KC16/24-0006
Ongegrond
Gegrond
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
Fouille op het lichaam
FOUILLE OP HET LICHAAM - UITVOERING - VOORLOPIGE MAATREGEL - VERBODEN VOORWERPEN - VERBODEN SUBSTANTIES - MOTIVERING - TUCHT - HUISHOUDELIJK REGLEMENT - PUNTENSYSTEEM - MOTIVERING
Wat betreft de uitvoering van de naaktfouille:
Klager heeft op zijn klachtenformulier de datum van de bestreden naaktfouille ingevuld, namelijk 31.12.2023. Voor het overige zegt hij hierover niets in zijn klacht. Tijdens de zitting werpt klager op dat hij geen handdoek heeft gekregen en dat er geen paravent was. De klachtencommissie meent
dat klager zijn klacht enkel richt tegen de uitvoering van de naaktfouille van 31.12.2023 en niet zozeer tegen de beslissing van de directie om klager te onderwerpen aan een naaktfouille.
De fouillering op het lichaam mag geen tergend karakter hebben en moet gebeuren met eerbiediging voor de waardigheid van de gedetineerde. De verschillende stappen van de uitvoering van een naaktfouille werden vastgelegd in bijlage 3 van de Collectieve brief nr. 141 van 10 september 2018. Zo schrijft de procedure voor dat een handdoek wordt overhandigd aan de gedetineerde en dat de gedetineerde wordt uitgenodigd zich volledig te ontkleden achter een kamerscherm. De klachtencommissie heeft geen redenen om aan te nemen dat de voorgeschreven procedure niet werd nageleefd door het personeel. Om deze reden is deze klacht ongegrond.
Wat betreft de voorlopige maatregel:
De directeur besliste op 31.12.2023 om klager op voorlopige maatregel te plaatsen waardoor hij vanaf 10u15 en in afwachting van een tuchtprocedure, diende te verblijven in zijn cel (klager verbleef op dat moment in het opendeurregime) en uitgesloten was van deelname aan alle individuele en gemeenschappelijke activiteiten. De directeur meende immers dat klager de interne veiligheid ernstig en opzettelijk had aangetast (1). De directeur motiveerde haar beslissing als volgt: “Op zondag 31.12.2023 werd omstreeks 08u00 op cel 413, vleugel E, bij gedetineerde een Iphone, onbekende medicatie en vermoedelijk verboden substantie aangetroffen.”
De klachtencommissie is van oordeel dat de motivering van de voorlopige maatregel verwijst naar het bezit van verboden voorwerpen door klager. Bijgevolg begrijpt de klachtencommissie dat de directie op haar hoede was naar aanleiding van deze grote vondst. De klachtencommissie meent echter dat de motivering van de beslissing geen elementen bevat waarom deze vondst betekende dat klager de interne veiligheid ernstig had aangetast. Dat klager tuchtrechtelijke inbreuken had gepleegd, was duidelijk maar in de bestreden beslissing wordt niet gemotiveerd waarom het noodzakelijk was dat klager nog voor zijn tuchtsanctie moest afgezonderd worden. De verboden voorwerpen waren al afgenomen. Tijdens de zitting verklaart de directie dat men in dergelijk geval steeds een voorlopige maatregel oplegt omdat men niet weet hoe een gedetineerde reageert wanneer hij verdachte substanties heeft ingenomen. In eerste instantie betreft dit een a posteriori-motivering die niet in de bestreden beslissing zelf werd opgenomen maar bovendien bevat het dossier ook geen elementen waaruit blijkt dat klager de gevonden substanties had ingenomen. De voorlopige maatregel lijkt dus voorbarig te zijn genomen. De klachtencommissie besluit dat de voorlopige maatregel werd opgelegd in strijd met de Basiswet. Om deze reden is deze klacht gegrond.
Wat betreft de tuchtbeslissing:
Klager werd gesanctioneerd wegens: het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties, het bezit of
gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met debuitenwereld mogelijk maken en het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. Klager heeft tijdens de zitting van de klachtencommissie uitdrukkelijk verklaard dat hij enkel het bezit van anabolen betwist. Bijgevolg beperkt de klachtencommissie haar onderzoek tot de wettelijkheid en redelijkheid van de weerhouden tuchtinbreuk van het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties.
