Ga verder naar de inhoud

KC16/22-0097

Ongegrond KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Andere beslissing directeur
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES

Op het moment van de indiening van de klacht was er nog geen tuchtbeslissing genomen. De directeur had wel beslist om een tuchtprocedure op te starten ten gevolge van het RAD. Indien de directeur meent dat de feiten, die zijn beschreven in een rapport aan de directeur (RAD), een tuchtrechtelijk gevolg vereisen, wordt de gedetineerde door afgifte van een formulier schriftelijk in kennis gesteld van de tenlastelegging, van het feit dat tegen hem een tuchtprocedure zal worden opgestart, dat hij zijn tuchtdossier kan raadplegen en dat hij gehoord zal worden op een door de directeur bepaalde dag en tijdstip. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing om een tuchtprocedure op te starten niet onredelijk of onbillijk was aangezien de vaststellingen van de wietgeur voldoende geïndividualiseerd waren opdat de tenlastelegging van het bezit van verboden substanties in hoofde van klager aanneembaar was.

De klacht is ongegrond.