KC16/21-0011
Gegrond
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
Tucht
TUCHT - VOORLOPIGE MAATREGEL - MOTIVERING - VERMOEDEN VAN ONSCHULD
M.b.t. de eerste klacht: De voorlopige maatregel blijkt volgens de directie een ‘standaardreactie’ te zijn, veeleer dan een uitzonderlijke maatregel. Er werd echter niet individueel gemotiveerd waarom er in dit geval een ernstige en opzettelijk aantasting van de interne veiligheid zou zijn geweest. Er is dus sprake van een schending van de motiveringsplicht. De klacht tegen de voorlopige maatregel is gegrond.
M.b.t. de tweede klacht: Een loutere geurwaarneming door personeel zonder verdere individueel aan de gedetineerde toe te rekenen vaststellingen kan bezwaarlijk het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties bewijzen. De klacht tegen de tuchtsanctie is gegrond.
M.b.t. de eerste klacht: De voorlopige maatregel blijkt volgens de directie een ‘standaardreactie’ te zijn, veeleer dan een uitzonderlijke maatregel. Er werd echter niet individueel gemotiveerd waarom er in dit geval een ernstige en opzettelijk aantasting van de interne veiligheid zou zijn geweest. Er is dus sprake van een schending van de motiveringsplicht. De klacht tegen de voorlopige maatregel is gegrond.
M.b.t. de tweede klacht: Een loutere geurwaarneming door personeel zonder verdere individueel aan de gedetineerde toe te rekenen vaststellingen kan bezwaarlijk het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties bewijzen. De klacht tegen de tuchtsanctie is gegrond.