Ga verder naar de inhoud

KC10/26-0044

Ongegrond Gegrond Onontvankelijk KC - Hasselt Klachtencommissie Geen beslissing directeur Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - MOTIVERING - UITVOERING - GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - PERSONEEL

Klager dient klacht in tegen een beslissing tot fouillering op het lichaam. In het voorliggend dossier haalde de directie als individuele aanwijzing aan dat “verschillende anonieme bronnen” zouden gezegd hebben dat klager veel drugs op cel zou hebben. De klachtencommissie acht deze motivering ontoereikend. De directie preciseert immers op geen enkele wijze waar de informatie vandaan komt of waarom ze deze geloofwaardig acht. Informatie die stelt dat klager veel drugs op cel zou hebben kan volgens de klachtencommissie bovendien niet verantwoorden waarom klager op het lichaam zou moeten gefouilleerd worden. Nergens uit het dossier blijkt dat men voorafgaandelijk een celcontrole uitvoerde, hetgeen volgens de klachtencommissie een logische eerste stap zou zijn geweest naar aanleiding van deze anonieme meldingen. Een “vermoeden dat de drugs op het lichaam verstopt worden” is volgens de klachtencommissie een onvoldoende verantwoording om over te gaan tot een fouillering op het lichaam. De directie motiveert op geen enkele manier waar dit vermoeden op gebaseerd is. De klachtencommissie acht de individuele aanwijzingen onvoldoende geconcretiseerd en besluit dat de motivering van de beslissing niet voldoet aan de vereisten van artikel 108 j° artikel 8 Basiswet. Dat er ter gelegenheid van de fouillering op het lichaam inderdaad verboden substanties worden aangetroffen, doet geen afbreuk aan de vaststellingen inzake de gebrekkigheid van de motivering. De klacht is gegrond. De bestreden beslissing wordt vernietigd. De klachtencommissie kent géén tegemoetkoming toe aangezien klager hierover niets aangeeft op zijn klachtenformulier.

Klager dient klacht in inzake de uitvoering van de fouillering. Klager voert aan dat hij geen handdoek gekregen heeft. Volgens de procedure zoals vastgelegd in bijlage 3 van CB nr. 141 wordt er een handdoek overhandigd aan de gedetineerde. Het verstrekken van een handdoek kadert in de eerbiediging van de waardigheid van de gedetineerde zoals opgelegd door artikel 108 §3 Basiswet. Het RAD van 15 maart 2026 beschrijft uitvoerig het verloop van de fouillering op het lichaam. Wanneer klager om een handdoek vraagt, wordt hem die onmiddellijk overhandigd. De klachtencommissie ziet in het voorliggend dossier geen redenen om aan te nemen dat de procedure ten aanzien van klager niet correct gevolgd werd. De klacht is ongegrond.

Klager dient klacht in tegen pesterijen door twee personeelsleden. Een klacht die louter handelt over het feitelijk gedrag van het personeel valt niet onder het toepassingsgebied van het beklagrecht. De klacht is niet-ontvankelijk.