KC16/23-0021
Ongegrond
Gegrond
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Fouille op het lichaam
FOUILLE OP HET LICHAAM - MOTIVERING - VERBODEN SUBSTANTIES
Klager dient een klacht in omdat hij op één week tijd één celcontrole en twee naaktfouilles heeft gehad.
Wat betreft de celcontrole verwijst men naar het fouilleplan. In iedere gevangenis is een rotatiesysteem ontworpen zodat iedere cel regelmatig wordt gecontroleerd. Het fouilleplan van Leuven - centraal bepaalt dat: “behoudens vleugels B en E waar dagelijks twee onderzoeken van verblijfsruimtes worden uitgevoerd, per vleugel één cel aan controle wordt onderworpen.” Zowel uit het verweer als de verklaringen ter zitting, is gebleken dat de celcontrole werd uitgevoerd op basis van het fouilleplan. De klachtencommissie is van oordeel dat een celcontrole uitgevoerd op basis van het fouilleplan, wordt uitgevoerd overeenkomstig de richtlijnen van de directeur en dus een beslissing namens de directeur is. De klacht is ontvankelijk.
De klachtencommissie is van oordeel dat celcontroles op basis van het fouilleplan gerechtvaardigd zijn teneinde de orde en veiligheid in de gevangenis te bewaren. De klacht is ongegrond.
Wat betreft de naaktfouilles werd in beide beslissingen identiek dezelfde motivering verschaft, namelijk: “Wij hebben vermoedens dat betrokkene mogelijks zal trachten verboden substanties binnen te brengen na zijn bezoekmodaliteit. Fouillering aan het lichaam is aangewezen.” De klachtencommissie onderschrijft het belang en de noodzaak om naaktfouilles te bevelen ter vrijwaring van de orde en de veiligheid. De klachtencommissie is echter van oordeel dat de motivering van de beslissingen geen concrete elementen aanhaalt waarom men vermoedt dat klager na het bezoek met zijn partner in het bezit zou zijn van verboden voorwerpen. Er is sprake van vermoedens maar deze vermoedens worden niet geconcretiseerd. Pas in het verweer van de directie is er sprake van meldingen van verschillende medegedetineerden, in combinatie met gegevens uit het verleden. Tijdens de zitting heeft de directie verklaard dat men ervoor heeft gekozen om deze meldingen niet te publiceren. Indien de directie zich echter beroept op een uitzondering van de formele motiveringsplicht, moet zij dit ook expliciet vermelden in de beslissing. Dit heeft zij nagelaten.
Wat betreft de gegevens uit het verleden, is de klachtencommissie op de hoogte dat klager tuchtrechtelijk werd gesanctioneerd wegens het inslikken van een USB-stick en verdovende middelen. De nota van DG EPI over de interpretatie van het begrip individuele aanwijzing bij fouillering verwijst echter slechts naar tuchtinbreuken die in
de afgelopen drie maanden werd gepleegd. Sinds augustus 2022 heeft klager geen tuchtsancties meer opgelopen. Daarnaast stelt een andere nota van DG EPI dat een (ongestoord) bezoek op zich staand, zonder bijkomende concrete elementen, geen individuele aanwijzing vormt die een fouillering op het lichaam rechtvaardigt. De klachtencommissie meent dat de fouilleringen niet werden verantwoord door het gedrag van klager. Zo werd geen rapport aan de directeur of een observatienota gemaakt waarin sprake was van verdachte handelingen tijdens het bezoek.
De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissingen tot het opleggen van een fouillering op het lichaam niet voldoen aan de voorwaarden uit de Basiswet. De klacht is gegrond.
Klager dient een klacht in omdat hij op één week tijd één celcontrole en twee naaktfouilles heeft gehad.
Wat betreft de celcontrole verwijst men naar het fouilleplan. In iedere gevangenis is een rotatiesysteem ontworpen zodat iedere cel regelmatig wordt gecontroleerd. Het fouilleplan van Leuven - centraal bepaalt dat: “behoudens vleugels B en E waar dagelijks twee onderzoeken van verblijfsruimtes worden uitgevoerd, per vleugel één cel aan controle wordt onderworpen.” Zowel uit het verweer als de verklaringen ter zitting, is gebleken dat de celcontrole werd uitgevoerd op basis van het fouilleplan. De klachtencommissie is van oordeel dat een celcontrole uitgevoerd op basis van het fouilleplan, wordt uitgevoerd overeenkomstig de richtlijnen van de directeur en dus een beslissing namens de directeur is. De klacht is ontvankelijk.
De klachtencommissie is van oordeel dat celcontroles op basis van het fouilleplan gerechtvaardigd zijn teneinde de orde en veiligheid in de gevangenis te bewaren. De klacht is ongegrond.
Wat betreft de naaktfouilles werd in beide beslissingen identiek dezelfde motivering verschaft, namelijk: “Wij hebben vermoedens dat betrokkene mogelijks zal trachten verboden substanties binnen te brengen na zijn bezoekmodaliteit. Fouillering aan het lichaam is aangewezen.” De klachtencommissie onderschrijft het belang en de noodzaak om naaktfouilles te bevelen ter vrijwaring van de orde en de veiligheid. De klachtencommissie is echter van oordeel dat de motivering van de beslissingen geen concrete elementen aanhaalt waarom men vermoedt dat klager na het bezoek met zijn partner in het bezit zou zijn van verboden voorwerpen. Er is sprake van vermoedens maar deze vermoedens worden niet geconcretiseerd. Pas in het verweer van de directie is er sprake van meldingen van verschillende medegedetineerden, in combinatie met gegevens uit het verleden. Tijdens de zitting heeft de directie verklaard dat men ervoor heeft gekozen om deze meldingen niet te publiceren. Indien de directie zich echter beroept op een uitzondering van de formele motiveringsplicht, moet zij dit ook expliciet vermelden in de beslissing. Dit heeft zij nagelaten.
Wat betreft de gegevens uit het verleden, is de klachtencommissie op de hoogte dat klager tuchtrechtelijk werd gesanctioneerd wegens het inslikken van een USB-stick en verdovende middelen. De nota van DG EPI over de interpretatie van het begrip individuele aanwijzing bij fouillering verwijst echter slechts naar tuchtinbreuken die in
de afgelopen drie maanden werd gepleegd. Sinds augustus 2022 heeft klager geen tuchtsancties meer opgelopen. Daarnaast stelt een andere nota van DG EPI dat een (ongestoord) bezoek op zich staand, zonder bijkomende concrete elementen, geen individuele aanwijzing vormt die een fouillering op het lichaam rechtvaardigt. De klachtencommissie meent dat de fouilleringen niet werden verantwoord door het gedrag van klager. Zo werd geen rapport aan de directeur of een observatienota gemaakt waarin sprake was van verdachte handelingen tijdens het bezoek.
De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissingen tot het opleggen van een fouillering op het lichaam niet voldoen aan de voorwaarden uit de Basiswet. De klacht is gegrond.