KC16/21-0054
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Tucht
Geen beslissing directeur
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - BEVOEGDHEID -GEZONDHEID
Klager betwist in het bezit te zijn geweest van drugs. Wat betreft de inbreuk van het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (inbreuk van de eerste categorie), verwijst de klachtencommissie in eerste instantie naar haar vaststaande rechtspraak over de geurwaarneming door personeelsleden. Zij onderlijnt dat de waarneming van een vermeende wietgeur door personeelsleden an sich onvoldoende is om over te gaan tot deze kwalificatie. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt echter dat klager in eerste instantie heeft verklaard dat hij drugs had gerookt. Hoewel hij naderhand nuanceert dat dit sarcastisch bedoeld was, kan de klachtencommissie niet voorbijgaan aan het feit dat klager initieel zelf verklaarde dat hij drugs had gerookt. Dit staat zwart op wit in het RAD. Bovendien wordt in het RAD beschreven dat het wit van klagers ogen bloedrood zag. Klager maakte geen enkel medisch bewijsstuk over van een achterliggende oogaandoening, die zijn rode ogen zouden kunnen verklaren.
De klachtencommissie acht de kwalificatie van de feiten als de aangeduide tuchtrechtelijke inbreuk van de eerste categorie in de gegeven omstandigheden dan ook niet onbillijk of onredelijk. De klacht is ongegrond.
De klachtencommissie is enkel bevoegd voor klachten tegen beslissingen die door of namens de directeur genomen worden. Een klacht die handelt over een medische beslissing van de gevangenisarts behoort niet tot het toepassingsgebied van het klachtenrecht. De klacht over de medische quarantaine is onontvankelijk.
Klager betwist in het bezit te zijn geweest van drugs. Wat betreft de inbreuk van het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (inbreuk van de eerste categorie), verwijst de klachtencommissie in eerste instantie naar haar vaststaande rechtspraak over de geurwaarneming door personeelsleden. Zij onderlijnt dat de waarneming van een vermeende wietgeur door personeelsleden an sich onvoldoende is om over te gaan tot deze kwalificatie. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt echter dat klager in eerste instantie heeft verklaard dat hij drugs had gerookt. Hoewel hij naderhand nuanceert dat dit sarcastisch bedoeld was, kan de klachtencommissie niet voorbijgaan aan het feit dat klager initieel zelf verklaarde dat hij drugs had gerookt. Dit staat zwart op wit in het RAD. Bovendien wordt in het RAD beschreven dat het wit van klagers ogen bloedrood zag. Klager maakte geen enkel medisch bewijsstuk over van een achterliggende oogaandoening, die zijn rode ogen zouden kunnen verklaren.
De klachtencommissie acht de kwalificatie van de feiten als de aangeduide tuchtrechtelijke inbreuk van de eerste categorie in de gegeven omstandigheden dan ook niet onbillijk of onredelijk. De klacht is ongegrond.
De klachtencommissie is enkel bevoegd voor klachten tegen beslissingen die door of namens de directeur genomen worden. Een klacht die handelt over een medische beslissing van de gevangenisarts behoort niet tot het toepassingsgebied van het klachtenrecht. De klacht over de medische quarantaine is onontvankelijk.