KC10/25-0072
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Hasselt
Klachtencommissie
Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - TERMIJN
Een klacht tegen een beslissing tot fouillering op het lichaam valt onder het toepassingsgebied van het beklagrecht.
De eerste klacht handelt over een beslissing tot fouillering op het lichaam van 26 april 2025. De klacht dient te worden ingediend uiterlijk de zevende dag na die waarop de gedetineerde kennis heeft gekregen van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen (artikel 150 §5 Basiswet). Een na afloop van de termijn van zeven dagen ingediende klacht kan alsnog ontvankelijk worden verklaard, indien rekening houdend met alle omstandigheden, de gedetineerde de klacht zo spoedig heeft ingediend als redelijkerwijs van hem verlangd kan worden (artikel 150, §5, tweede lid Basiswet). Klager stelde zijn klacht pas op 23 mei 2025 op en vermeldde daarbij geen omstandigheden die de laattijdigheid kunnen verantwoorden. De klacht is niet-ontvankelijk.
De tweede klacht handelt over een beslissing tot fouillering op het lichaam van 22 mei 2025. In het voorliggend dossier haalde de directie als individuele aanwijzing aan dat zij klager tijdens het bezoek iets achteraan zijn broek zag wegsteken. De klachtencommissie vindt dat deze individuele aanwijzing voldoende geconcretiseerd is. In de bestreden beslissing wordt gemotiveerd waarom een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan om het bezit van deze voorwerpen te achterhalen. De klachtencommissie besluit dat de motivering van de beslissing voldoet aan de vereisten van artikel 108 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is ongegrond.
Een klacht tegen een beslissing tot fouillering op het lichaam valt onder het toepassingsgebied van het beklagrecht.
De eerste klacht handelt over een beslissing tot fouillering op het lichaam van 26 april 2025. De klacht dient te worden ingediend uiterlijk de zevende dag na die waarop de gedetineerde kennis heeft gekregen van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen (artikel 150 §5 Basiswet). Een na afloop van de termijn van zeven dagen ingediende klacht kan alsnog ontvankelijk worden verklaard, indien rekening houdend met alle omstandigheden, de gedetineerde de klacht zo spoedig heeft ingediend als redelijkerwijs van hem verlangd kan worden (artikel 150, §5, tweede lid Basiswet). Klager stelde zijn klacht pas op 23 mei 2025 op en vermeldde daarbij geen omstandigheden die de laattijdigheid kunnen verantwoorden. De klacht is niet-ontvankelijk.
De tweede klacht handelt over een beslissing tot fouillering op het lichaam van 22 mei 2025. In het voorliggend dossier haalde de directie als individuele aanwijzing aan dat zij klager tijdens het bezoek iets achteraan zijn broek zag wegsteken. De klachtencommissie vindt dat deze individuele aanwijzing voldoende geconcretiseerd is. In de bestreden beslissing wordt gemotiveerd waarom een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan om het bezit van deze voorwerpen te achterhalen. De klachtencommissie besluit dat de motivering van de beslissing voldoet aan de vereisten van artikel 108 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is ongegrond.