KC10/26-0023
Ongegrond
KC - Hasselt
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
KANTINE
Klager heeft een klacht ingediend omdat hij van de directie geen haarverf mag aankopen via de buitenkantine. Hij wil zijn baard graag verven. In dit geval werd de aanvraag geweigerd op basis van objectieve organisatorische verschillen tussen de mannen- en vrouwenafdeling. Op de vrouwenafdeling bestaat een specifieke regeling voor cosmetische producten via de zogenaamde beautykantine. Deze regeling is enkel mogelijk omdat daar een gedetineerde werkzaam is als kapster, die bevoegd is om deze producten onder toezicht aan te brengen. Het gebruik van de producten is strikt gereglementeerd: zij mogen uitsluitend door deze gedetineerde-kapster worden aangebracht en de aangekochte producten worden individueel beheerd door de kwartierchef op naam van de betrokken gedetineerde. Daarnaast is op de vrouwenafdeling specifieke infrastructuur aanwezig, zoals haardrogers, kappershandschoenen en handdoeken, zodat het gebruik veilig en controleerbaar kan verlopen. Op de mannenafdeling zijn deze voorwaarden niet aanwezig: er bestaat geen toezichtstructuur voor individueel productbeheer en de benodigde materialen en infrastructuur ontbreken volledig. Artikel 47 van de Basiswet erkent het recht van de gedetineerde om op eigen kosten gebruiks- en verbruiksgoederen aan te schaffen via de kantinedienst van de gevangenis. Op grond van deze bepaling dient de kantine een aanbod te omvatten dat zoveel mogelijk tegemoetkomt aan de behoeften van de gedetineerden. De directeur heeft de plicht om goederen die de orde of de veiligheid in gevaar kunnen brengen, uit het aanbod te weren. Noch de Basiswet, noch CB nr. 107 bevatten bepalingen over de buitenkantine. De haarverf die klager wenste aan te kopen blijkt op basis van de productbeschrijving niet gebruikt te mogen worden voor het kleuren van baardhaar en kan bovendien irritaties aan de huid en ogen veroorzaken. Bij gebreke aan wettelijke bepalingen, het door de directie aangehaalde objectieve verschil in organisatie van de mannen- en vrouwenafdeling en de plicht van de directie om producten te weren die de veiligheid in gevaar kunnen brengen, besluit de klachtencommissie dat de beslissing van de directie om de aankoop van haarverf via de buitenkantine niet toe te laten voor klager, redelijk en billijk was. Om deze reden is de klacht ongegrond.
Klager heeft een klacht ingediend omdat hij van de directie geen haarverf mag aankopen via de buitenkantine. Hij wil zijn baard graag verven. In dit geval werd de aanvraag geweigerd op basis van objectieve organisatorische verschillen tussen de mannen- en vrouwenafdeling. Op de vrouwenafdeling bestaat een specifieke regeling voor cosmetische producten via de zogenaamde beautykantine. Deze regeling is enkel mogelijk omdat daar een gedetineerde werkzaam is als kapster, die bevoegd is om deze producten onder toezicht aan te brengen. Het gebruik van de producten is strikt gereglementeerd: zij mogen uitsluitend door deze gedetineerde-kapster worden aangebracht en de aangekochte producten worden individueel beheerd door de kwartierchef op naam van de betrokken gedetineerde. Daarnaast is op de vrouwenafdeling specifieke infrastructuur aanwezig, zoals haardrogers, kappershandschoenen en handdoeken, zodat het gebruik veilig en controleerbaar kan verlopen. Op de mannenafdeling zijn deze voorwaarden niet aanwezig: er bestaat geen toezichtstructuur voor individueel productbeheer en de benodigde materialen en infrastructuur ontbreken volledig. Artikel 47 van de Basiswet erkent het recht van de gedetineerde om op eigen kosten gebruiks- en verbruiksgoederen aan te schaffen via de kantinedienst van de gevangenis. Op grond van deze bepaling dient de kantine een aanbod te omvatten dat zoveel mogelijk tegemoetkomt aan de behoeften van de gedetineerden. De directeur heeft de plicht om goederen die de orde of de veiligheid in gevaar kunnen brengen, uit het aanbod te weren. Noch de Basiswet, noch CB nr. 107 bevatten bepalingen over de buitenkantine. De haarverf die klager wenste aan te kopen blijkt op basis van de productbeschrijving niet gebruikt te mogen worden voor het kleuren van baardhaar en kan bovendien irritaties aan de huid en ogen veroorzaken. Bij gebreke aan wettelijke bepalingen, het door de directie aangehaalde objectieve verschil in organisatie van de mannen- en vrouwenafdeling en de plicht van de directie om producten te weren die de veiligheid in gevaar kunnen brengen, besluit de klachtencommissie dat de beslissing van de directie om de aankoop van haarverf via de buitenkantine niet toe te laten voor klager, redelijk en billijk was. Om deze reden is de klacht ongegrond.