KC16/23-0090
Ongegrond
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
VOORLOPIGE MAATREGEL
De klacht betreft de beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel door de directie van de gevangenis.
Er werd een rapport aan de directeur (RAD) opgesteld teneinde een incident tijdens de wandeling te melden aan de directeur. Opsteller zou gezien hebben hoe een gedetineerde een slagin het aangezicht kreeg waardoor deze achterover viel. Hij stond terug recht en kreeg even later opnieuw een slag in het gezicht, deze keer van klager. Ondertussen had opsteller alarm gedrukt en waren de collega’s op tijd om het niet verder te laten escaleren.
Ingevolge bovenstaand RAD, heeft de directeur een voorlopige maatregel opgelegd omdat zij van oordeel was dat de interne veiligheid ernstig en opzettelijk was aangetast door de vechtpartij. Vanaf dat moment moest klager, in afwachting van de tuchtprocedure, verblijven in zijn cel en werd hij uitgesloten van deelname aan alle gemeenschappelijke activiteiten. De interne veiligheid is een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt. De klachtencommissie is van oordeel dat een vechtpartij tussen gedetineerden binnen een opendeurregime (waaronder vleugel E) een ernstige en opzettelijke aantasting van de orde en de veiligheid uitmaakt waarbij het risico op escalatie bovendien groot is. De klachtencommissie meent dat de beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel wettig was.
Gelet op het opendeurregime waarin klager en het slachtoffer verbleven, begrijpt de klachtencommissie dat het voor de directie noodzakelijk was om beide gedetineerden uit elkaar te houden opdat het incident verder onderzocht kon worden. Het was immers niet volledig duidelijk hoe de vork in de steel zat aangezien verschillende gedetineerden betrokken waren. De klachtencommissie besluit dat de directie bovendien in redelijkheid en billijkheid heeft beslist. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
De klacht betreft de beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel door de directie van de gevangenis.
Er werd een rapport aan de directeur (RAD) opgesteld teneinde een incident tijdens de wandeling te melden aan de directeur. Opsteller zou gezien hebben hoe een gedetineerde een slagin het aangezicht kreeg waardoor deze achterover viel. Hij stond terug recht en kreeg even later opnieuw een slag in het gezicht, deze keer van klager. Ondertussen had opsteller alarm gedrukt en waren de collega’s op tijd om het niet verder te laten escaleren.
Ingevolge bovenstaand RAD, heeft de directeur een voorlopige maatregel opgelegd omdat zij van oordeel was dat de interne veiligheid ernstig en opzettelijk was aangetast door de vechtpartij. Vanaf dat moment moest klager, in afwachting van de tuchtprocedure, verblijven in zijn cel en werd hij uitgesloten van deelname aan alle gemeenschappelijke activiteiten. De interne veiligheid is een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt. De klachtencommissie is van oordeel dat een vechtpartij tussen gedetineerden binnen een opendeurregime (waaronder vleugel E) een ernstige en opzettelijke aantasting van de orde en de veiligheid uitmaakt waarbij het risico op escalatie bovendien groot is. De klachtencommissie meent dat de beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel wettig was.
Gelet op het opendeurregime waarin klager en het slachtoffer verbleven, begrijpt de klachtencommissie dat het voor de directie noodzakelijk was om beide gedetineerden uit elkaar te houden opdat het incident verder onderzocht kon worden. Het was immers niet volledig duidelijk hoe de vork in de steel zat aangezien verschillende gedetineerden betrokken waren. De klachtencommissie besluit dat de directie bovendien in redelijkheid en billijkheid heeft beslist. Om deze redenen is de klacht ongegrond.