KC16/23-0061
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
Tucht
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN
De klacht tegen een beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel is niet-ontvankelijk.
Uit zijn klachtenformulier blijkt dat klager een klacht heeft ingediend tegen een voorlopige maatregel. De directie heeft in haar verweer vermeld dat er geen voorlopige maatregel werd opgelegd in afwachting van de tuchtbeslissing. Bij gebreke aan een beslissing van de directeur, is deze klacht onontvankelijk.
De klacht tegen de tuchtbeslissing is ontvankelijk, maar niet gegrond.
Gelet op de inhoud van zijn klachtenformulier, betwist klager de tuchtinbreuk en bijgevolg het opleggen van een sanctie niet. Klager meent echter dat hij een te zware sanctie heeft gekregen. De klachtencommissie beperkt haar onderzoek bijgevolg tot de wettelijkheid en redelijkheid van de straftoemeting. In de tuchtbeslissing werd klager gesanctioneerd voor het bezit of het gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken, een inbreuk van eerste categorie. De directeur heeft een algemene tuchtsanctie van dertig dagen ATV opgelegd. Voor een inbreuk van eerste categorie kan maximaal dertig dagen ATV worden opgelegd en niet 21 dagen zoals klager beweert in zijn klacht. De tuchtsanctie is bijgevolg wettig. De klachtencommissie is bovendien van oordeel dat de tuchtsanctie ook niet onredelijk of onbillijk is. De directeur heeft in de tuchtbeslissing expliciet verwezen naar het aspect van herhaling, namelijk de omstandigheid dat klager voor de zesde keer in twee jaar tijd betrapt werd op het bezit van een gsm. Een feit dat klager niet ontkent aangezien hij dit ook aanhaalt in zijn klacht. Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond.
De klacht tegen een beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel is niet-ontvankelijk.
Uit zijn klachtenformulier blijkt dat klager een klacht heeft ingediend tegen een voorlopige maatregel. De directie heeft in haar verweer vermeld dat er geen voorlopige maatregel werd opgelegd in afwachting van de tuchtbeslissing. Bij gebreke aan een beslissing van de directeur, is deze klacht onontvankelijk.
De klacht tegen de tuchtbeslissing is ontvankelijk, maar niet gegrond.
Gelet op de inhoud van zijn klachtenformulier, betwist klager de tuchtinbreuk en bijgevolg het opleggen van een sanctie niet. Klager meent echter dat hij een te zware sanctie heeft gekregen. De klachtencommissie beperkt haar onderzoek bijgevolg tot de wettelijkheid en redelijkheid van de straftoemeting. In de tuchtbeslissing werd klager gesanctioneerd voor het bezit of het gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken, een inbreuk van eerste categorie. De directeur heeft een algemene tuchtsanctie van dertig dagen ATV opgelegd. Voor een inbreuk van eerste categorie kan maximaal dertig dagen ATV worden opgelegd en niet 21 dagen zoals klager beweert in zijn klacht. De tuchtsanctie is bijgevolg wettig. De klachtencommissie is bovendien van oordeel dat de tuchtsanctie ook niet onredelijk of onbillijk is. De directeur heeft in de tuchtbeslissing expliciet verwezen naar het aspect van herhaling, namelijk de omstandigheid dat klager voor de zesde keer in twee jaar tijd betrapt werd op het bezit van een gsm. Een feit dat klager niet ontkent aangezien hij dit ook aanhaalt in zijn klacht. Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond.