KC16/23-0066
Ongegrond
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
BEZOEK - ONGESTOORD BEZOEK - MOTIVERING
De klacht betreft de beslissing tot weigering van de aanvraag voor ongestoord bezoek van de directie van de gevangenis.
Klager diende een aanvraag in voor ongestoord bezoek met zijn niet-samenwonende vriendin, een bezoekster van categorie 2. Bezoekers van categorie 2 worden toegelaten tot het bezoek na een voorafgaande toelating door de directeur. De directie ontving de aanvraag van klager en zijn vriendin zodat de weigeringsbeslissing net binnen de termijn van één maand na de aanvraag werd genomen. De schriftelijke weigeringsbeslissing bevat bovendien de motivering van de directie waarom zij meent dat één van de weigeringsgronden uit de Basiswet, namelijk de persoonlijkheid van klager die een contra-indicatie vormt voor de toekenning, van toepassing is.
Tenslotte staat in de tijdelijke weigeringsbeslissing ook vermeld dat klager vanaf 12.07, dit is drie maanden na de weigeringsbeslissing, een nieuwe aanvraag tot ongestoord bezoek kan indienen. De klachtencommissie meent dat de weigeringsbeslissing niet strijdig is met de Basiswet en de bepalingen in het Koninklijk Besluit van 8 april 2011.
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van de motivering in de weigeringsbeslissing, het advies van de PSD dat steeds dient te worden gevraagd alvorens de directeur een beslissing kan nemen, het tucht- en strafregister van klager en de vonnissen van de rechtbank van eerste aanleg waarin klager werd veroordeeld wegens intrafamiliaal geweld. De klachtencommissie besluit dat de directie tot een zorgvuldige analyse is gekomen. De klachtencommissie is van oordeel dat de weigeringsbeslissing geen onredelijke beslissing is gelet op het recente straf- en tuchtrechtelijke verleden van klager waarin geweld en middelengebruik frequent voorkwamen. Bovendien is de bezoekster van klager het slachtoffer geweest van intrafamiliaal geweld. Tenslotte hebben klager en zijn vriendin pas sinds maart 2023 opnieuw een relatie nadat mevrouw sinds begin 2022 niet meer op bezoek kwam en klager aangaf louter nog een vriendschappelijke band te hebben. Bovenstaande elementen samengenomen, begrijpt de klachtencommissie de beslissing van de directie om het ongestoord bezoek voorlopig te ontzeggen nu de veiligheid van bezoekster niet gegarandeerd kan worden.Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond.
De klacht betreft de beslissing tot weigering van de aanvraag voor ongestoord bezoek van de directie van de gevangenis.
Klager diende een aanvraag in voor ongestoord bezoek met zijn niet-samenwonende vriendin, een bezoekster van categorie 2. Bezoekers van categorie 2 worden toegelaten tot het bezoek na een voorafgaande toelating door de directeur. De directie ontving de aanvraag van klager en zijn vriendin zodat de weigeringsbeslissing net binnen de termijn van één maand na de aanvraag werd genomen. De schriftelijke weigeringsbeslissing bevat bovendien de motivering van de directie waarom zij meent dat één van de weigeringsgronden uit de Basiswet, namelijk de persoonlijkheid van klager die een contra-indicatie vormt voor de toekenning, van toepassing is.
Tenslotte staat in de tijdelijke weigeringsbeslissing ook vermeld dat klager vanaf 12.07, dit is drie maanden na de weigeringsbeslissing, een nieuwe aanvraag tot ongestoord bezoek kan indienen. De klachtencommissie meent dat de weigeringsbeslissing niet strijdig is met de Basiswet en de bepalingen in het Koninklijk Besluit van 8 april 2011.
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van de motivering in de weigeringsbeslissing, het advies van de PSD dat steeds dient te worden gevraagd alvorens de directeur een beslissing kan nemen, het tucht- en strafregister van klager en de vonnissen van de rechtbank van eerste aanleg waarin klager werd veroordeeld wegens intrafamiliaal geweld. De klachtencommissie besluit dat de directie tot een zorgvuldige analyse is gekomen. De klachtencommissie is van oordeel dat de weigeringsbeslissing geen onredelijke beslissing is gelet op het recente straf- en tuchtrechtelijke verleden van klager waarin geweld en middelengebruik frequent voorkwamen. Bovendien is de bezoekster van klager het slachtoffer geweest van intrafamiliaal geweld. Tenslotte hebben klager en zijn vriendin pas sinds maart 2023 opnieuw een relatie nadat mevrouw sinds begin 2022 niet meer op bezoek kwam en klager aangaf louter nog een vriendschappelijke band te hebben. Bovenstaande elementen samengenomen, begrijpt de klachtencommissie de beslissing van de directie om het ongestoord bezoek voorlopig te ontzeggen nu de veiligheid van bezoekster niet gegarandeerd kan worden.Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond.