Ga verder naar de inhoud

KC10/26-0164

Gegrond KC - Hasselt Klachtencommissie Tucht
TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - MOTIVERING - SANCTIE

In het voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD. Volgens de klachtencommissie brachten klager en zijn advocaat ter tuchtzitting geen elementen aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het dan ook redelijk dat de directie de daarin opgenomen feiten bewezen achtte.

De klachtencommissie meent echter dat klager inderdaad niet schuldig kan worden geacht aan alle tuchtrechtelijke feiten die in het RAD werden opgenomen. Het daarin beschreven relaas betreft immers de handelingen van verschillende gedetineerden. De feiten die aan klager kunnen worden toegerekend betreffen volgens de klachtencommissie enkel het van de muur halen van de vuilbak, deze op de grond legen en vullen met water, waarna de Pba vraagt om hier mee te stoppen, het water weg te doen en de vuilbak terug te hangen. Aan dit bevel wordt door klager geen gevolg gegeven. Dit laatste staat volgens de klachtencommissie voldoende vast op basis van het RAD. De klachtencommissie gaat dan ook niet mee in de argumentatie van de advocaat dat er zelfs daarvan geen sprake was, omdat klager ‘enkel een gesprek zou hebben gehad’ over het al dan niet ledigen van de vuilbak met water, waarna de medegedetineerde de vuilbak meenam. Het bevel was volgens de klachtencommissie gegeven en werd door klager genegeerd.

Al hetgeen daarna volgt, zijnde een tussenkomst van de KC niveau 0 waarna een andere gedetineerde, niet klager, overgaat tot het wegnemen van de vuilbak en deze aan de boom leegt en de vraag van de KC niveau 0 om de vuilbak terug te brengen negeert, kan volgens de klachtencommissie niet aan klager worden toegerekend. Bijgevolg kunnen evenmin de daaropvolgende afsluiting van de watertoevoer na contactname met de PA én de daaropvolgende escalatie, zijnde de kwade en verbaal agressieve reacties van andere gedetineerden, aan klager worden toegerekend.

De directie weerhield twee inbreuken: de opzettelijke aantasting van de orde, zoals omschreven in artikel 2, 7° (artikel 129, 5° Basiswet) en het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel van de gevangenis (artikel 130, 3° Basiswet). Ze verbond de afsluiting van de watertoevoer en de daaropvolgende reacties van andere gedetineerden in de motivering in één adem met hetgeen klager deed, zonder daarbij melding te maken van de handelingen van de medegedetineerde die daar tussenin plaatsvonden en die volgens de klachtencommissie de werkelijke aanleiding waren voor de verdere escalatie. Klager maakte zich volgens de klachtencommissie enkel schuldig aan het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel van de gevangenis (artikel 130, 3° Basiswet). De inbreuk van de opzettelijke aantasting van de orde, zoals omschreven in artikel 2, 7° (artikel 129, 5° Basiswet) dient dan ook te worden geschrapt.

Klager kreeg 14 dagen ATV. Na schrapping van de inbreuk van de eerste categorie kan klager enkel gesanctioneerd worden voor een inbreuk van de tweede categorie. Hoewel de sanctie van 14 dagen ATV ook voor een inbreuk van de tweede categorie wettelijk is, acht de klachtencommissie ze onredelijk zwaar. De klachtencommissie stelt een sanctie van 7 dagen ATV in de plaats.

De klacht is gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie oordeelt als volgt:
- De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing voor wat betreft de inbreuk van artikel 129, 5° Basiswet en het deel van de motivering dat daarop betrekking heeft.
- De inbreuk van artikel 130, 3° Basiswet en de motivering hiervan blijft behouden.
- De klachtencommissie vernietigt de sanctie van 14 dagen ATV en stelt haar beslissing in de plaats: 7 dagen ATV.