stelt vast dat de bestreden beslissing niet conform Collectieve Brief nr. 124 werd ondertekend.
Bovendien meent de klachtencommissie dat noch uit het RAD, noch uit de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel de voorafgaandelijke tussenkomst van het directielidmevrouw Beckers blijkt. In tegendeel, het RAD doet uitschijnen dat de personeelsleden vermeld in het RAD, in onderling overleg beslist hebben om klager op de beveiligde cel te plaatsen. Nergens wordt melding gemaakt dat de directie werd gecontacteerd. Nochtans verwacht de klachtencommissie dat er op een namiddag in de werkweek een directielid aanwezig is in de inrichting zodat de directie in de mogelijkheid was om de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel zelf te ondertekenen.
De klachtencommissie besluit dat de klacht gericht is tegen het verzuim van de directie om een beslissing te nemen hoewel op de directie de verplichting rustte tot het nemen van een beslissing op grond van artikel 145 van de Basiswet. De voorlopige maatregel werd opgelegd in strijd met artikel 145 van de Basiswet. Om deze reden is de klacht kennelijk ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie vernietigt de voorlopige maatregel van 24.09.2024.