KC16/22-0126
Ongegrond
Gegrond
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Tucht
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - PUNTENSYSTEEM
De klachtencommissie heeft kennis genomen van het rapport. De klachtencommissie meent dat het rapport uitgebreide en gedetailleerde vaststellingen bevat waaruit duidelijk blijkt dat er anabole steroïden werden gevonden op de cel van klager, wettelijk verboden producten. De klachtencommissie is van oordeel dat klager zowel op de tuchthoorzitting als op de zitting van de klachtencommissie geen concrete, noch overtuigende tegenindicaties heeft aangebracht waarom de vaststellingen van het personeel niet correct zouden zijn. Zo brengt klager geen geloofwaardige argumenten aan waarom de inhoud van de flacons niet zou overeenstemmen met het etiket op de flacons. Bovendien is het ook zeer ongeloofwaardig dat klager, die al lang aan het wachten was op zijn rijst die hij had besteld via de kantine, de rijst die hij uit nood had gekregen van zijn medegedetineerde, nog niet had gebruikt. Tot slot was klager al gekend voor het bezit van anabole steroïden en merkte de directie een opvallende verandering op in zijn lichaamsbouw. De klachtencommissie is bijgevolg van oordeel dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuk. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 21 dagen ATV. Voor een inbreuk van eerste categorie is de maximale sanctie dertig dagen waardoor de sanctie wettig is. Gelet op de uitzondering die werd gemaakt voor zijn opleiding en het tuchtrechtelijke verleden van klager is de sanctie bovendien niet onredelijk of onbillijk. De klacht is ongegrond.
Klager kreeg naar aanleiding van de tuchtbeslissing 5 punten opgelegd. De Basiswet bepaalt dat een gedetineerde tuchtrechtelijk niet gestraft mag worden voor andere inbreuken en met andere sancties dan die welke omschreven worden door deze wet. De directie bevestigde en herhaalde zelf meermaals de onlosmakelijke verknochtheid tussen een tuchtovertreding en punten. Zij is hierin duidelijk: wie een tuchtinbreuk pleegt, wordt tuchtrechtelijk bestraft én krijgt punten. De klachtencommissie kan uit dit alles niet anders dan afleiden dat de directie met het opleggen van de punten aan klager een duidelijke intentie tot bestraffen had, buiten het wettelijke kader van de Basiswet om. De klacht is gegrond.
De klachtencommissie heeft kennis genomen van het rapport. De klachtencommissie meent dat het rapport uitgebreide en gedetailleerde vaststellingen bevat waaruit duidelijk blijkt dat er anabole steroïden werden gevonden op de cel van klager, wettelijk verboden producten. De klachtencommissie is van oordeel dat klager zowel op de tuchthoorzitting als op de zitting van de klachtencommissie geen concrete, noch overtuigende tegenindicaties heeft aangebracht waarom de vaststellingen van het personeel niet correct zouden zijn. Zo brengt klager geen geloofwaardige argumenten aan waarom de inhoud van de flacons niet zou overeenstemmen met het etiket op de flacons. Bovendien is het ook zeer ongeloofwaardig dat klager, die al lang aan het wachten was op zijn rijst die hij had besteld via de kantine, de rijst die hij uit nood had gekregen van zijn medegedetineerde, nog niet had gebruikt. Tot slot was klager al gekend voor het bezit van anabole steroïden en merkte de directie een opvallende verandering op in zijn lichaamsbouw. De klachtencommissie is bijgevolg van oordeel dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuk. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 21 dagen ATV. Voor een inbreuk van eerste categorie is de maximale sanctie dertig dagen waardoor de sanctie wettig is. Gelet op de uitzondering die werd gemaakt voor zijn opleiding en het tuchtrechtelijke verleden van klager is de sanctie bovendien niet onredelijk of onbillijk. De klacht is ongegrond.
Klager kreeg naar aanleiding van de tuchtbeslissing 5 punten opgelegd. De Basiswet bepaalt dat een gedetineerde tuchtrechtelijk niet gestraft mag worden voor andere inbreuken en met andere sancties dan die welke omschreven worden door deze wet. De directie bevestigde en herhaalde zelf meermaals de onlosmakelijke verknochtheid tussen een tuchtovertreding en punten. Zij is hierin duidelijk: wie een tuchtinbreuk pleegt, wordt tuchtrechtelijk bestraft én krijgt punten. De klachtencommissie kan uit dit alles niet anders dan afleiden dat de directie met het opleggen van de punten aan klager een duidelijke intentie tot bestraffen had, buiten het wettelijke kader van de Basiswet om. De klacht is gegrond.