Ga verder naar de inhoud

KC16/22-0122

Ongegrond KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Tucht
TUCHT - RECHT VAN VERDEDIGING

Samengevat betwistte klager de vaststellingen van het personeel. Hij ontkende een handeltje te drijven. Hij verklaarde wel dat hij “sommige jongens die niets hebben, eens wat drank en snoepgoed geeft. Hij geeft dat gratis weg, om hen te helpen”. De directie wees klager erop dat het huishoudelijk reglement transacties tussen gedetineerden verbiedt. De directie heeft in de tuchtbeslissing echter uitgebreid gemotiveerd waarom zij de feiten bewezen achtte. Zij heeft klager gesanctioneerd voor een inbreuk van tweede categorie, nl. het niet - naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen, met een sanctie van drie dagen ATV.
De klachtencommissie meent dat klager geen concrete, noch overtuigende tegenindicaties aanbrengt waarom de directie zich niet enkel op het duidelijke RAD kon steunen voor het nemen van haar beslissing. De klachtencommissie  ziet dan ook geen reden  waarom  de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet  had  mogen  steunen op het RAD. Bovendien heeft klager zelf toegegeven dat hij zaken gratis weggeeft. De klachtencommissie is bijgevolg van oordeel dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuk. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van drie dagen ATV. Voor een inbreuk van tweede categorie is de maximale sanctie vijftien dagen waardoor de sanctie wettig is en bovendien niet onredelijk of onbillijk. De klacht is ongegrond.