Ga verder naar de inhoud

KC10/26-0041

Ongegrond KC - Hasselt Klachtencommissie Tucht
TUCHT

Klager is het niet eens met de tuchtbeslissing omdat hij geen fysiek geweld heeft gepleegd ten aanzien van medegedetineerden. Klager wordt ervan beschuldigd een vuistslag en een elleboog in iemands gezicht te hebben gegeven maar die persoon heeft geen enkele verwonding. Klager werd weggestuurd van de DVA en heeft veertien dagen tucht gekregen hiervoor.

Uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt dat de gevangenisdirectie zich bij het bewezen verklaren van de feiten heeft gebaseerd op de vaststellingen in het RAD. De klachtencommissie is van oordeel dat deze vaststellingen duidelijk zijn en niet voor interpretatie vatbaar zijn. De beambte heeft duidelijk vastgesteld hoe klager de fysieke integriteit van een medegedetineerde heeft aangetast. Volgens klager heeft hij echter enkel een armbeweging gemaakt, bedoeld om de medegedetineerde die de armen van klager wou vastgrijpen, van zich af te slaan. De klachtencommissie acht dit geen overtuigend argument dat twijfel doet rijzen over de waarachtigheid van het rapport opgesteld door de beambte. Bovendien stelt de klachtencommissie vast dat klager en zijn advocaat tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting niet hebben aangedrongen op het bekijken van de camerabeelden. Tot slot betekent de afwezigheid van zichtbare verwondingen niet dat er geen geweld is gepleegd. De klachtencommissie besluit dat de directie de feiten terecht bewezen heeft verklaard in hoofde van klager. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van veertien dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig en zelfs mild in vergelijking met de aard van de tuchtinbreuk. Om deze redenen is de klacht ongegrond.