Ga verder naar de inhoud

KC10/25-0134

Ongegrond Onontvankelijk KC - Hasselt Klachtencommissie Tucht Geen beslissing directeur
TUCHT - EXTERNE RECHTSPOSITIE - BEVOEGDHEID

De klacht gaat over de tuchtbeslissing van 06.08.2025 en de uitgaansvergunningen van klager.

Over de tuchtbeslissing: Aangezien klager zelf heeft toegegeven dat zij in het bezit was van drugs, weliswaar een volgens haar nog niet wettelijk verboden substantie, maar de test tijdens de vorige tuchtprocedure een positief resultaat gaf voor de werkzame stof ketamine, meent de klachtencommissie dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk bewezen heeft verklaard in hoofde van klager. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van veertien dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op het feit dat de vorige inbreuk nog maar van een maand geleden dateerde. Om deze redenen is de klacht ongegrond.

Over de uitgaansvergunningen: De klachtencommissie is enkel bevoegd om klachten te beoordelen die gericht zijn tegen beslissingen die werden genomen op basis van de Basiswet en de daaruit voortvloeiende regelgeving, d.w.z. over de interne rechtspositie van gedetineerden. De regeling inzake strafuitvoeringsmodaliteiten, waaronder uitgaansvergunningen, is daarentegen te vinden in de Wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf. De klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.