TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN - RECHT VAN VERDEDIGING
Er werd een RAD opgemaakt omdat er tijdens een celcontrole in de cel van klager en zijn celgenoot een USB-stick werd gevonden in het televisietoestel. Tegenover de opsteller en de getuige had klager toegegeven dat de USB-stick van hem was. Later werd een observatienota opgemaakt naar aanleiding van een discussie tussen klager en zijn celgenoot. In de nota wordt melding gemaakt dat klager ten onrechte het bezit van de USB-stick op zich had genomen en dat de USB-stick van zijn celgenoot was. Beide gedetineerden hebben dit zo bevestigd aan de opsteller. Klager werd opgeroepen voor de tuchthoorzitting. De directie ontving een ingevulde verklaring door klager dat hij niet wenste gehoord te worden. De klachtencommissie stelt vast dat klager drie dagen voor de tuchtrechtelijke hoorzitting werd uitgenodigd. Klager verklaarde tijdens de zitting dat hij op het moment van de uitnodiging wist dat hij op dat moment ook bezoek had. Klager heeft deze overlap niet gemeld, noch een verzoek tot uitstel gericht aan de directie. Tot slot vulde hij de verklaring in dat hij niet wenste gehoord te worden. Bijgevolg besluit de klachtencommissie dat klager afstand had gedaan van zijn recht om gehoord te worden. De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op de initiële bekentenis van klager. De directie heeft in haar beslissing gemotiveerd waarom zij geen rekening houdt met de bekentenis van de celgenoot. De klachtencommissie stelt bovendien vast de verklaringen van klager soms onjuist of ongeloofwaardig zijn. De klachtencommissie is bijgevolg van oordeel dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuk. De klacht is ongegrond.
Er werd een RAD opgemaakt omdat er tijdens een celcontrole in de cel van klager en zijn celgenoot een USB-stick werd gevonden in het televisietoestel. Tegenover de opsteller en de getuige had klager toegegeven dat de USB-stick van hem was. Later werd een observatienota opgemaakt naar aanleiding van een discussie tussen klager en zijn celgenoot. In de nota wordt melding gemaakt dat klager ten onrechte het bezit van de USB-stick op zich had genomen en dat de USB-stick van zijn celgenoot was. Beide gedetineerden hebben dit zo bevestigd aan de opsteller. Klager werd opgeroepen voor de tuchthoorzitting. De directie ontving een ingevulde verklaring door klager dat hij niet wenste gehoord te worden. De klachtencommissie stelt vast dat klager drie dagen voor de tuchtrechtelijke hoorzitting werd uitgenodigd. Klager verklaarde tijdens de zitting dat hij op het moment van de uitnodiging wist dat hij op dat moment ook bezoek had. Klager heeft deze overlap niet gemeld, noch een verzoek tot uitstel gericht aan de directie. Tot slot vulde hij de verklaring in dat hij niet wenste gehoord te worden. Bijgevolg besluit de klachtencommissie dat klager afstand had gedaan van zijn recht om gehoord te worden. De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op de initiële bekentenis van klager. De directie heeft in haar beslissing gemotiveerd waarom zij geen rekening houdt met de bekentenis van de celgenoot. De klachtencommissie stelt bovendien vast de verklaringen van klager soms onjuist of ongeloofwaardig zijn. De klachtencommissie is bijgevolg van oordeel dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuk. De klacht is ongegrond.