KC16/24-0043
Ongegrond
Gegrond
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Tucht
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - CELCONTROLE - FOUILLE OP HET LICHAAM - PUNTENSYSTEEM - HUISHOUDELIJK REGELEMENT - MOTIVERING
De klachten zijn gericht tegen de tuchtbeslissing van 12.02.2024, de vijf punten die door de directie van Leuven Centraal werden opgelegd en de afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte (ATV).
Wat betreft de tuchtbeslissing van 12.02.2024:
De klachtencommissie is op de hoogte dat klager op 08.01.2024 drie dagen ATV en drie punten opliep wegens het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel en het zich zonder toelating bevinden in een ruimte buiten de toegestane tijdsperiode of in een ruimte die men niet gerechtigd is te betreden (KC16/24-0012). Vervolgens werd klager op 02.02.2024 gesanctioneerd met vijftien dagen ATV wegens het bezit van softdrugs en kreeg hij vijf punten
toegekend. Tijdens deze laatste tuchtsanctie werd op 07.02.2024 een RAD opgemaakt. Omwille van de lopende ATV-sanctie tot en met 16.02.2024 had klager op het moment van de vaststellingen individuele wandeling. De opsteller van het RAD en zijn collega namen op sectie een geur waar van een vermoedelijk verboden substantie. De geur was afkomstig van de individuele wandeling. Klager en een andere gedetineerde hadden op dat moment individuele wandeling. Eens aangekomen bij de individuele wandeling, zag de opsteller klager roken waarop de opsteller vroeg of één van de twee wiet aan het smoren was. Klager zou hierop verklaard hebben dat hij hasj aan het roken was. De opsteller bracht de adjudant op de hoogte en er werd besloten tot een naaktfouille en een celcontrole. Klager diende reeds klacht in tegen deze naaktfouille en de klachtencommissie oordeelde op 03.04.2024 dat deze klacht ongegrond was (KC16/24-0031) zodat deze niet meer ter discussie staat. Zowel de naaktfouille als de celcontrole waren negatief. Klager zou tijdens de naaktfouille gezegd hebben “alles is op, je kunt niet vinden wat er niet meer is.”
De directeur nam op 08.02.2024 kennis van het rapport en besliste om een tuchtprocedure op te starten. Klager werd uiteindelijk op 12.02.2024 tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties, een tuchtinbreuk van eerste categorie.
Drie beambten konden een druggeur vaststellen, lokaliseren, individualiseren en objectiveren aangezien men klager zag roken. Vervolgens werd in het RAD gesteld dat klager tegenover de beambten toegaf dat hij wel degelijk hasj aan het roken was. Klager werd op 12.02.2024, met bijstand van een raadsman, gehoord door de directie. De klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat klager plots de vaststellingen van het personeel ontkende en verklaarde dat het louter om een sigaret ging. De klachtencommissie is van oordeel dat het terugkomen op deze eerder spontaan afgelegde bekentenis, ongeloofwaardig overkomt. Dat in het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting een vergissing werd gemaakt in de zin dat er gedetineerde staat op de plaats waar advocaat moest staan, doet verder geen afbreuk aan de rechtmatigheid van de gevoerde tuchtprocedure of het recht van verdediging van klager. Zowel hij als zijn advocaat hebben hun opmerkingen kunnen geven en die opmerkingen werden opgenomen in het verslag. De klachtencommissie besluit dat de directeur in
redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vijftien dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op het feit dat klager er in slaagde om tijdens zijn lopende ATV-sanctie wegens het bezit van softdrugs, dezelfde fout te begaan. Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond. De tuchtbeslissing van 12.02.2024 blijft bestaan.
Wat betreft de ATV-sanctie:
De directie wettelijk verplicht om de gedetineerde die onder ATV verblijft, wekelijks op te zoeken. Het verzaken aan deze wettelijke verplichting is bijgevolg een schending van een in de gevangenis geldend wettelijk voorschrift. De directie heeft geen reden meegedeeld waarom zij klager tussen 11.02.2024 en 20.02.2024 niet heeft opgezocht. Klager geeft in zijn klacht aan dat hij nochtans met vragen zat. Om deze reden is de klacht kennelijk gegrond.
Wat betreft de vijf punten:
Op het puntenbriefje dat klager ontving, staat: “De directie meldt u dat, ten gevolge van de beslissing van de tuchtsanctie 12.02.2024, 5 punten werden bijgeteld aan uw saldo met betrekking tot het basisregime. Uw saldo bedraagt momenteel 13 punten. Bij een score van 10 punten wordt automatisch tot een overplaatsing naar het basisregime besloten.“ De klachtencommissie, hierin gesteund door de beroepscommissie, meent dat niet voldoende aandacht werd besteed aan de motivering van deze beslissing. Iedere gedetineerde krijgt hetzelfde puntenbriefje waar enkel de datum van de tuchtbeslissing, het aantal punten en het puntensaldo naderhand worden ingevuld. Deze mededeling is zeer algemeen en vaag en bevat geenszins de redenen waarom het in het kader van de orde en de veiligheid noodzakelijk was dat klager vijf punten kreeg terwijl hij al sinds 29.03.2023 in het gesloten regime verbleef. De klachtencommissie besluit dat de motivering van de beslissing niet afdoende was, in die zin dat ze de gedetineerde niet in staat stelde om de beslissing en de motieven die tot de beslissing geleid hebben, te begrijpen. De beslissing voldoet bijgevolg niet aan de vereiste zoals gesteld in artikel 8 van de Basiswet. Om deze redenen is de klacht kennelijk gegrond.