De klachtencommissie stelt vast dat de directie er zondermeer vanuit is gegaan dat het lege flesje waarvan sprake in het RAD vroeger anabolen bevatte. Nochtans kon de vloeistof niet meer op geur of zicht worden waargenomen aangezien het flesje leeg was. Bovendien wordt ook geen beschrijving gegeven van het flesje. In dossier KC16/22-0126 werd nochtans het opschrift van de flacon meegedeeld in het RAD waaruit onomstotelijk bleek dat de flacon een flacon was van anabolen. De klachtencommissie besluit dat het niet bewezen is dat klager in het bezit is geweest van anabolen. Om deze reden is deze klacht gegrond.
Wat betreft de vijf punten:
Om eventuele overstappen van het opendeurregime naar het basisregime te regelen, heeft de directie van de gevangenis van Leuven - centraal een systeem ontwikkeld op basis van de toekenning van punten. De punten worden toegekend wanneer de gedetineerde een tuchtinbreuk heeft begaan die werd geselecteerd in de bijlage bij het huishoudelijk reglement. Bij geselecteerde tuchtinbreuken van de eerste categorie worden vijf punten toegekend en bij geselecteerde tuchtinbreuken van de tweede categorie drie punten. Voor sommige ernstige inbreuken kent men onmiddellijk tien punten toe. Van zodra een gedetineerde tien punten heeft verzameld, wordt hij onmiddellijk overgeplaatst naar het basisregime.
Op het puntenbriefje dat klager ontving, staat: “De directie meldt u dat, ten gevolge van de beslissing van de tuchtsanctie 02.01.2024, 5 punten werden bijgeteld aan uw saldo met betrekking tot het basisregime. Uw saldo bedraagt momenteel 5 punten. Bij een score van 10 punten wordt
automatisch tot een overplaatsing naar het basisregime besloten.“
De klachtencommissie, hierin gesteund door de beroepscommissie, meent dat niet voldoende aandacht werd besteed aan de motivering van deze beslissing. Iedere gedetineerde krijgt hetzelfde puntenbriefje waar enkel de datum van de tuchtbeslissing en het aantal punten naderhand worden ingevuld. Deze mededeling is zeer algemeen en vaag en bevat geenszins de redenen waarom men een bepaald aantal punten toekent en waarom het noodzakelijk is in het kader van de orde en de veiligheid dat klager, naast de tuchtsanctie, vijf punten kreeg toegekend.
De klachtencommissie besluit dat de motivering van de beslissing niet afdoende was, in die zin dat ze de gedetineerde niet in staat stelde om de beslissing en de motieven die tot de beslissing geleid hebben, te begrijpen. De beslissing voldoet bijgevolg niet aan de vereiste zoals gesteld in artikel 8 van de Basiswet. Om deze redenen is deze klacht gegrond.
Wat betreft de uitvoering van de naaktfouille:
Klager heeft op zijn klachtenformulier de datum van de bestreden naaktfouille ingevuld, namelijk 31.12.2023. Voor het overige zegt hij hierover niets in zijn klacht. Tijdens de zitting werpt klager op dat hij geen handdoek heeft gekregen en dat er geen paravent was. De klachtencommissie meent
dat klager zijn klacht enkel richt tegen de uitvoering van de naaktfouille van 31.12.2023 en niet zozeer tegen de beslissing van de directie om klager te onderwerpen aan een naaktfouille.
De fouillering op het lichaam mag geen tergend karakter hebben en moet gebeuren met eerbiediging voor de waardigheid van de gedetineerde. De verschillende stappen van de uitvoering van een naaktfouille werden vastgelegd in bijlage 3 van de Collectieve brief nr. 141 van 10 september 2018. Zo schrijft de procedure voor dat een handdoek wordt overhandigd aan de gedetineerde en dat de gedetineerde wordt uitgenodigd zich volledig te ontkleden achter een kamerscherm. De klachtencommissie heeft geen redenen om aan te nemen dat de voorgeschreven procedure niet werd nageleefd door het personeel. Om deze reden is deze klacht ongegrond.
Wat betreft de voorlopige maatregel:
De directeur besliste op 31.12.2023 om klager op voorlopige maatregel te plaatsen waardoor hij vanaf 10u15 en in afwachting van een tuchtprocedure, diende te verblijven in zijn cel (klager verbleef op dat moment in het opendeurregime) en uitgesloten was van deelname aan alle individuele en gemeenschappelijke activiteiten. De directeur meende immers dat klager de interne veiligheid ernstig en opzettelijk had aangetast (1). De directeur motiveerde haar beslissing als volgt: “Op zondag 31.12.2023 werd omstreeks 08u00 op cel 413, vleugel E, bij gedetineerde een Iphone, onbekende medicatie en vermoedelijk verboden substantie aangetroffen.”
