Ga verder naar de inhoud

KC10/24-0138

Onontvankelijk KC - Hasselt Klachtencommissie Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING VAN DE DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - GEÏNTERNEERDE - EXTERNE RECHTSPOSITIE

De klacht is gericht tegen de internering van klager.

De klacht van klager lijkt over zijn externe rechtspositie te gaan, alsook betwist hij zijn internering. De procedure voor de Strafuitvoeringsrechtbank (SURB), met inbegrip van de strafuitvoeringsmodaliteiten, is te vinden in de Wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf. Indien klager zijn internering wil
aanvechten, moet hij beroep aantekenen tegen de interneringsmaatregel bij de kamer van inbeschuldigingstelling (indien de internering is uitgesproken door de raadkamer) of bij het hof van
beroep indien de internering is uitgesproken door de correctionele rechtbank. Klager kan hiervoor de bijstand inroepen van een advocaat, die ook een tolk Turks kan raadplegen.
De klachtencommissie is echter niet bevoegd voor de klacht van klager waardoor de klacht kennelijk onontvankelijk is. De klachtencommissie kan de klacht niet inhoudelijk beoordelen.