KC16/24-0042
Ongegrond
Gegrond
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Voorlopige maatregel
Tucht
Fouille op het lichaam
FOUILLE OP HET LICHAAM - CELCONTROLE - VERBODEN SUBSTANTIES - VOORLOPIGE MAATREGEL - VERBODEN VOORWERPEN - TUCHT - PUNTENSYSTEEM - HUISHOUDELIJK REGLEMENT
De klachten zijn gericht tegen de naaktfouille van 07.02.2024, de voorlopige maatregel van 07.02.2024, de tuchtbeslissing van 09.02.2024 en de punten die opgelegd werden ingevolge deze tuchtbeslissing.
Wat betreft de naaktfouille op 07.02.2024:
Op 07.02.2024 was er een incident waarbij een gedetineerde een vermoedelijk verboden voorwerp had proberen weg te sluizen en daarbij agressie naar het personeel heeft gebruikt. In het kader daarvan heeft de adjudant de camerabeelden bekeken en hiervan een RAD opgemaakt. Op de beelden was te zien hoe een gedetineerde het gevallen voorwerp weg stampte naar een andere gedetineerde, die op zijn beurt het voorwerp opraapte en ermee naar de trap liep waarop klager het voorwerp overnam van de gedetineerde en naar zijn cel ging. Bijgevolg heeft de directie om 14u50 bevolen om over te gaan tot een fouillering op het lichaam van klager alsook een celcontrole.
De klachtencommissie is van oordeel dat de motivering van de bestreden beslissing concrete elementen bevat waarom de directeur het vermoeden had dat klager in het bezit was van verboden voorwerpen of substanties. De klachtencommissie besluit dat de beslissing tot het opleggen van een fouillering op het lichaam voldeed aan de voorwaarden uit de Basiswet. Deze klacht is kennelijk ongegrond.
Wat betreft de voorlopige maatregel van 07.02.2024:
Klager moest eerst door de MDP. Omdat de MDP een signaal bleef geven, werd aan klager meegedeeld dat men zou overgaan tot de naaktfouille, waarop klager zich met een spurt richting de trap begaf. Bij het vertrek duwde klager hierbij een beambte aan de kant. Onderaan de trap raakte klager eveneens een medegedetineerde
en de adjudant die probeerde te verhinderen dat klager naar boven kon lopen. Klager geraakte toch naar boven waarop er alarm werd geslagen en klager uiteindelijk staande kon worden gehouden. Op dat moment stelde een beambte vast dat klager iets wegstak aan de achterkant van zijn broek. De naaktfouille werd toen alsnog uitgevoerd. Ingevolge deze gerapporteerde agressieve reactie van klager, legde de directeur een voorlopige maatregel op.
De directie heeft een voorlopige maatregel opgelegd omdat zij van oordeel was dat de interne veiligheid ernstig en opzettelijk was aangetast. Klager werd om 15u20 overgebracht naar de beveiligde cel en werd uitgesloten van deelname aan alle activiteiten. Uit de motivering van de voorlopige maatregel en de twee RAD’s blijkt duidelijk dat klager de fysieke integriteit van twee beambten en een medegedetineerde had aangetast. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot
het opleggen van de voorlopige maatregel wettig was. Deze klacht is kennelijk ongegrond.
Wat betreft de tuchtbeslissing van 09.02.2024:
Klager werd vervolgens op 09.02.2024 tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens:
• de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee (tuchtinbreuk van eerste categorie);
• het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (tuchtinbreuk van tweede categorie) en
• het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel (tuchtinbreuk van tweede categorie).
Nadat klager op voorlopige maatregel werd geplaatst, werd ook nog een RAD opgemaakt over de celcontrole. Er werd een gemanipuleerd bestekmes gevonden, twee pillen in schoenen en boxen van een medegedetineerde. Hierover is niets terug te vinden in de motivering van de tuchtbeslissing zodat de klachtencommissie meent dat klager hiervoor ook niet werd gesanctioneerd.
De klachtencommissie meent dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuken kon bewezen verklaren in hoofde van klager. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van acht dagen strafcel, met inbegrip van de voorlopige maatregel. De tuchtsanctie was wettig. Bovendien is de tuchtsanctie niet onredelijk of onbillijk gelet op de ernst van de feiten en de vele tuchtrechtelijke voorgaanden van klager. Na de tuchtrechtelijke hoorzitting werden nog één RAD en twee observatienota’s opgemaakt over het verblijf van klager in de beveiligde cel. Volgens klager was zijn suïcidepoging de reden voor de zware straf.
De klachtencommissie meent dat deze stelling niet correct is aangezien de directie de sanctie reeds daarvoor had opgelegd. Bovendien blijkt uit de nota’s dat de directie bijzondere bewaking had opgelegd waardoor klager om het kwartier werd opgevolgd. Deze klacht is kennelijk ongegrond.
Wat betreft de tien punten:
De klachtencommissie besluit dat de motivering van de beslissing niet afdoende was, in die zin dat ze de gedetineerde niet in staat stelde om de beslissing en de motieven die tot de beslissing geleid hebben, te begrijpen. De beslissing voldoet bijgevolg niet aan de vereiste zoals gesteld in artikel 8 van de Basiswet.
