Ga verder naar de inhoud

KC10/24-0170

Ongegrond KC - Hasselt Klachtencommissie Tucht
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - ZORGVULDIGHEIDSBEGINSEL - VERBODEN VOORWERPEN

Klager beklaagt zich over een tuchtbeslissing die genomen zou zijn nadat de penitentiair beambten (PBA's) tussen spullen van klager verboden middelen en een telefoon zouden gevonden hebben. Hij kreeg hiervoor een tuchtstraf opgelegd van 21 dagen afzondering in de toegewezen verblijfsruimte (ATV).

De klachtencommissie is van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. Klager had voor het binnengaan van de gevangenis moeten nagaan welke spullen in deze winkeltassen aanwezig waren.

De feiten vormen tuchtrechtelijke inbreuken van de eerste categorie, die kunnen worden gestraft met een maximum van 30 dagen ATV. Gelet op de omvang van de feiten komt de straftoemeting van 21 dagen ATV over als passend.

De klacht is kennelijk ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.