Ga verder naar de inhoud

KC16/23-0067

Ongegrond Gegrond KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Andere beslissing directeur Tucht
TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN - PUNTENSYSTEEM - MOTIVERING

De klacht betreft de tuchtbeslissing en de beslissing tot het opleggen van vijf punten van de directie van de gevangenis.

Wat betreft de tuchtbeslissing:
Gelet op de inhoud van zijn klachtenformulier, betwist klager de tuchtinbreuk en bijgevolg het opleggen van een sanctie niet. Klager meent echter dat hij een te zware sanctie heeft gekregen. De klachtencommissie beperkt haar onderzoek bijgevolg tot de wettelijkheid en redelijkheid van de straftoemeting.
In de tuchtbeslissing werd klager gesanctioneerd voor het bezit of het gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken, een inbreuk van eerste categorie. De directeur heeft een algemene tuchtsanctie van twintig dagen ATV opgelegd. Voor een inbreuk van eerste categorie kan maximaal dertig dagen ATV worden opgelegd en niet vijftien dagen zoals klager beweert in zijn klacht. De tuchtsanctie is bijgevolg wettig. De klachtencommissie is bovendien van oordeel dat de tuchtsanctie ook niet onredelijk of onbillijk isgelet op het beperkte schuldinzicht van klager.
Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond.

Wat betreft de beslissing tot het opleggen van vijf punten:
De  directie  blijft van oordeel dat het toekennen van punten het automatische gevolg is van het plegen van een bepaalde tuchtinbreuk – en dit op basis van de brochure basisregime– en dus geen voorafgaande individuele beoordeling van de gevangenisdirecteur veronderstelt. De toekenning van punten is volgens haar niet meer dan de loutere toepassing van de brochure basisregime. De klachtencommissie is een andere mening toegedaan. De beslissing om een gedetineerde van het ene naar het andere regime over te plaatsen, is inherent een geïndividualiseerde beslissing die een welbepaalde gedetineerde  (be)treft. Ook al giet de directie  haar beslissingsbevoegdheid omtrent cel- en regimemutaties in algemene richtlijnen die automatisch uitwerking  zouden  vinden, in casu het puntensysteem, betekent dit niet  dat  de directie  hierdoor  het  toezicht  van de klachtencommissie ontloopt. 

In tegenstelling tot wat de directie beweert, kan de klachtencommissie vaststellen dat de Brochure Basisregime  – althans op papier –  deze noodzakelijke individualiseringsgedachte  nochtans duidelijk verwoordt: “Bij de overweging van de overstap  van het opendeurregime naar het basisregime, wordt rekening gehouden met  het aantal observatienota's en beslissingen tot tuchtsancties voor  gedragingen die vooral binnen een  opendeurregime  storend  zijn.” De toekenning van punten blijft bijgevolg onmiskenbaar een beslissing van de directie  ten aanzien van een individuele gedetineerde, klager.Dit wordt bevestigd door de onlosmakelijke verknochtheid tussen het puntensysteem en de tuchtprocedure.  De directie stelt immers dat “iedere gedetineerde die één van de tuchtrechtelijke inbreuken pleegt die worden weerhouden in het basisregime, punten krijgt toebedeeld.” Wanneer  de directie dus een tuchtbeslissing neemt, neemt zij daardoor ook onmiddellijk in dat concrete, individuele geval een beslissing over de toegekende punten. De klachtencommissie besluit dat de toekenning van vijf punten een individuele beslissing van de
directeur is.   De klacht is ontvankelijk, zodat de klachtencommissie overgaat tot het onderzoek ten gronde.

De klachtencommissie meent dat niet voldoende aandacht werd besteed aan de motivering van de beslissing. Iedere gedetineerde krijgt hetzelfde puntenbriefje waar enkel het aantal punten naderhand wordt ingevuld. De motivering is bijgevolg niet geïndividualiseerd. In deze standaardmotivering wordt de doelstelling van het puntensysteem, namelijk een essentieel instrument vormt ter handhaving van de goede werking van het gedifferentieerd regime niet vermeld, noch verduidelijkt. In de standaardmotivering wordt tenslotte niet gemotiveerd waarom klager een gevaar zou vormen voor de goede werking van het gedifferentieerde regime. De klachtencommissie besluit dat de motivering niet afdoende was, in die zin dat ze de gedetineerde niet in staat stelde om de beslissing en de motieven die tot de beslissing geleid hebben te begrijpen. De beslissing voldoet bijgevolg niet aan de vereiste zoals gesteld in artikel 8 van de basiswet. De Basiswet bepaalt bovendien dat een gedetineerde tuchtrechtelijk niet gestraft mag worden voor andere inbreuken en met andere sancties dan die welke omschreven worden door deze wet. De
directie bevestigde  en herhaalde meermaals de onlosmakelijke verknochtheid tussen het puntensysteem en de tuchtprocedure.  Zij is hierin steeds duidelijk geweest: “wie een tuchtinbreuk pleegt, wordt tuchtrechtelijk bestraft én krijgt punten toegekend.” Maar voor de afhandeling van tuchtinbreuken riep  de Basiswet  net een geformaliseerde tuchtprocedure in het leven.

De klachtencommissie is van oordeel dat de toekenning van punten een tuchtsanctie is, die niet voorzien is in de Basiswet. Het oordeel van de klachtencommissie wordt bevestigd in het ambtshalve advies van de CTRG betreffende het huishoudelijk reglement (algemeen gedeelte) van de gevangenissen, goedgekeurd op 20.10.2022.14
Om deze redenen is de klacht kennelijk gegrond.