Ga verder naar de inhoud

KC16/22-0100

Ongegrond Gegrond KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Andere beslissing directeur Tucht
TUCHT - BEWIJS - PUNTENSYSTEEM - TAAL

De klacht is in het Engels opgesteld. Hoewel de Basiswet vereist dat wanneer klacht wordt ingediend in een gevangenis in Vlaanderen, de klacht in het Nederlands moet worden opgesteld, is het duidelijk wat de bestreden beslissingen en de redenen van de klacht zijn. De klachten zijn ontvankelijk.

In de tuchtprocedure tegen een gedetineerde speelt een RAD een belangrijke rol.  Een directeur mag in de motivering van zijn beslissing verwijzen naar een  voldoende duidelijk  RAD en op basis daarvan een tuchtsanctie opleggen.  De klachtencommissie ziet geen reden  waarom  de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissingen niet  had  mogen  steunen op de rapporten en op het observatieverslag dat werd opgemaakt door een directielid. Bovendien werden de rapporten telkens ondertekend door getuigen. Tot slot heeft klager tijdens de tuchthoorzittingen de beledigingen en bedreigingen ook niet ontkend. Volgens klager is dit echter te wijten aan een openstapeling van frustraties.

De klachtencommissie besluit bijgevolg dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuken. Het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden en de bedreiging tot de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen zijn tuchtinbreuken van tweede categorie, respectievelijk eerste categorie waardoor ATV gedurende maximaal 15 dagen, respectievelijk 30 dagen kan worden opgelegd. De opgelegde tuchtsancties van 3 en 5 dagen zijn dan ook wettig. Bovendien is de klachtencommissie van oordeel dat de sancties ook niet onredelijk of onbillijk zijn gelet op aanhoudende ongepaste houding van klager. Om deze redenen is de klacht tegen de twee tuchtbeslissingen ongegrond.

Klager kreeg naar aanleiding van de tuchtbeslissing 5 punten opgelegd. De Basiswet bepaalt dat een gedetineerde tuchtrechtelijk niet gestraft mag worden voor andere inbreuken en met andere sancties dan die welke omschreven worden door deze wet. De directie bevestigde en herhaalde zelf meermaals de onlosmakelijke verknochtheid tussen een tuchtovertreding en punten. Zij is hierin duidelijk: wie een tuchtinbreuk pleegt, wordt tuchtrechtelijk bestraft én krijgt punten.  De klachtencommissie kan uit dit alles niet anders dan afleiden dat de directie met het opleggen van de punten aan klager een duidelijke intentie tot bestraffen had, buiten het wettelijke kader van de Basiswet om.  De klacht is gegrond.