Om deze redenen is de klacht kennelijk gegrond.
De klachten zijn gericht tegen de naaktfouille van 07.02.2024, de voorlopige maatregel van 07.02.2024, de tuchtbeslissing van 09.02.2024 en de punten die opgelegd werden ingevolge deze tuchtbeslissing.
Wat betreft de naaktfouille op 07.02.2024:
Op 07.02.2024 was er een incident waarbij een gedetineerde een vermoedelijk verboden voorwerp had proberen weg te sluizen en daarbij agressie naar het personeel heeft gebruikt. In het kader daarvan heeft de adjudant de camerabeelden bekeken en hiervan een RAD opgemaakt. Op de beelden was te zien hoe een gedetineerde het gevallen voorwerp weg stampte naar een andere gedetineerde, die op zijn beurt het voorwerp opraapte en ermee naar de trap liep waarop klager het voorwerp overnam van de gedetineerde en naar zijn cel ging. Bijgevolg heeft de directie om 14u50 bevolen om over te gaan tot een fouillering op het lichaam van klager alsook een celcontrole.
De klachtencommissie is van oordeel dat de motivering van de bestreden beslissing concrete elementen bevat waarom de directeur het vermoeden had dat klager in het bezit was van verboden voorwerpen of substanties. De klachtencommissie besluit dat de beslissing tot het opleggen van een fouillering op het lichaam voldeed aan de voorwaarden uit de Basiswet. Deze klacht is kennelijk ongegrond.
Wat betreft de voorlopige maatregel van 07.02.2024:
Klager moest eerst door de MDP. Omdat de MDP een signaal bleef geven, werd aan klager meegedeeld dat men zou overgaan tot de naaktfouille, waarop klager zich met een spurt richting de trap begaf. Bij het vertrek duwde klager hierbij een beambte aan de kant. Onderaan de trap raakte klager eveneens een medegedetineerde
en de adjudant die probeerde te verhinderen dat klager naar boven kon lopen. Klager geraakte toch naar boven waarop er alarm werd geslagen en klager uiteindelijk staande kon worden gehouden. Op dat moment stelde een beambte vast dat klager iets wegstak aan de achterkant van zijn broek. De naaktfouille werd toen alsnog uitgevoerd. Ingevolge deze gerapporteerde agressieve reactie van klager, legde de directeur een voorlopige maatregel op.
De directie heeft een voorlopige maatregel opgelegd omdat zij van oordeel was dat de interne veiligheid ernstig en opzettelijk was aangetast. Klager werd om 15u20 overgebracht naar de beveiligde cel en werd uitgesloten van deelname aan alle activiteiten. Uit de motivering van de voorlopige maatregel en de twee RAD’s blijkt duidelijk dat klager de fysieke integriteit van twee beambten en een medegedetineerde had aangetast. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot
het opleggen van de voorlopige maatregel wettig was. Deze klacht is kennelijk ongegrond.
Wat betreft de tuchtbeslissing van 09.02.2024:
Klager werd vervolgens op 09.02.2024 tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens:
• de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee (tuchtinbreuk van eerste categorie);
• het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (tuchtinbreuk van tweede categorie) en
• het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel (tuchtinbreuk van tweede categorie).
Nadat klager op voorlopige maatregel werd geplaatst, werd ook nog een RAD opgemaakt over de celcontrole. Er werd een gemanipuleerd bestekmes gevonden, twee pillen in schoenen en boxen van een medegedetineerde. Hierover is niets terug te vinden in de motivering van de tuchtbeslissing zodat de klachtencommissie meent dat klager hiervoor ook niet werd gesanctioneerd.
De klachtencommissie meent dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuken kon bewezen verklaren in hoofde van klager. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van acht dagen strafcel, met inbegrip van de voorlopige maatregel. De tuchtsanctie was wettig. Bovendien is de tuchtsanctie niet onredelijk of onbillijk gelet op de ernst van de feiten en de vele tuchtrechtelijke voorgaanden van klager. Na de tuchtrechtelijke hoorzitting werden nog één RAD en twee observatienota’s opgemaakt over het verblijf van klager in de beveiligde cel. Volgens klager was zijn suïcidepoging de reden voor de zware straf.
De klachtencommissie meent dat deze stelling niet correct is aangezien de directie de sanctie reeds daarvoor had opgelegd. Bovendien blijkt uit de nota’s dat de directie bijzondere bewaking had opgelegd waardoor klager om het kwartier werd opgevolgd. Deze klacht is kennelijk ongegrond.
Wat betreft de tien punten:
De klachtencommissie besluit dat de motivering van de beslissing niet afdoende was, in die zin dat ze de gedetineerde niet in staat stelde om de beslissing en de motieven die tot de beslissing geleid hebben, te begrijpen. De beslissing voldoet bijgevolg niet aan de vereiste zoals gesteld in artikel 8 van de Basiswet.
Om deze redenen is de klacht kennelijk gegrond.
Er werd een beroepsdossier met referentie BC/24-0154 opgestart