Ga verder naar de inhoud

KC12/25-0070

Gegrond KC - Ieper Klachtencommissie Tucht
TUCHT - MOTIVERING - KWALIFICATIE

De klacht betreft een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Ieper. Klager werd gesanctioneerd met 4 weken ATV omwille van verschillende inbreuken:
- ‘opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit’, ‘opzettelijke aantasting van de orde’, en
- ‘het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort’.

De klachtencommissie stelt vast dat klager niet betwist dat hij heeft gevochten met zijn celgenoot en hem slagen toebracht. Hoewel klager zegt dat dit een reactie was op de aanval die uitging van zijn celgenoot, blijkt uit het dossier echter dat klager hoe dan ook (disproportioneel) geweld gebruikte. De klachtencommissie meent dat de directie de feiten als bewezen kon beschouwen en aan klager kon toerekenen. Zij kwalificeerde de feiten correct als ‘opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit’ en ‘opzettelijke aantasting van de orde’, en motiveerde dit ook voldoende in haar beslissing.

Naast de twee inbreuken van de eerste categorie, werd ook een inbreuk van de tweede categorie weerhouden, nl. ‘het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort’. De klachtencommissie merkt op dat de directie, hoewel zij de inbreuk aankruist in haar tuchtbeslissing en het RAD hierover vermeldt, in de motivering van haar beslissing zwijgt over deze feiten. Deze tuchtinbreuk werd aldus niet gemotiveerd, wat een schending uitmaakt van de motiveringsplicht die op de directie rust. Deze tuchtinbreuk dient geschrapt te worden.

Klager kreeg een sanctie van 4 weken ATV voor de samenloop van twee inbreuken van de eerste categorie en een inbreuk van de tweede categorie. Na de bovenvermelde schrapping van de inbreuk van de tweede categorie wordt klager enkel gesanctioneerd voor twee inbreuken van de eerste categorie. De klachtencommissie acht de opgelegde sanctie van 4 weken ATV ook na schrapping van de inbreuk van de tweede categorie wettelijk en niet onredelijk, rekening houdend met de ernst van de feiten.

Klager vindt het oneerlijk dat zijn celgenoot geen tuchtsanctie opgelegd kreeg naar aanleiding van de feiten. De klachtencommissie wenst klager erop te wijzen dat de Basiswet bepaalt dat de directeur de keuze heeft om over de aard en de omvang van de tuchtsanctie te beslissen. De directeur dient daarbij rekening te houden met de wettelijk bepaalde maximumsanctie en met de evenredigheid tussen de ernst van de inbreuk en de sanctie. De straftoemeting is aldus individueel.

De klacht is gedeeltelijk gegrond, in die zin dat de kwalificatie ‘het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort’ uit de tuchtbeslissing geschrapt wordt. De klachtencommissie vernietigt deze kwalificatie en draagt de directie op om deze te schrappen uit het tuchtregister van klager. De tuchtbeslissing blijft voor het overige bestaan.