KC16/24-0030
Ongegrond
Gegrond
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Tucht
TUCHT - PUNTENSYSTEEM - MOTIVERING - HUISHOUDELIJK REGLEMENT
De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing van 07.02.2024 en de drie punten die werden opgelegd naar aanleiding van deze tuchtbeslissing door de directie van de gevangenis van Leuven-Centraal.
Wat betreft de tuchtbeslissing van 07.02.2024:
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Klager werd op 07.02.2024 tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het zich zonder toelating bevinden in een ruimte buiten de toegestane tijdsperiode of in een ruimte die men niet gerechtigd is te betreden, een tuchtinbreuk van tweede categorie, naar aanleiding van feiten die werden meegedeeld in het rapport aan de directeur (RAD) van 03.02.2024. Op 03.02.2024 werd een RAD opgesteld omdat klager werd aangetroffen in de fitness terwijl hij niet op de lijst stond van deelnemers. Toen hij hierover aangesproken werd, deed hij zichzelf voor als fitnesscoach. De directie nam op 04.02.2024 kennis van het RAD en besliste om een tuchtprocedure op te starten. Klager werd op 07.02.2024, met bijstand van een advocaat, gehoord door de directie. De
klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat klager erkende dat hij in de fitness aanwezig was terwijl hij daar niet mocht zijn. Gelet op zijn bekentenis, is de klachtencommissie van oordeel dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een bijzondere tuchtsanctie op in de vorm van een verbod van deelname aan de fitness gedurende veertien dagen. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie vijftien dagen. Bovendien is er een verband tussen de feiten en de opgelegde sanctie zodat de bijzondere tuchtsanctie een spiegelende sanctie is. De tuchtsanctie was wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op het uitgebreid tuchtrechtelijk verleden van klager. Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond.
Wat betreft de drie punten:
Ingevolge de tuchtbeslissing van 07.02.2024 kreeg klager drie punten toegekend. De directie van de gevangenis van Leuven - centraal blijft bij haar initieel standpunt dat de toekenning van punten geen individuele beslissing van de directeur uitmaakt maar louter een administratieve en automatische toepassing is van het reglement basisregime. Dat standpunt werd voor 13 juli 2023 ook gedeeld door de beroepscommissie. De klachtencommissie heeft hierover steeds een ander standpunt gehad. In de eerste plaats stelt de klachtencommissie vast dat het puntenbriefje in casu, nl. het document dat aan de gedetineerde wordt afgegeven en dat vermeldt hoeveel punten er werden toegekend ingevolge de tuchtbeslissing en hoeveel het nieuwe puntensaldo bedraagt, ondertekend werd door de directie. De klachtencommissie concludeert hieruit dat de toekenning van punten alvast een beslissing is die genomen wordt door de directie.
De klachtencommissie besluit dat de directie een individuele beslissing ten aanzien van klager nam door de regels van het huishoudelijk reglement, in casu het puntensysteem uit bijlage 3 bij het huishoudelijk reglement, toe te passen op klager. De klachtencommissie stelt vast dat klager zich door de toekenning van punten geraakt voelt in zijn individuele detentiesituatie. De klacht is ontvankelijk.
Op het puntenbriefje dat klager ontving, staat: “De directie meldt u dat, ten gevolge van de beslissing van de tuchtsanctie 07.02.2024, 3 punten werden bijgeteld aan uw saldo met betrekking tot het basisregime. Uw saldo bedraagt momenteel 3 punten. Bij een score van 10 punten wordt automatisch tot een overplaatsing naar het basisregime besloten.“ De klachtencommissie, hierin gesteund door de beroepscommissie, meent dat niet voldoende aandacht werd besteed aan de motivering van deze beslissing. Iedere gedetineerde krijgt hetzelfde puntenbriefje waar enkel de datum van de tuchtbeslissing en het aantal punten naderhand worden ingevuld. Deze mededeling is zeer algemeen en vaag en bevat geenszins de redenen waarom men een bepaald aantal punten toekent en waarom het noodzakelijk is in het kader van de orde en de veiligheid dat klager, naast de tuchtsanctie, drie punten kreeg toegekend. De klachtencommissie besluit dat de motivering van de beslissing niet afdoende was, in die zin dat ze de gedetineerde niet in staat stelde om de beslissing en de motieven die tot de beslissing geleid hebben, te begrijpen. De beslissing voldoet bijgevolg niet aan de vereiste zoals gesteld in artikel 8 van de Basiswet. Om deze redenen is de klacht kennelijk gegrond.
