Ga verder naar de inhoud

KC10/25-0189

Gegrond KC - Hasselt Klachtencommissie Tucht
TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN - VERBODEN SUBSTANTIES - ZORGVULDIGHEIDSPLICHT - MOTIVERING - RECHT OP TEGENSPRAAK - BEWIJS

Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens feiten die op de eerste pagina van de tuchtbeslissing worden omschreven als: “Vondst: Smartwatch met usb verbinding. Volgens [naam celgenoot] van hem.” De klachtencommissie is in de eerste plaats van oordeel dat de tuchtbeslissing niet zorgvuldig werd opgesteld, want de ten laste gelegde feiten betreffen enkel de vondst van een smartwatch, aangevuld met een verwijzing naar een bekentenis van de celgenoot van klager die het bezit van de smartwatch heeft toegegeven. Op basis van deze vaststelling is het bijzonder verwarrend om te vernemen dat klager alsnog tuchtrechtelijk hiervoor gesanctioneerd is, alsook voor het bezit of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. Het is pas door de motivering van de tuchtbeslissing te lezen, dat blijkt dat ook het bezit van cocaïne aan klager ten laste wordt gelegd.

In het RAD staat vermeld dat de celgenoot van klager op het moment van de vondst heeft toegegeven dat de smartwatch van hem was en hij heeft zelfs een attest van zijn werkgever voorgelegd. Waarom de directie desondanks deze heldere bekentenis van de celgenoot, alsnog het bezit van de smartwatch heeft toegerekend aan klager, is onduidelijk. Er is geen sprake van een ongeloofwaardige bekentenis van de celgenoot, noch is er sprake van aanwijzingen dat klager de smartwatch zou gebruikt hebben. In het RAD staat verder vermeld dat in een agenda die lag op het bed van klager een lege en gevuld coke verpakking lag. De klachtencommissie stelt in de eerste plaatst vast dat de opsteller van het RAD de verpakkingen meteen als coke verpakking heeft bestempeld zonder daarbij te vermelden op basis van welke kenmerken hij tot dit besluit kwam. Dit werd ook niet verduidelijkt tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting of in de motivering van de tuchtbeslissing. Uit de test zou gebleken zijn dat het wel degelijk om cocaïne ging. De directie heeft dit bijkomend onderzoek echter pas uitgevoerd na de tuchtrechtelijke hoorzitting en de advocaat van klager kaart aan dat dit testresultaat niet werd meegedeeld aan hem en zijn cliënt. Dit betreft een schending van de rechten van verdediging van de gedetineerde, aangezien hij geen tegenspraak heeft kunnen voeren. De klachtencommissie stelt tot slot vast dat de directie ook niet heeft gemotiveerd waarom zij van oordeel was dat de coke verpakking van klager was.

Tot slot werd klager gesanctioneerd wegens het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen zonder dat de directie in de motivering van de tuchtbeslissing heeft vermeld welke regel van het huishoudelijk reglement klager dan heeft overtreden. Deze tuchtinbreuk kan niet dienen als een soort van vangnetbepaling.

De klachtencommissie besluit dat de ten laste gelegde tuchtrechtelijke inbreuken niet aan klager konden worden toegerekend aangezien de ten laste gelegde feiten niet bewezen zijn en de rechten van verdediging van klager niet werden geëerbiedigd. Om deze redenen is de klacht ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing. Klager heeft geen tegemoetkoming gevraagd zodat de klachtencommissie er ook geen toekent.