KC16/23-0098
Gegrond
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
MEDIA - REDELIJKE TERMIJN
Klager heeft een klacht ingediend omdat hij geen antwoord van de directie kreeg op zijn schriftelijke vragen met betrekking tot het voorzien van een back-upsysteem in het kader van zijn studie.
Klager heeft twee maal een schriftelijke vraag gesteld, gericht aan het directielid dat het aanspreekpunt is voor de gedetineerden die tijdens hun detentie studeren en daarbij gebruik mogen maken van het online leerplatform. Klager heeft een kopie van de schriftelijke vraag gevoegd bij zijn klacht. Omdat klager na een week nog steeds geen reactie van de directie ontving, diende hij een klacht in. De klacht is bijgevolg gericht tegen het uitblijven van
een antwoord van de directie hetgeen een verzuim uitmaakt in de zin van de Basiswet. De directie kon tijdens de zitting ook geen verklaring geven voor het uitblijven van een reactie. De klachtencommissie is van oordeel dat het onredelijk en onbillijk is dat klager nooit een antwoord op zijn schrijven mocht ontvangen hoewel dat antwoord snel en eenvoudig werd gegeven in het verweer van de directie. De klachtencommissie meent dat aan klager minstens de mededeling kon worden gedaan dat zijn vraag werd doorgegeven aan DG EPI zodat klager niet in het ongewisse bleef. De klacht is ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie beperkt zich tot het louter gegrond
verklaren van de klacht aangezien de vraag van klager intussen werd beantwoord en opgelost.
Klager heeft een klacht ingediend omdat hij geen antwoord van de directie kreeg op zijn schriftelijke vragen met betrekking tot het voorzien van een back-upsysteem in het kader van zijn studie.
Klager heeft twee maal een schriftelijke vraag gesteld, gericht aan het directielid dat het aanspreekpunt is voor de gedetineerden die tijdens hun detentie studeren en daarbij gebruik mogen maken van het online leerplatform. Klager heeft een kopie van de schriftelijke vraag gevoegd bij zijn klacht. Omdat klager na een week nog steeds geen reactie van de directie ontving, diende hij een klacht in. De klacht is bijgevolg gericht tegen het uitblijven van
een antwoord van de directie hetgeen een verzuim uitmaakt in de zin van de Basiswet. De directie kon tijdens de zitting ook geen verklaring geven voor het uitblijven van een reactie. De klachtencommissie is van oordeel dat het onredelijk en onbillijk is dat klager nooit een antwoord op zijn schrijven mocht ontvangen hoewel dat antwoord snel en eenvoudig werd gegeven in het verweer van de directie. De klachtencommissie meent dat aan klager minstens de mededeling kon worden gedaan dat zijn vraag werd doorgegeven aan DG EPI zodat klager niet in het ongewisse bleef. De klacht is ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie beperkt zich tot het louter gegrond
verklaren van de klacht aangezien de vraag van klager intussen werd beantwoord en opgelost.