KC16/22-0074
Ongegrond
Gegrond
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Tucht
TUCHT - BEWIJS - PUNTENSYSTEEM
Klager is het niet eens met de tuchtbeslissing. Volgens klager heeft hij zelf geen slagen uitgedeeld maar heeft hij zijn celgenoot uit verdediging in een houdgreep genomen. In de tuchtprocedure tegen een gedetineerde speelt een rapport aan de directeur (RAD) een belangrijke rol. Een directeur mag in de motivering van zijn beslissing verwijzen naar een voldoende duidelijk RAD en op basis daarvan een tuchtsanctie opleggen. De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op de rapporten. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in de rapporten werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. Klager verklaart dat hij op de bel zou hebben gedrukt, doch dit blijkt niet uit het RAD. Het personeel kwam niet toegesneld omwille van een oproep maar omwille van geroep en getier. Bij beide gedetineerden werden ook verwondingen vastgesteld. Bovendien was er een getuige van de feiten die het relaas volledig bevestigde. De klachtencommissie besluit dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuk. De klacht is ongegrond.
Klager kreeg naar aanleiding van de tuchtbeslissing 5 punten opgelegd. De Basiswet bepaalt dat een gedetineerde tuchtrechtelijk niet gestraft mag worden voor andere inbreuken en met andere sancties dan die welke omschreven worden door deze wet. De directie bevestigde en herhaalde zelf meermaals de onlosmakelijke verknochtheid tussen een tuchtovertreding en punten. Zij is hierin duidelijk: wie een tuchtinbreuk pleegt, wordt tuchtrechtelijk bestraft én krijgt punten. De klachtencommissie kan uit dit alles niet anders dan afleiden dat de directie met het opleggen van de punten aan klager een duidelijke intentie tot bestraffen had, buiten het wettelijke kader van de Basiswet om.
De klacht is gegrond.
Klager is het niet eens met de tuchtbeslissing. Volgens klager heeft hij zelf geen slagen uitgedeeld maar heeft hij zijn celgenoot uit verdediging in een houdgreep genomen. In de tuchtprocedure tegen een gedetineerde speelt een rapport aan de directeur (RAD) een belangrijke rol. Een directeur mag in de motivering van zijn beslissing verwijzen naar een voldoende duidelijk RAD en op basis daarvan een tuchtsanctie opleggen. De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op de rapporten. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in de rapporten werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. Klager verklaart dat hij op de bel zou hebben gedrukt, doch dit blijkt niet uit het RAD. Het personeel kwam niet toegesneld omwille van een oproep maar omwille van geroep en getier. Bij beide gedetineerden werden ook verwondingen vastgesteld. Bovendien was er een getuige van de feiten die het relaas volledig bevestigde. De klachtencommissie besluit dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuk. De klacht is ongegrond.
Klager kreeg naar aanleiding van de tuchtbeslissing 5 punten opgelegd. De Basiswet bepaalt dat een gedetineerde tuchtrechtelijk niet gestraft mag worden voor andere inbreuken en met andere sancties dan die welke omschreven worden door deze wet. De directie bevestigde en herhaalde zelf meermaals de onlosmakelijke verknochtheid tussen een tuchtovertreding en punten. Zij is hierin duidelijk: wie een tuchtinbreuk pleegt, wordt tuchtrechtelijk bestraft én krijgt punten. De klachtencommissie kan uit dit alles niet anders dan afleiden dat de directie met het opleggen van de punten aan klager een duidelijke intentie tot bestraffen had, buiten het wettelijke kader van de Basiswet om.
De klacht is gegrond.