De klachtencommissie is van oordeel dat de motivering van de voorlopige maatregel verwijst naar het bezit van verboden voorwerpen door klager. Bijgevolg begrijpt de klachtencommissie dat de directie op haar hoede was naar aanleiding van deze grote vondst. De klachtencommissie meent echter dat de motivering van de beslissing geen elementen bevat waarom deze vondst betekende dat klager de interne veiligheid ernstig had aangetast. Dat klager tuchtrechtelijke inbreuken had gepleegd, was duidelijk maar in de bestreden beslissing wordt niet gemotiveerd waarom het noodzakelijk was dat klager nog voor zijn tuchtsanctie moest afgezonderd worden. De verboden voorwerpen waren al afgenomen. Tijdens de zitting verklaart de directie dat men in dergelijk geval steeds een voorlopige maatregel oplegt omdat men niet weet hoe een gedetineerde reageert wanneer hij verdachte substanties heeft ingenomen. In eerste instantie betreft dit een a posteriori-motivering die niet in de bestreden beslissing zelf werd opgenomen maar bovendien bevat het dossier ook geen elementen waaruit blijkt dat klager de gevonden substanties had ingenomen. De voorlopige maatregel lijkt dus voorbarig te zijn genomen. De klachtencommissie besluit dat de voorlopige maatregel werd opgelegd in strijd met de Basiswet. Om deze reden is deze klacht gegrond.
Wat betreft de tuchtbeslissing:
Klager werd gesanctioneerd wegens: het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties, het bezit of
gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met debuitenwereld mogelijk maken en het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. Klager heeft tijdens de zitting van de klachtencommissie uitdrukkelijk verklaard dat hij enkel het bezit van anabolen betwist. Bijgevolg beperkt de klachtencommissie haar onderzoek tot de wettelijkheid en redelijkheid van de weerhouden tuchtinbreuk van het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties.
De klachtencommissie stelt vast dat de directie er zondermeer vanuit is gegaan dat het lege flesje waarvan sprake in het RAD vroeger anabolen bevatte. Nochtans kon de vloeistof niet meer op geur of zicht worden waargenomen aangezien het flesje leeg was. Bovendien wordt ook geen beschrijving gegeven van het flesje. In dossier KC16/22-0126 werd nochtans het opschrift van de flacon meegedeeld in het RAD waaruit onomstotelijk bleek dat de flacon een flacon was van anabolen. De klachtencommissie besluit dat het niet bewezen is dat klager in het bezit is geweest van anabolen. Om deze reden is deze klacht gegrond.
Wat betreft de vijf punten:
Om eventuele overstappen van het opendeurregime naar het basisregime te regelen, heeft de directie van de gevangenis van Leuven - centraal een systeem ontwikkeld op basis van de toekenning van punten. De punten worden toegekend wanneer de gedetineerde een tuchtinbreuk heeft begaan die werd geselecteerd in de bijlage bij het huishoudelijk reglement. Bij geselecteerde tuchtinbreuken van de eerste categorie worden vijf punten toegekend en bij geselecteerde tuchtinbreuken van de tweede categorie drie punten. Voor sommige ernstige inbreuken kent men onmiddellijk tien punten toe. Van zodra een gedetineerde tien punten heeft verzameld, wordt hij onmiddellijk overgeplaatst naar het basisregime.
Op het puntenbriefje dat klager ontving, staat: “De directie meldt u dat, ten gevolge van de beslissing van de tuchtsanctie 02.01.2024, 5 punten werden bijgeteld aan uw saldo met betrekking tot het basisregime. Uw saldo bedraagt momenteel 5 punten. Bij een score van 10 punten wordt
automatisch tot een overplaatsing naar het basisregime besloten.“
De klachtencommissie, hierin gesteund door de beroepscommissie, meent dat niet voldoende aandacht werd besteed aan de motivering van deze beslissing. Iedere gedetineerde krijgt hetzelfde puntenbriefje waar enkel de datum van de tuchtbeslissing en het aantal punten naderhand worden ingevuld. Deze mededeling is zeer algemeen en vaag en bevat geenszins de redenen waarom men een bepaald aantal punten toekent en waarom het noodzakelijk is in het kader van de orde en de veiligheid dat klager, naast de tuchtsanctie, vijf punten kreeg toegekend.
De klachtencommissie besluit dat de motivering van de beslissing niet afdoende was, in die zin dat ze de gedetineerde niet in staat stelde om de beslissing en de motieven die tot de beslissing geleid hebben, te begrijpen. De beslissing voldoet bijgevolg niet aan de vereiste zoals gesteld in artikel 8 van de Basiswet. Om deze redenen is deze klacht gegrond.