De klachten zijn gericht tegen de tuchtbeslissing van 12.02.2024, de vijf punten die door de directie van Leuven Centraal werden opgelegd en de afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte (ATV).
Wat betreft de tuchtbeslissing van 12.02.2024:
De klachtencommissie is op de hoogte dat klager op 08.01.2024 drie dagen ATV en drie punten opliep wegens het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel en het zich zonder toelating bevinden in een ruimte buiten de toegestane tijdsperiode of in een ruimte die men niet gerechtigd is te betreden (KC16/24-0012). Vervolgens werd klager op 02.02.2024 gesanctioneerd met vijftien dagen ATV wegens het bezit van softdrugs en kreeg hij vijf punten
toegekend. Tijdens deze laatste tuchtsanctie werd op 07.02.2024 een RAD opgemaakt. Omwille van de lopende ATV-sanctie tot en met 16.02.2024 had klager op het moment van de vaststellingen individuele wandeling. De opsteller van het RAD en zijn collega namen op sectie een geur waar van een vermoedelijk verboden substantie. De geur was afkomstig van de individuele wandeling. Klager en een andere gedetineerde hadden op dat moment individuele wandeling. Eens aangekomen bij de individuele wandeling, zag de opsteller klager roken waarop de opsteller vroeg of één van de twee wiet aan het smoren was. Klager zou hierop verklaard hebben dat hij hasj aan het roken was. De opsteller bracht de adjudant op de hoogte en er werd besloten tot een naaktfouille en een celcontrole. Klager diende reeds klacht in tegen deze naaktfouille en de klachtencommissie oordeelde op 03.04.2024 dat deze klacht ongegrond was (KC16/24-0031) zodat deze niet meer ter discussie staat. Zowel de naaktfouille als de celcontrole waren negatief. Klager zou tijdens de naaktfouille gezegd hebben “alles is op, je kunt niet vinden wat er niet meer is.”
De directeur nam op 08.02.2024 kennis van het rapport en besliste om een tuchtprocedure op te starten. Klager werd uiteindelijk op 12.02.2024 tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties, een tuchtinbreuk van eerste categorie.
Drie beambten konden een druggeur vaststellen, lokaliseren, individualiseren en objectiveren aangezien men klager zag roken. Vervolgens werd in het RAD gesteld dat klager tegenover de beambten toegaf dat hij wel degelijk hasj aan het roken was. Klager werd op 12.02.2024, met bijstand van een raadsman, gehoord door de directie. De klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat klager plots de vaststellingen van het personeel ontkende en verklaarde dat het louter om een sigaret ging. De klachtencommissie is van oordeel dat het terugkomen op deze eerder spontaan afgelegde bekentenis, ongeloofwaardig overkomt. Dat in het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting een vergissing werd gemaakt in de zin dat er gedetineerde staat op de plaats waar advocaat moest staan, doet verder geen afbreuk aan de rechtmatigheid van de gevoerde tuchtprocedure of het recht van verdediging van klager. Zowel hij als zijn advocaat hebben hun opmerkingen kunnen geven en die opmerkingen werden opgenomen in het verslag. De klachtencommissie besluit dat de directeur in
redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vijftien dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op het feit dat klager er in slaagde om tijdens zijn lopende ATV-sanctie wegens het bezit van softdrugs, dezelfde fout te begaan. Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond. De tuchtbeslissing van 12.02.2024 blijft bestaan.
Wat betreft de ATV-sanctie:
De directie wettelijk verplicht om de gedetineerde die onder ATV verblijft, wekelijks op te zoeken. Het verzaken aan deze wettelijke verplichting is bijgevolg een schending van een in de gevangenis geldend wettelijk voorschrift. De directie heeft geen reden meegedeeld waarom zij klager tussen 11.02.2024 en 20.02.2024 niet heeft opgezocht. Klager geeft in zijn klacht aan dat hij nochtans met vragen zat. Om deze reden is de klacht kennelijk gegrond.
Wat betreft de vijf punten:
Op het puntenbriefje dat klager ontving, staat: “De directie meldt u dat, ten gevolge van de beslissing van de tuchtsanctie 12.02.2024, 5 punten werden bijgeteld aan uw saldo met betrekking tot het basisregime. Uw saldo bedraagt momenteel 13 punten. Bij een score van 10 punten wordt automatisch tot een overplaatsing naar het basisregime besloten.“ De klachtencommissie, hierin gesteund door de beroepscommissie, meent dat niet voldoende aandacht werd besteed aan de motivering van deze beslissing. Iedere gedetineerde krijgt hetzelfde puntenbriefje waar enkel de datum van de tuchtbeslissing, het aantal punten en het puntensaldo naderhand worden ingevuld. Deze mededeling is zeer algemeen en vaag en bevat geenszins de redenen waarom het in het kader van de orde en de veiligheid noodzakelijk was dat klager vijf punten kreeg terwijl hij al sinds 29.03.2023 in het gesloten regime verbleef. De klachtencommissie besluit dat de motivering van de beslissing niet afdoende was, in die zin dat ze de gedetineerde niet in staat stelde om de beslissing en de motieven die tot de beslissing geleid hebben, te begrijpen. De beslissing voldoet bijgevolg niet aan de vereiste zoals gesteld in artikel 8 van de Basiswet. Om deze redenen is de klacht kennelijk gegrond.