Ga verder naar de inhoud

KC16/23-0100

Gegrond KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Andere beslissing directeur
BEZOEK - ONGESTOORD BEZOEK - MOTIVERING

De klacht betreft de beslissing van de directie van de gevangenis tot weigering van de aanvraag voor ongestoord bezoek.

De toelating voor het ongestoord bezoek, uitgevaardigd door de directie van de gevangenis van Dendermonde, werd door de directie van de gevangenis van Leuven - centraal ingetrokken. Klager diende een klacht in tegen deze beslissing (KC16/22-0118). De klachtencommissie vernietigde de beslissing tot intrekking waarna de directie beroep aantekende tegen de uitspraak van de klachtencommissie. De Beroepscommissie vernietigde op haar beurt de beslissing van de klachtencommissie en bevestigde de beslissing van de directie (BC/22-0263). Gelet op de uitspraak van de Beroepscommissie, zag klager zich genoodzaakt om een nieuwe aanvraag voor ongestoord bezoek in te dienen. Een gedetineerde kan hiervoor na één maand detentie een schriftelijk verzoek indienen. Ook de bezoeker moet een schriftelijke aanvraag indienen.

In casu heeft de bezoekster van klager een mail gestuurd. In haar advies aan de directie, wees de PSD op de feiten waarvoor klager veroordeeld werd en dat deze feiten op zich al nopen tot voorzichtigheid. Naast de
zwaarwichtigheid van de gepleegde feiten, verwees de PSD naar het oordeel van de gerechtspsychiater die werd aangesteld in het strafonderzoek. De directie wordt in het bijzonder gewezen op het mogelijks seksueel sadisme, de indicaties voor psychopathische persoonlijkheid en het hoog ingeschat recidive-risico. De PSD sluit af door te stellen dat het PSD-onderzoek nog niet werd opgestart en dat klager nog onvoldoende gekend is door hun dienst om actueel uitsluitsel te geven over de standvastigheid van de beschreven persoonlijkheid van klager.

De directeur besliste om de toelating niet te verlenen omdat de persoonlijkheid van klager een contra-indicatie vormt voor de toekenning van het ongestoord bezoek. In de motivering van de beslissing werd naar het voorbeeld van de PSD, opnieuw verwezen naar de gepleegde feiten waarvoor klager door het hof van beroep werd veroordeeld en naar de inhoud van het verslag van de gerechtspsychiater. De directie besluit dat er te veel risico’s verbonden zijn aan het ongestoord bezoek waardoor de veiligheid van de bezoekster niet gegarandeerd kan worden.

De klachtencommissie is van oordeel dat de directie de bepalingen van de Basiswet en het Koninklijk Besluit correct heeft toegepast en dat de weigeringsbeslissing bijgevolg wettig is. De klachtencommissie begrijpt dat de directie, gelet op de aard van de gepleegde feiten en de resultaten van het deskundigenonderzoek afgenomen tijdens het strafrechtelijk onderzoek, voorzichtig is in het toekennen van een vorm van bezoek waarbij geen toezicht of controle is. De klachtencommissie heeft begrepen dat klager dit ook begrijpt. De klachtencommissie is echter van oordeel dat de weigeringsbeslissing onredelijk en onbillijk is. De klachtencommissie heeft, aan de hand van de stukkenbundel, kennis genomen van de engagementen en hulpvraag van klager gedurende zijn detentie. Uit de stukken blijkt dat klager actief deelneemt aan het leven in de gevangenis, dat hij zich wil bijscholen op alle levensgebieden en dat hij inzicht wil verwerven over zijn problematiek.

Ten tweede is de klachtencommissie gelet op zijn eerdere klacht op de hoogte van de context. Zo nam de klachtencommissie in dossier KC16/22-0118 al kennis van de feiten waarvoor klager werd veroordeeld alsook van zijn straf die hij hiervoor kreeg. Klager werd in dossier KC16/22-0118 ook opgeroepen voor de klachtencommissie waardoor de klachtencommissie weet dat klager en zijn bezoekster al een langdurige en stabiele relatie hebben, waarbij mevrouw volledig op de hoogte is van het dossier van klager, waarbij zij in nauw contact staat met de familie van klager en zijn raadsman en dat klager en zijn partner voor de intrekking van de bezoektoelating regelmatig en
probleemloos ongestoord bezoek hadden, ook in de gevangenis van Leuven – centraal, naast de dagelijkse telefoongesprekken, tafelbezoeken, virtuele bezoeken en het familiaal bezoek.

De klachtencommissie besluit dat het onredelijk en onbillijk is dat in de beslissing om de toelating voor ongestoord bezoek niet te verlenen, geen rekening werd gehouden met de verschillende engagementen die klager tot nu toe al aanging tijdens zijn detentie en de positieve contacten die al plaatsvonden tussen klager en zijn bezoekster hoewel de directie dit expliciet erkende in haar verweer en tijdens de zitting en desondanks de beroepscommissie hier in het bijzonder op wees in haar beslissing van 31.03.2023.

De klachtencommissie vindt het bijzonder frappant dat met deze actuele factoren geen rekening werd gehouden maar wel met een deskundigenverslag uit 2020 omdat de PSD hun onderzoek nog niet heeft opgestart.
Om deze redenen is de klacht gegrond.