Ga verder naar de inhoud

KC16/21-0103

Gegrond KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Andere beslissing directeur Tucht
TUCHT - ZORGVULIDGHEID - PUNTENSYSTEEM

De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing en de 5 punten die werden opgelegd conform de Brochure Basisregime.

De  klachtencommissie  ziet geen reden  waarom  de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had  mogen  steunen op  de rapporten aan de directeur (RAD).  Het bijkomende RAD beschrijft bovendien uitgebreid en in duidelijke bewoordingen het dreigend overkomende gedrag van klager. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie het nodige heeft gedaan om tot een nauwkeurige waarheidsvinding te komen. Zij deinsde niet terug om bijkomend onderzoek te verrichten wanneer zij geconfronteerd werd met twee uiteenlopende visies van de feiten. De directie heeft dit dossier zorgvuldig beoordeeld met aandacht voor de rechten van verdediging. De klachtencommissie besluit dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuken.  De klacht is ongegrond.

De Basiswet bepaalt dat een gedetineerde tuchtrechtelijk niet gestraft mag worden voor andere inbreuken en met andere sancties dan die welke omschreven worden door deze wet. De directie bevestigde  en herhaalde meermaals de onlosmakelijke verknochtheid tussen een tuchtinbreuk en de toekenning van punten.  Zij is hierin duidelijk: wie een tuchtinbreuk pleegt, wordt tuchtrechtelijk bestraft én krijgt punten toegekend.  De klachtencommissie stelt vast dat de  directie met het opleggen van de punten een duidelijke intentie tot bestraffen heeft, buiten het wettelijke kader van de Basiswet om.   De klachtencommissie besluit dat er een schending is van artikel 124, § 1 Basiswet.
De klacht is gegrond.