KC16/23-0121
Gegrond
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
PUNTENSYSTEEM
Naar aanleiding van de tuchtbeslissing, kreeg klager vijf punten toegekend conform de brochure basisregime. De directie blijft van oordeel dat het toekennen van punten het automatische gevolg is van het plegen van een bepaalde tuchtinbreuk – en dit op basis van de brochure basisregime– en dus geen voorafgaande individuele beoordeling van de gevangenisdirecteur veronderstelt. De klachtencommissie en recent ook de Beroepscommissie zijn echter een andere mening toegedaan. De toewijzing van een verblijfsruimte aan een gedetineerde is de bevoegdheid van de directie. De beslissing om een gedetineerde van het ene naar het andere regime over te plaatsen, is inherent een geïndividualiseerde beslissing die een welbepaalde gedetineerde (be)treft. Ook al giet de directie haar beslissingsbevoegdheid omtrent cel- en regimemutaties in algemene richtlijnen die automatisch uitwerking zouden vinden, in casu het puntensysteem, betekent dit niet dat de directie hierdoor het toezicht van de klachtencommissie ontloopt. De Beroepscommissie bevestigde op 13 juli 2023 voor het eerst de rechtspraak van de klachtencommissie van Leuven – centraal die beslissingen inzake het puntensysteem ontvankelijk verklaart. De klachtencommissie besluit dat de toekenning van vijf punten een individuele beslissing van de directeur was.
Naast het ontbreken van een wettelijke grondslag voor het puntensysteem, is de directie verplicht om al haar beslissingen genomen in het kader van de Basiswet, te motiveren. De gevangenisdirectie moet in haar beslissing de juridische en feitelijke overwegingen die ten grondslag liggen aan de beslissing afdoende motiveren. De klachtencommissie meent dat niet voldoende aandacht werd besteed aan de motivering van de beslissing. Iedere gedetineerde krijgt hetzelfde puntenbriefje waar enkel het aantal punten naderhand wordt ingevuld. Deze mededeling is zeer algemeen en vaag en bevat geenszins de redenen waarom men een bepaald aantal punten toekent of waarom men een gedetineerde overplaatst naar een gesloten regime. Enkel benoemen welke inbreuk aanleiding gegeven heeft, volstaat niet. De klachtencommissie besluit dat de motivering van de beslissing niet afdoende was, in die zin dat ze de gedetineerde niet in staat stelde om de beslissing en de motieven die tot de beslissing geleid hebben, te begrijpen. De beslissing voldoet bijgevolg niet aan de vereiste zoals gesteld in artikel 8 van de Basiswet. Om deze redenen is de klacht gegrond. De beslissing tot toekenning van vijf punten wordt vernietigd. Ten gevolge van de vernietiging van de beslissing, worden de gevolgen van de beslissing door de directeur ongedaan gemaakt.
Naar aanleiding van de tuchtbeslissing, kreeg klager vijf punten toegekend conform de brochure basisregime. De directie blijft van oordeel dat het toekennen van punten het automatische gevolg is van het plegen van een bepaalde tuchtinbreuk – en dit op basis van de brochure basisregime– en dus geen voorafgaande individuele beoordeling van de gevangenisdirecteur veronderstelt. De klachtencommissie en recent ook de Beroepscommissie zijn echter een andere mening toegedaan. De toewijzing van een verblijfsruimte aan een gedetineerde is de bevoegdheid van de directie. De beslissing om een gedetineerde van het ene naar het andere regime over te plaatsen, is inherent een geïndividualiseerde beslissing die een welbepaalde gedetineerde (be)treft. Ook al giet de directie haar beslissingsbevoegdheid omtrent cel- en regimemutaties in algemene richtlijnen die automatisch uitwerking zouden vinden, in casu het puntensysteem, betekent dit niet dat de directie hierdoor het toezicht van de klachtencommissie ontloopt. De Beroepscommissie bevestigde op 13 juli 2023 voor het eerst de rechtspraak van de klachtencommissie van Leuven – centraal die beslissingen inzake het puntensysteem ontvankelijk verklaart. De klachtencommissie besluit dat de toekenning van vijf punten een individuele beslissing van de directeur was.
Naast het ontbreken van een wettelijke grondslag voor het puntensysteem, is de directie verplicht om al haar beslissingen genomen in het kader van de Basiswet, te motiveren. De gevangenisdirectie moet in haar beslissing de juridische en feitelijke overwegingen die ten grondslag liggen aan de beslissing afdoende motiveren. De klachtencommissie meent dat niet voldoende aandacht werd besteed aan de motivering van de beslissing. Iedere gedetineerde krijgt hetzelfde puntenbriefje waar enkel het aantal punten naderhand wordt ingevuld. Deze mededeling is zeer algemeen en vaag en bevat geenszins de redenen waarom men een bepaald aantal punten toekent of waarom men een gedetineerde overplaatst naar een gesloten regime. Enkel benoemen welke inbreuk aanleiding gegeven heeft, volstaat niet. De klachtencommissie besluit dat de motivering van de beslissing niet afdoende was, in die zin dat ze de gedetineerde niet in staat stelde om de beslissing en de motieven die tot de beslissing geleid hebben, te begrijpen. De beslissing voldoet bijgevolg niet aan de vereiste zoals gesteld in artikel 8 van de Basiswet. Om deze redenen is de klacht gegrond. De beslissing tot toekenning van vijf punten wordt vernietigd. Ten gevolge van de vernietiging van de beslissing, worden de gevolgen van de beslissing door de directeur ongedaan gemaakt.