KC12/24-0058
Gegrond
Tegemoetkoming
Onontvankelijk
KC - Ieper
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Geen beslissing directeur
BEZOEK - COMPENSATIE - GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID
De eerste klacht gaat over het feit dat klager op 14 december 2024 geen videobezoeken kon inplannen voor de week erop. De tweede klacht gaat over het feit dat klager maar 2 keer per week videobezoeken kan inplannen terwijl er in de onthaalbrochure van de gevangenis staat dat dit 2 keer per dag kan.
Over de eerste klacht (inplannen van videobezoeken):
Klager maakt aannemelijk dat de videobezoeken normaal gezien, en zolang hij reeds in de gevangenis verblijft, elke zaterdag voor de komende week worden ingepland. De directie heeft dit niet betwist. Klager brengt ook op geloofwaardige wijze aan dat hij, zoals steeds, ook op zaterdag 14 december 2024 zijn videobezoek voor de komende week trachtte in te plannen, doch dat dit werd geweigerd door een beambte. De weigering van de beambte betrof een weigering namens de directeur. Er wordt door de directie geen enkele wettelijke of redelijke basis voor deze weigering aangebracht. De klacht is dan ook gegrond.
Aangezien de gevolgen van de onrechtmatige weigering niet ongedaan kunnen worden gemaakt , kent de klachtencommissie ter compensatie 2 extra videobezoeken toe.
Over de tweede klacht (hoeveelheid videobezoeken):
De directie bevestigt in haar e-mail van 16 januari 2025 dat klager gelijk heeft: er staat inderdaad in de onthaalbrochure dat een gedetineerde recht heeft op 2 videobezoeken per dag. Dit is een vergissing en strookt niet met het huishoudelijk reglement van de gevangenis, waarin 2 videobezoeken per week worden voorzien.
De directie maakt echter voldoende duidelijk dat dit een vergissing betreft, die zo snel mogelijk zal rechtgezet worden.
Hoewel klager inhoudelijk gelijk heeft, gaat deze klacht dus niet over een beslissing van of namens de directeur. Het gaat duidelijk over een materiƫle vergissing. Klager toont ook niet aan dat hij dit voorafgaand aan zijn klacht reeds zou hebben aangekaart bij de directie en dat de directie verzuimd zou hebben een beslissing te nemen. De tweede klacht van klager is daarom niet-ontvankelijk.
De eerste klacht gaat over het feit dat klager op 14 december 2024 geen videobezoeken kon inplannen voor de week erop. De tweede klacht gaat over het feit dat klager maar 2 keer per week videobezoeken kan inplannen terwijl er in de onthaalbrochure van de gevangenis staat dat dit 2 keer per dag kan.
Over de eerste klacht (inplannen van videobezoeken):
Klager maakt aannemelijk dat de videobezoeken normaal gezien, en zolang hij reeds in de gevangenis verblijft, elke zaterdag voor de komende week worden ingepland. De directie heeft dit niet betwist. Klager brengt ook op geloofwaardige wijze aan dat hij, zoals steeds, ook op zaterdag 14 december 2024 zijn videobezoek voor de komende week trachtte in te plannen, doch dat dit werd geweigerd door een beambte. De weigering van de beambte betrof een weigering namens de directeur. Er wordt door de directie geen enkele wettelijke of redelijke basis voor deze weigering aangebracht. De klacht is dan ook gegrond.
Aangezien de gevolgen van de onrechtmatige weigering niet ongedaan kunnen worden gemaakt , kent de klachtencommissie ter compensatie 2 extra videobezoeken toe.
Over de tweede klacht (hoeveelheid videobezoeken):
De directie bevestigt in haar e-mail van 16 januari 2025 dat klager gelijk heeft: er staat inderdaad in de onthaalbrochure dat een gedetineerde recht heeft op 2 videobezoeken per dag. Dit is een vergissing en strookt niet met het huishoudelijk reglement van de gevangenis, waarin 2 videobezoeken per week worden voorzien.
De directie maakt echter voldoende duidelijk dat dit een vergissing betreft, die zo snel mogelijk zal rechtgezet worden.
Hoewel klager inhoudelijk gelijk heeft, gaat deze klacht dus niet over een beslissing van of namens de directeur. Het gaat duidelijk over een materiƫle vergissing. Klager toont ook niet aan dat hij dit voorafgaand aan zijn klacht reeds zou hebben aangekaart bij de directie en dat de directie verzuimd zou hebben een beslissing te nemen. De tweede klacht van klager is daarom niet-ontvankelijk.