De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing van 07.02.2024 en de drie punten die werden opgelegd naar aanleiding van deze tuchtbeslissing door de directie van de gevangenis van Leuven-Centraal.
Wat betreft de tuchtbeslissing van 07.02.2024:
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Klager werd op 07.02.2024 tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het zich zonder toelating bevinden in een ruimte buiten de toegestane tijdsperiode of in een ruimte die men niet gerechtigd is te betreden, een tuchtinbreuk van tweede categorie, naar aanleiding van feiten die werden meegedeeld in het rapport aan de directeur (RAD) van 03.02.2024. Op 03.02.2024 werd een RAD opgesteld omdat klager werd aangetroffen in de fitness terwijl hij niet op de lijst stond van deelnemers. Toen hij hierover aangesproken werd, deed hij zichzelf voor als fitnesscoach. De directie nam op 04.02.2024 kennis van het RAD en besliste om een tuchtprocedure op te starten. Klager werd op 07.02.2024, met bijstand van een advocaat, gehoord door de directie. De
klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat klager erkende dat hij in de fitness aanwezig was terwijl hij daar niet mocht zijn. Gelet op zijn bekentenis, is de klachtencommissie van oordeel dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een bijzondere tuchtsanctie op in de vorm van een verbod van deelname aan de fitness gedurende veertien dagen. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie vijftien dagen. Bovendien is er een verband tussen de feiten en de opgelegde sanctie zodat de bijzondere tuchtsanctie een spiegelende sanctie is. De tuchtsanctie was wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op het uitgebreid tuchtrechtelijk verleden van klager. Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond.
Wat betreft de drie punten:
Ingevolge de tuchtbeslissing van 07.02.2024 kreeg klager drie punten toegekend. De directie van de gevangenis van Leuven - centraal blijft bij haar initieel standpunt dat de toekenning van punten geen individuele beslissing van de directeur uitmaakt maar louter een administratieve en automatische toepassing is van het reglement basisregime. Dat standpunt werd voor 13 juli 2023 ook gedeeld door de beroepscommissie. De klachtencommissie heeft hierover steeds een ander standpunt gehad. In de eerste plaats stelt de klachtencommissie vast dat het puntenbriefje in casu, nl. het document dat aan de gedetineerde wordt afgegeven en dat vermeldt hoeveel punten er werden toegekend ingevolge de tuchtbeslissing en hoeveel het nieuwe puntensaldo bedraagt, ondertekend werd door de directie. De klachtencommissie concludeert hieruit dat de toekenning van punten alvast een beslissing is die genomen wordt door de directie.
De klachtencommissie besluit dat de directie een individuele beslissing ten aanzien van klager nam door de regels van het huishoudelijk reglement, in casu het puntensysteem uit bijlage 3 bij het huishoudelijk reglement, toe te passen op klager. De klachtencommissie stelt vast dat klager zich door de toekenning van punten geraakt voelt in zijn individuele detentiesituatie. De klacht is ontvankelijk.
Op het puntenbriefje dat klager ontving, staat: “De directie meldt u dat, ten gevolge van de beslissing van de tuchtsanctie 07.02.2024, 3 punten werden bijgeteld aan uw saldo met betrekking tot het basisregime. Uw saldo bedraagt momenteel 3 punten. Bij een score van 10 punten wordt automatisch tot een overplaatsing naar het basisregime besloten.“ De klachtencommissie, hierin gesteund door de beroepscommissie, meent dat niet voldoende aandacht werd besteed aan de motivering van deze beslissing. Iedere gedetineerde krijgt hetzelfde puntenbriefje waar enkel de datum van de tuchtbeslissing en het aantal punten naderhand worden ingevuld. Deze mededeling is zeer algemeen en vaag en bevat geenszins de redenen waarom men een bepaald aantal punten toekent en waarom het noodzakelijk is in het kader van de orde en de veiligheid dat klager, naast de tuchtsanctie, drie punten kreeg toegekend. De klachtencommissie besluit dat de motivering van de beslissing niet afdoende was, in die zin dat ze de gedetineerde niet in staat stelde om de beslissing en de motieven die tot de beslissing geleid hebben, te begrijpen. De beslissing voldoet bijgevolg niet aan de vereiste zoals gesteld in artikel 8 van de Basiswet. Om deze redenen is de klacht kennelijk gegrond.