Ga verder naar de inhoud

KC10/25-0204

Gegrond KC - Hasselt Klachtencommissie Tucht
TUCHT - KWALIFICATIE

Klager is het niet eens met de tuchtbeslissing omdat er volgens hem geen USB-stick werd gevonden. Er werd een rapport aan de directeur (RAD) opgesteld op 08.12.2025 maar de tuchtzitting ging pas door op 15.12.2025 waarna de sanctie inging van 16.12.2025 tot en met 20.12.2025 waardoor klager zijn ongestoord bezoek op 19.12.2025 niet kon doorgaan. Klager heeft het gevoel dat men dat opzettelijk heeft gedaan. Hij had nochtans gevraagd om de zitting zo snel mogelijk in te plannen.

Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken. De ten laste gelegde feiten worden in de tuchtbeslissing omschreven als bezit USB-stick tijdens les en werden meegedeeld in een RAD opgesteld door de ICT-leerkracht.

In de Basiswet is bepaald dat de directeur de gedetineerde hoort in zijn middelen van verdediging binnen de zeven dagen na de overhandiging van de uitnodiging voor de tuchtrechtelijke hoorzitting. Aangezien de directeur op 09.12.2025 kennisnam van het RAD, neemt de klachtencommissie aan dat klager ook op 09.12.2025 werd uitgenodigd. Dat de tuchtrechtelijke hoorzitting pas op 15.12.2025 plaatsvond, is dus niet onwettig, noch onredelijk of onbillijk gelet op de drukke agenda van de directie.

Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager tegenover de directie heeft verklaard dat een medegedetineerde die zelf geen Nederlands kan, de USB-stick aan klager had gegeven met de bedoeling dat klager aan de leerkracht zou vragen hoe er muziek op de USB-stick moest gezet worden. Klager heeft daarna de USB-stick teruggegeven aan de medegedetineerde. Volgens de advocaat van klager werd er tijdens een daaropvolgende celcontrole bij klager geen USB-stick gevonden. Of de USB-stick eigendom was van klager of van een medegedetineerde, acht de klachtencommissie niet relevant. Het staat vast dat klager in het bezit was van een USB-stick terwijl USB-sticks verboden voorwerpen zijn volgens het huishoudelijk reglement van de gevangenis. Bij de parlementaire besprekingen van artikel 129, 9° van de Basiswet werd een USB-stick als voorbeeld gegeven van een technologisch middel dat onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maakt. De klachtencommissie meent echter dat in het voorliggend dossier de kwalificatie als een inbreuk op het huishoudelijk reglement (tuchtinbreuk van tweede categorie) meer aangewezen is. Uit het dossier blijkt immers niet dat de directie twijfelde aan de verklaring van klager dat de USB-stick gebruikt werd om muziek te luisteren en dus niet om te communiceren met de buitenwereld. De directie heeft bovendien bovenaan de tuchtbeslissing de keuze aangevinkt van tuchtinbreuken van tweede categorie. De klachtencommissie herkwalificeert de inbreuk als zodanig. Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre klager gesanctioneerd werd voor het bezit of gebruik van technologische middelen en herkwalificeert de feiten naar een tuchtinbreuk van tweede categorie, namelijk het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen.