Ga verder naar de inhoud

KC10/25-0088

Gegrond KC - Hasselt Klachtencommissie Tucht
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - HUISHOUDELIJK REGLEMENT

De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing, opgelegd door de directie van de gevangenis van Hasselt.

Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties en het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen.

In verband met de eerste tuchtinbreuk besluit de klachtencommissie dat uit het RAD van blijkt dat er een substantie in de cel van klager werd gevonden, waarvan zij zelf beweert dat het een legale designer drug is maar uit bijkomende vaststellingen genoteerd op het RAD door een politie-inspecteur blijkt dat de substantie werd getest en er als resultaat de kleur van ketamine/barbituraten uitkwam. De klachtencommissie besluit hierdoor dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk van eerste categorie kon bewezen verklaren in hoofde van klager.

De tweede tuchtinbreuk wordt door de directie gekwalificeerd als het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. In de motivering van de tuchtbeslissing wordt niet vermeld welke bepaling van het huishoudelijk reglement klager zou hebben geschonden. Een gedetineerde moet nochtans kunnen begrijpen welke motieven de keuze en de maat van de sanctie hebben bepaald. Deze tuchtrechtelijke inbreuk kan bovendien enkel aan de gedetineerde ten laste worden gelegd als de overtreden ‘regel’ een regel betreft die ook daadwerkelijk een schriftelijke neerslag vindt in het huishoudelijk reglement Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond.