KC16/23-0158
Gegrond
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
VOORLOPIGE MAATREGEL - VERBODEN SUBSTANTIES
De klacht betreft de beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel op 19.09.2023 door de directie van de gevangenis van Leuven-Centraal.
De directeur besliste op 19.09.2023 om klager op voorlopige maatregel te plaatsen waardoor hij in afwachting van de tuchtprocedure diende te verblijven op zijn cel en uitgesloten werd van deelname aan alle gemeenschappelijke of individuele activiteiten. De directeur meende immers dat klager de interne veiligheid ernstig en opzettelijk had aangetast.
De klachtencommissie is van oordeel dat de motivering van de voorlopige maatregel niet verwijst naar aanwijzingen dat klager de interne veiligheid ernstig had aangetast. De interne veiligheid is immers een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt. Noch in de bestreden beslissing, noch in het tuchtdossier is er sprake dat klager fysiek agressief zou geweest zijn of in die zin bedreigend overkwam. In de beslissing werd niet gemotiveerd waarom het waarnemen van een druggeur en het vinden van een hasj sigaret (die naar buiten was gegooid door klager) de bijzondere veiligheidsmaatregelen die in kwestie werden opgelegd, vereisten in afwachting van de tuchtprocedure, temeer omdat klager verblijft in het gesloten regime op vleugel A. De Basiswet verbiedt nochtans dat de voorlopige maatregelen worden opgelegd met het oog op onmiddellijke bestraffing.
De klachtencommissie besluit dat de voorlopige maatregel werd opgelegd in strijd met de Basiswet. Om deze reden is de klacht kennelijk gegrond.
De klacht betreft de beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel op 19.09.2023 door de directie van de gevangenis van Leuven-Centraal.
De directeur besliste op 19.09.2023 om klager op voorlopige maatregel te plaatsen waardoor hij in afwachting van de tuchtprocedure diende te verblijven op zijn cel en uitgesloten werd van deelname aan alle gemeenschappelijke of individuele activiteiten. De directeur meende immers dat klager de interne veiligheid ernstig en opzettelijk had aangetast.
De klachtencommissie is van oordeel dat de motivering van de voorlopige maatregel niet verwijst naar aanwijzingen dat klager de interne veiligheid ernstig had aangetast. De interne veiligheid is immers een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt. Noch in de bestreden beslissing, noch in het tuchtdossier is er sprake dat klager fysiek agressief zou geweest zijn of in die zin bedreigend overkwam. In de beslissing werd niet gemotiveerd waarom het waarnemen van een druggeur en het vinden van een hasj sigaret (die naar buiten was gegooid door klager) de bijzondere veiligheidsmaatregelen die in kwestie werden opgelegd, vereisten in afwachting van de tuchtprocedure, temeer omdat klager verblijft in het gesloten regime op vleugel A. De Basiswet verbiedt nochtans dat de voorlopige maatregelen worden opgelegd met het oog op onmiddellijke bestraffing.
De klachtencommissie besluit dat de voorlopige maatregel werd opgelegd in strijd met de Basiswet. Om deze reden is de klacht kennelijk gegrond.