Ga verder naar de inhoud

KC10/24-0135

Ongegrond KC - Hasselt Klachtencommissie Fouille op het lichaam
FOUILLE OP HET LICHAAM - MOTIVERING - SUBSIDIARITEIT

Klager heeft een klacht ingediend tegen de naaktfouille omdat hij meent dat de directie daar geen opdracht voor had gegeven, alsook tegen de manier waarop de naaktfouille werd uitgevoerd. Aan de hand van de schriftelijke individuele beslissing tot fouillering op het lichaam, stelt de klachtencommissie vast dat een directielid wel degelijk bevolen heeft om over te gaan tot een naaktfouille bij klager. Uit de dossierstukken blijkt dat een rapport aan de directeur (RAD) de aanleiding was voor de naaktfouille. Uit dit RAD blijkt dat klager bij terugkomst van zijn uitgaansvergunning meermaals de metaaldetectie is doorkruist, met signaal. Hij gaf zijn riem, schoenen en ring af en de beambte gaf klager de kans om zich in regel te stellen in het sanitair maar de metaaldetectie bleef een signaal afgeven. Vervolgens gaf de directeur de opdracht om bij het onthaal over te gaan tot de naaktfouille van klager. Deze beslissing werd gemotiveerd als volgt: “Na zijn uitgaansvergunning bleef betrokkene herhaaldelijk signaal afgeven bij de MDP aan de portiersloge. Na het afgeven van meerdere metalen voorwerpen die hij in zijn bezit had, was er nog steeds geen duidelijk aanwijsbare reden voor het blijvend signaal aan de MDP, daarom is overgegaan tot een fouillering op het lichaam.” Tijdens de naaktfouille werden drie pakjes sigaretten gevonden, verstopt in de trainingsvest van klager.

De klachtencommissie is van oordeel dat de motivering van de beslissing in de eerste plaats de individuele aanwijzingen bevat waarom de directie het vermoeden had dat klager in het bezit was van verboden voorwerpen en/of substanties. In diezelfde motivering blijkt bovendien de subsidiariteit van de naaktfouille aangezien de metaaldetectieportiek meermaals een signaal bleef afgeven waardoor een naaktfouille noodzakelijk bleek om de voorwerpen te kunnen vinden.

Tenslotte klaagt klager aan dat hij zich tijdens de naaktfouille moest omdraaien en zijn achterwerk moest laten zien. De klachtencommissie meent dat deze wijze van uitvoering niet onregelmatig is aangezien in bijlage 3 bij Collectieve Brief nr. 141 van 30 januari 2017 onder andere vermeld staat dat de beambte vraagt aan de gedetineerde om de armen te spreiden, vervolgens vraagt om de handdoek weg te nemen en vraagt aan de gedetineerde om 360° rond te draaien.

De klachtencommissie besluit dat de naaktfouille voldeed aan de wettelijke voorwaarden bepaald in de Basiswet. Om deze redenen is de klacht ongegrond.