FOUILLE OP HET LICHAAM - MOTIVERING - VERBODEN SUBSTANTIES - PROPORTIONALITEIT
Klager beklaagt zich tegen een fouillering op het lichaam. De beslissing om over te gaan tot fouillering zou genomen zijn nadat een drugshond positief zou hebben gereageerd op klager tijdens een gecoördineerde drugsactie. Er werd daarnaast gekozen voor een fouille op het lichaam, omdat een fouille aan de kledij niet zou volstaan.
Er zou echter twee maand zitten tussen de drugsactie en de fouille. Daarnaast heeft de directie onvoldoende aangetoond via haar motivering wat concreet de individuele aanwijzingen zijn die doen vermoeden dat de gedetineerde in het bezit zou kunnen zijn van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn en waarom een fouille aan de kledij niet volstond. Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden beslissing.
Klager beklaagt zich tegen een fouillering op het lichaam. De beslissing om over te gaan tot fouillering zou genomen zijn nadat een drugshond positief zou hebben gereageerd op klager tijdens een gecoördineerde drugsactie. Er werd daarnaast gekozen voor een fouille op het lichaam, omdat een fouille aan de kledij niet zou volstaan.
Er zou echter twee maand zitten tussen de drugsactie en de fouille. Daarnaast heeft de directie onvoldoende aangetoond via haar motivering wat concreet de individuele aanwijzingen zijn die doen vermoeden dat de gedetineerde in het bezit zou kunnen zijn van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn en waarom een fouille aan de kledij niet volstond. Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden beslissing.