KC16/21-0131
Gegrond
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Tucht
TUCHT - BEWIJS - KWALIFICATIE INBREUK - PUNTENSYSTEEM
Klager is het niet eens met de tuchtsanctie en de drie punten die hij kreeg toegekend op basis van de Brochure Basisregime. Er werd een RAD opgesteld wegens verbaal agressief gedrag naar het personeel toe en het veroorzaken van lawaaihinder. Het RAD werd meeondertekend door een getuige. Tijdens de hoorzitting ontkende klager verbaal agressief geweest te zijn. In de tuchtprocedure tegen een gedetineerde speelt een RAD een belangrijke rol. Een directeur mag in de motivering van zijn beslissing verwijzen naar een voldoende duidelijk RAD en op basis daarvan een tuchtsanctie opleggen. De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het RAD. Bovendien heeft klager zowel op de tuchthoorzitting als op de zitting van de klachtencommissie toegegeven dat hij op het winket heeft getikt en zijn stem verheven heeft. Met betrekking tot de gepleegde tuchtinbreuken wenst de klachtencommissie te wijzen op het belang van een correcte en specifieke omschrijving van de behouden tuchtinbreuken. In dit dossier bepaalde de directie dat klager “een tuchtinbreuk van tweede categorie had gepleegd, nl. het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen". In het licht van de rechten van verdediging dient de directie te specifiëren welke bepaling van het huishoudelijk reglement werd geschonden. De klachtencommissie besluit dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuken. De klacht is ongegrond.
De Basiswet bepaalt dat een gedetineerde tuchtrechtelijk niet gestraft mag worden voor andere inbreuken en met andere sancties dan die welke omschreven worden door deze wet. De directie bevestigde en herhaalde meermaals de onlosmakelijke verknochtheid tussen een tuchtinbreuk en de toekenning van punten. Zij is hierin duidelijk: wie een tuchtinbreuk pleegt, wordt tuchtrechtelijk bestraft én krijgt punten toegekend. De klachtencommissie stelt vast dat de directie met het opleggen van de punten een duidelijke intentie tot bestraffen heeft, buiten het wettelijke kader van de Basiswet om. De klachtencommissie besluit dat er een schending is van artikel 124, § 1 Basiswet.
De klacht is gegrond.
Klager is het niet eens met de tuchtsanctie en de drie punten die hij kreeg toegekend op basis van de Brochure Basisregime. Er werd een RAD opgesteld wegens verbaal agressief gedrag naar het personeel toe en het veroorzaken van lawaaihinder. Het RAD werd meeondertekend door een getuige. Tijdens de hoorzitting ontkende klager verbaal agressief geweest te zijn. In de tuchtprocedure tegen een gedetineerde speelt een RAD een belangrijke rol. Een directeur mag in de motivering van zijn beslissing verwijzen naar een voldoende duidelijk RAD en op basis daarvan een tuchtsanctie opleggen. De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het RAD. Bovendien heeft klager zowel op de tuchthoorzitting als op de zitting van de klachtencommissie toegegeven dat hij op het winket heeft getikt en zijn stem verheven heeft. Met betrekking tot de gepleegde tuchtinbreuken wenst de klachtencommissie te wijzen op het belang van een correcte en specifieke omschrijving van de behouden tuchtinbreuken. In dit dossier bepaalde de directie dat klager “een tuchtinbreuk van tweede categorie had gepleegd, nl. het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen". In het licht van de rechten van verdediging dient de directie te specifiëren welke bepaling van het huishoudelijk reglement werd geschonden. De klachtencommissie besluit dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuken. De klacht is ongegrond.
De Basiswet bepaalt dat een gedetineerde tuchtrechtelijk niet gestraft mag worden voor andere inbreuken en met andere sancties dan die welke omschreven worden door deze wet. De directie bevestigde en herhaalde meermaals de onlosmakelijke verknochtheid tussen een tuchtinbreuk en de toekenning van punten. Zij is hierin duidelijk: wie een tuchtinbreuk pleegt, wordt tuchtrechtelijk bestraft én krijgt punten toegekend. De klachtencommissie stelt vast dat de directie met het opleggen van de punten een duidelijke intentie tot bestraffen heeft, buiten het wettelijke kader van de Basiswet om. De klachtencommissie besluit dat er een schending is van artikel 124, § 1 Basiswet.
De klacht is gegrond.