Ga verder naar de inhoud

KC16/23-0072

Ongegrond Gegrond Onontvankelijk KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Andere beslissing directeur Tucht
CELCONTROLE - UITVOERING - TUCHT - PUNTENSYSTEEM - MOTIVERING - TERMIJN - HUISHOUDELIJK REGLEMENT

Klager dient verschillende klachten in.

Wat betreft de celcontrole:
Klager heeft in eerste instantie een klacht ingediend omdat hij niet akkoord is dat zijn cel werd onderzocht.
De klachtencommissie is van oordeel dat celcontroles op basis van het fouilleplan gerechtvaardigd zijn teneinde de orde en veiligheid in de gevangenis te bewaren. De celcontrole was niet onwettig, noch onredelijk of onbillijk. De klacht tegen de beslissing namens de directeur om een celcontrole bij klager uit te voeren, is bijgevolg ongegrond.

Naast de beslissing om een celcontrole uit te voeren, klaagt klager ook de wijze waarop decelcontrole werd uitgevoerd aan:
Klager heeft in zijn klacht alsook tijdens de zitting verklaard dat zijn specerijen na de controle uitgestrooid lagen. Bovendien zou er met één en dezelfde lepel geroerd zijn in zijn potten choco, confituur en mayonaise zonder dat de lepel telkens werd afgekuist. De celcontrole werd uitgevoerd door één personeelslid hoewel de directie de aanbeveling dat een celcontrole uitgevoerd wordt in aanwezigheid van minimum één ander lid van het bewakingspersoneel, onderschrijft. Een ander lid van het bewakingspersoneel dan de beambte die de celcontrole uitvoerde, kan de verklaringen van klager dus niet weerleggen. Klager deed ook zijn beklag over de celcontrole bij de kwartierchef. De klachtencommissie heeft geen redenen om aan te nemen dat de verklaringen van klager ongeloofwaardig zouden zijn. De klachtencommissie begrijpt dat een grondige celcontrole noodzakelijk is om de orde en veiligheid in de gevangenis te handhaven. De klachtencommissie meent echter dat de geschetste wijze van uitvoering in strijd is met het voorschrift om de waardigheid van de gedetineerde te eerbiedigen. Door middel van simpele aanpassingen in de procedure is de klachtencommissie van oordeel dat een zelfde grondige controle mogelijk is waarbij de inboedel van een gedetineerde wel in oorspronkelijke staat kan hersteld worden (bv. kruiden via een trechter teruggieten, drie lepels gebruiken in plaats van één). De klachtencommissie besluit dat de uitvoering van de celcontrole strijdig was met
Collectieve Brief nr. 141. De klacht is gegrond.

Wat betreft de overige controles:
Klager haalt in zijn klacht aan dat hij zich geviseerd voelt omdat hij in één maand drie keer werd gecontroleerd. De Basiswet schrijft voor dat een gedetineerde in zijn klacht zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover wordt geklaagd vermeldt. Uitgezonderd de celcontrole die hierboven werd besproken, preciseert klager niet welke controles hij betwist. Tijdens de zitting hebben partijen het uittreksel van de agenda overlopen en is gebleken dat klager op 11 april kledijcontrole kreeg, op 24 maart celcontrole kreeg en op een niet verduidelijkte datum nog een celcontrole. Een klacht moet uiterlijk de zevende dag na die waarop de gedetineerde kennis heeft gekregen van de bestreden beslissing, worden ingediend. De klacht is gedateerd op 25.04.2023 zodat de klacht tegen deze controlemaatregelen laattijdig is.
De klacht is onontvankelijk.

Wat betreft de inbeslagname van de tondeuse en elektrische tandenborstel:
Tijdens de zitting heeft klager toegegeven dat hij de radio, nachtlamp en ventilator had gekregen van een medegedetineerde. De verkopen, ruilingen, leningen en schenkingen tussen gedetineerden zijn verboden. De voorwerpen die zonder toelating van de directeur op deze manier verkregen zijn, worden tegen ontvangstbewijs in bewaring genomen. Klager verklaart daarentegen dat de tandenborstel en de tondeuse wel van hem zijn en hij wil deze terug. Hij had deze voorwerpen al in zijn bezit in de gevangenis van Antwerpen. Na de zitting van de klachtencommissie heeft klager een kopie van een inventarislijst bezorgd met daarop al zijn bezittingen bij zijn overplaatsing van de gevangenis van Antwerpen naar de gevangenis van Turnhout. In het overzicht van goederen die hij in zijn verblijfsruimte had, staat onder andere vermeld trimmer “Babybliss” en elektrische tandenborstel Oral-B. De klachtencommissie besluit dat de verklaring van klager klopt, de tondeuse en tandenborstel zijn van
hem. Op basis van geraadpleegde regelgeving besluit de klachtencommissie dat klager zijn tondeuse en elektrische tandenborstel op cel mag hebben zodat de beslissing om deze voorwerpen definitief te deponeren, onwettig is. De klacht is gegrond.

Wat betreft de tuchtbeslissing:
Wanneer een lid van het personeel een feit vaststelt waarvan hij vermoedt dat het een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakt, stelt hij een rapport op voor de directeur. De directeur laat zich verder alle nuttige informatie bezorgen voor de beoordeling van de zaak. In casu heeft een personeelslid het RAD opgemaakt, werd het bovendien ondertekend door twee getuigen en nam de directeur er kennis van. De directeur oordeelt vervolgens over het bewezen zijn van de feiten en dus over de vraag of de
voorgelegde gegevens, in casu het RAD, volstaan om de ten laste gelegde feiten voor bewezen te houden.
De klachtencommissie meent dat dit rapport uitgebreide en gedetailleerde vaststellingen bevat over de beledigende, bedreigende en opruiende houding van klager naar aanleiding van de celcontrole. De klachtencommissie is bijgevolg van oordeel dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuken. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van dertien dagen ATV wegens: de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit of de bedreiging daarmee, een inbreuk van eerste categorie; de opzettelijke aantasting van de orde, een inbreuk van eerste categorie en het beledigen van personen, een inbreuk van tweede categorie. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie kan maximaal dertig dagen ATV opgelegd worden. De tuchtsanctie was bijgevolg wettig. Gelet op de ernst van het incident is de sanctie bovendien niet onredelijk of onbillijk. De klacht is ongegrond.

Wat betreft de beslissing tot het opleggen van vijf punten:
De klachtencommissie is van oordeel dat de toekenning van punten een tuchtsanctie is, die niet voorzien is in de Basiswet. Het oordeel van de klachtencommissie wordt bevestigd in het ambtshalve advies van de CTRG betreffende het huishoudelijk reglement (algemeen gedeelte) van de gevangenissen, goedgekeurd op 20.10.2022.26
Om deze redenen is de klacht gegrond.