KC16/22-0052
Ongegrond
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Tucht
TUCHT - PROPORTIONALITEIT - CELMUTATIE
Er werd een rapport aan de directeur (RAD) opgesteld dat ondertekend werd door 6 personeelsleden die getuige waren van de feiten. Het RAD beschrijft uitgebreid en gedetailleerd het gedrag van klager. De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het RAD. Klager gaf ter zitting ook toe dat zijn gedrag ontoelaatbaar was. De klachtencommissie besluit dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuken van tweede categorie, nl. het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden en het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel. Gelet op de tuchtrechtelijke voorgaanden van klager is de sanctie wettelijke en billijk. De klacht is ongegrond.
Volgens klager weigert de directie om hem naar vleugel D over te plaatsen omwille van racistische overwegingen. De bevoegdheid van de directie tot toewijzing van een verblijfsruimte aan een gedetineerde wordt niet nader geregeld door de Basiswet waardoor ze op discretionaire wijze wordt uitgeoefend. De klachtencommissie kan hierdoor enkel overgaan tot het toetsen van de redelijkheid van de beslissing. De klachtencommissie stelt vast dat klager sinds november 2021 verblijft in het basisregime op vleugel A en dat hij sindsdien al 5 tuchtsancties heeft opgelopen. De twee gedetineerden die wel konden muteren, verbleven sinds januari 2022 in het basisregime en hadden sindsdien geen tuchtsancties opgelopen. De klachtencommissie acht het redelijk en billijk dat de directie rekening houdt met het gedrag van een gedetineerde en zijn tuchthistoriek wanneer zij overweegt wie mag muteren naar een opendeurregime. Het is duidelijk dat klager nog niet heeft bewezen dat hij kan functioneren in een opendeurregime. De klacht is ongegrond.
Er werd een rapport aan de directeur (RAD) opgesteld dat ondertekend werd door 6 personeelsleden die getuige waren van de feiten. Het RAD beschrijft uitgebreid en gedetailleerd het gedrag van klager. De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het RAD. Klager gaf ter zitting ook toe dat zijn gedrag ontoelaatbaar was. De klachtencommissie besluit dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuken van tweede categorie, nl. het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden en het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel. Gelet op de tuchtrechtelijke voorgaanden van klager is de sanctie wettelijke en billijk. De klacht is ongegrond.
Volgens klager weigert de directie om hem naar vleugel D over te plaatsen omwille van racistische overwegingen. De bevoegdheid van de directie tot toewijzing van een verblijfsruimte aan een gedetineerde wordt niet nader geregeld door de Basiswet waardoor ze op discretionaire wijze wordt uitgeoefend. De klachtencommissie kan hierdoor enkel overgaan tot het toetsen van de redelijkheid van de beslissing. De klachtencommissie stelt vast dat klager sinds november 2021 verblijft in het basisregime op vleugel A en dat hij sindsdien al 5 tuchtsancties heeft opgelopen. De twee gedetineerden die wel konden muteren, verbleven sinds januari 2022 in het basisregime en hadden sindsdien geen tuchtsancties opgelopen. De klachtencommissie acht het redelijk en billijk dat de directie rekening houdt met het gedrag van een gedetineerde en zijn tuchthistoriek wanneer zij overweegt wie mag muteren naar een opendeurregime. Het is duidelijk dat klager nog niet heeft bewezen dat hij kan functioneren in een opendeurregime. De klacht is ongegrond.