KC10/26-0169
Ongegrond
Gegrond
KC - Hasselt
Klachtencommissie
Tucht
Ordemaatregel
ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG - VERTROUWENSFUNCTIE - MOTIVERING - TUCHT
Klager dient klacht in tegen een ontslagbeslissing. De directeur kan een gedetineerde ontslaan, wanneer hij hem niet langer geschikt acht voor de arbeidspost. Het huishoudelijk reglement (pagina 30) stelt hierover het volgende: Dat een gedetineerde niet langer geschikt wordt geacht voor de arbeidspost kan onder meer het gevolg zijn van een tuchtinbreuk (situatie 2.2. in de dienstnota arbeid van de Directie Juridische Dienst van 28 november 2024 ). De dienstnota bepaalt dat er in dat geval een ordemaatregel tot afzetting van werk dient te worden genomen, zoals in het voorliggend dossier ook gebeurde. De advocaat voert in de klacht aan dat de directie het ontslag als tuchtsanctie heeft genomen, waardoor klager reeds definitief gesanctioneerd was nog voor hij ter tuchtzitting moest verschijnen. De advocaat meent dat daardoor het ne bis in idem beginsel werd geschonden. De klachtencommissie oordeelt dat uit de dienstnota voldoende blijkt dat een ontslagbeslissing en een tuchtbeslissing samen kunnen bestaan, zonder dat daarbij automatisch sprake is van een schending van het ne bis in idem beginsel. De dienstnota waarschuwt immers: “Wanneer de beslissing genomen wordt naar aanleiding van een tuchtinbreuk (2.2.) (…) mag de beslissing in geen geval een verdoken (bijkomende) tuchtsanctie zijn of lijken. De motivering dient te verduidelijken waarom de gedetineerde, ingevolge de gepleegde feiten of de situatie die leidt tot het opleggen van een veiligheidsmaatregel of -regime, niet langer geschikt wordt geacht voor de werkpost.” In het voorliggend dossier was er volgens de directie spraken van een ongeschiktheid voor een vertrouwensfunctie ten gevolge van het aantreffen van een smartphone in klager zijn verblijfsruimte. De klachtencommissie meent dat een ontslag uit een vertrouwensfunctie op basis van het vinden van een smartphone op zich gerechtvaardigd is. De klachtencommissie vindt echter dat de ontslagbeslissing onvoldoende gemotiveerd werd. De directie verwijst enkel naar ‘het RAD’ zonder de relevante feiten daaruit te hernemen in de motivering. De klachtencommissie meent dan ook dat de directie minstens de feiten die aanleiding gaven tot de vertrouwensbreuk woordelijk had moeten vermelden in de ontslagbeslissing. De klacht is gegrond. De bestreden beslissing wordt vernietigd. De klachtencommissie draagt de directie op om, binnen de 7 dagen volgend op de betekening van deze beslissing, een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van haar uitspraak.
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. Er werd een smartphone gevonden. Klager erkende de feiten ter tuchtzitting. Voor het parfum werd hij niet gesanctioneerd. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken (artikel 129, 9° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie en kreeg 14 dagen ATV. De klachtencommissie oordeelt dat de sanctie wettelijk en redelijk is. De klacht is ongegrond.
Klager dient klacht in tegen een ontslagbeslissing. De directeur kan een gedetineerde ontslaan, wanneer hij hem niet langer geschikt acht voor de arbeidspost. Het huishoudelijk reglement (pagina 30) stelt hierover het volgende: Dat een gedetineerde niet langer geschikt wordt geacht voor de arbeidspost kan onder meer het gevolg zijn van een tuchtinbreuk (situatie 2.2. in de dienstnota arbeid van de Directie Juridische Dienst van 28 november 2024 ). De dienstnota bepaalt dat er in dat geval een ordemaatregel tot afzetting van werk dient te worden genomen, zoals in het voorliggend dossier ook gebeurde. De advocaat voert in de klacht aan dat de directie het ontslag als tuchtsanctie heeft genomen, waardoor klager reeds definitief gesanctioneerd was nog voor hij ter tuchtzitting moest verschijnen. De advocaat meent dat daardoor het ne bis in idem beginsel werd geschonden. De klachtencommissie oordeelt dat uit de dienstnota voldoende blijkt dat een ontslagbeslissing en een tuchtbeslissing samen kunnen bestaan, zonder dat daarbij automatisch sprake is van een schending van het ne bis in idem beginsel. De dienstnota waarschuwt immers: “Wanneer de beslissing genomen wordt naar aanleiding van een tuchtinbreuk (2.2.) (…) mag de beslissing in geen geval een verdoken (bijkomende) tuchtsanctie zijn of lijken. De motivering dient te verduidelijken waarom de gedetineerde, ingevolge de gepleegde feiten of de situatie die leidt tot het opleggen van een veiligheidsmaatregel of -regime, niet langer geschikt wordt geacht voor de werkpost.” In het voorliggend dossier was er volgens de directie spraken van een ongeschiktheid voor een vertrouwensfunctie ten gevolge van het aantreffen van een smartphone in klager zijn verblijfsruimte. De klachtencommissie meent dat een ontslag uit een vertrouwensfunctie op basis van het vinden van een smartphone op zich gerechtvaardigd is. De klachtencommissie vindt echter dat de ontslagbeslissing onvoldoende gemotiveerd werd. De directie verwijst enkel naar ‘het RAD’ zonder de relevante feiten daaruit te hernemen in de motivering. De klachtencommissie meent dan ook dat de directie minstens de feiten die aanleiding gaven tot de vertrouwensbreuk woordelijk had moeten vermelden in de ontslagbeslissing. De klacht is gegrond. De bestreden beslissing wordt vernietigd. De klachtencommissie draagt de directie op om, binnen de 7 dagen volgend op de betekening van deze beslissing, een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van haar uitspraak.
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. Er werd een smartphone gevonden. Klager erkende de feiten ter tuchtzitting. Voor het parfum werd hij niet gesanctioneerd. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken (artikel 129, 9° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie en kreeg 14 dagen ATV. De klachtencommissie oordeelt dat de sanctie wettelijk en redelijk is. De klacht is ongegrond.