KC16/24-0064
Gegrond
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Fouille op het lichaam
FOUILLE OP HET LICHAAM - MOTIVERING - CELCONTROLE - UITVOERING
De klacht gaat over de naaktfouille van 04.03.2024 en de uitvoering van de celcontrole van 04.03.2024.
Wat betreft de naaktfouille van 04.03.2024:
De directie heeft een naaktfouille bevolen met als motivering: “Wij beschikken over betrouwbare informatie dat betrokkene in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk zijn. Om dit uit te sluiten heb ik bevolen om over te gaan tot de fouillering op het lichaam.” De klachtencommissie is echter van oordeel dat de motivering van de beslissing geen concrete elementen bevat waarop het vermoeden van de directie is gesteund. Men verwijst zonder meer naar betrouwbare info. Uit de motivering blijkt zelfs niet over welke voorwerpen of substanties het gaat, noch op welke manier klager die zou verkregen hebben. Als de directie eventuele bronnen zou willen beschermen, kan zij zich beroepen op een uitzondering van de formele motiveringsplicht, maar dan moet zij dit ook expliciet vermelden in de beslissing. Dit heeft zij nagelaten. De directie heeft in de beslissing bovendien niet gemotiveerd waarom een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan om de voorwerpen of substanties te vinden. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van een fouillering op het lichaam niet voldeed aan de voorwaarden uit de Basiswet.
Klager heeft zich tijdens de zitting ook uitgesproken over de wijze waarop de naaktfouille werd uitgevoerd. Zo beweert hij dat hij en zijn celgenoot gelijktijdig in de naakte cel naakt gefouilleerd werden, zonder dat zij afgeschermd werden van elkaar door een kamerscherm. Er werd geen observatienota of rapport aan de directeur (RAD) opgemaakt over de uitvoering van de naaktfouille. De klachtencommissie stelt vast dat de directie in haar verweer geen opmerkingen heeft gegeven over dit vraagstuk. De directie wenste ook niet te verschijnen tijdens de zitting. Aangezien de directie de verklaring van klager niet op voldoende aannemelijke wijze heeft weerlegd, is de klachtencommissie van oordeel dat twijfel in het voordeel van klager dient te worden uitgelegd. De klachtencommissie besluit dat de naaktfouille werd uitgevoerd in strijd met de Basiswet. De klacht is gegrond.
Wat betreft de uitvoering van de celcontrole van 04.03.2024:
Klager verklaart dat zijn cel na de celcontrole een ravage was. Verpakkingen van voedsel waren opengescheurd, elektronische apparaten waren opengeschroefd en er was met één lepel geroerd in de pot choco en andere potten saus. De celgenoot van klager die ook een klacht indiende over de celcontrole (KC16/24-0063) verklaarde hetzelfde. Het is overigens niet de eerste keer dat de klachtencommissie dergelijke klachten verneemt. De directie voerde hierover geen schriftelijk verweer en was niet aanwezig tijdens de zitting om dit tegen te spreken. Er werd ook geen rapport aan de directeur (RAD) of observatienota opgemaakt waaruit blijkt dat de celcontrole correct werd uitgevoerd. De klachtencommissie heeft daarom geen redenen om aan te nemen dat de verklaringen van klager ongeloofwaardig zouden zijn.
De klachtencommissie begrijpt dat een grondige celcontrole noodzakelijk is om de orde en veiligheid in de gevangenis te handhaven. De klachtencommissie meent echter dat de geschetste wijze van uitvoering in strijd is met het voorschrift om de waardigheid van de gedetineerde te eerbiedigen. De klachtencommissie besluit dat de uitvoering van de celcontrole op 04.03.2024 strijdig was met Collectieve Brief nr. 141. De klacht is gegrond.
De klacht gaat over de naaktfouille van 04.03.2024 en de uitvoering van de celcontrole van 04.03.2024.
Wat betreft de naaktfouille van 04.03.2024:
De directie heeft een naaktfouille bevolen met als motivering: “Wij beschikken over betrouwbare informatie dat betrokkene in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk zijn. Om dit uit te sluiten heb ik bevolen om over te gaan tot de fouillering op het lichaam.” De klachtencommissie is echter van oordeel dat de motivering van de beslissing geen concrete elementen bevat waarop het vermoeden van de directie is gesteund. Men verwijst zonder meer naar betrouwbare info. Uit de motivering blijkt zelfs niet over welke voorwerpen of substanties het gaat, noch op welke manier klager die zou verkregen hebben. Als de directie eventuele bronnen zou willen beschermen, kan zij zich beroepen op een uitzondering van de formele motiveringsplicht, maar dan moet zij dit ook expliciet vermelden in de beslissing. Dit heeft zij nagelaten. De directie heeft in de beslissing bovendien niet gemotiveerd waarom een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan om de voorwerpen of substanties te vinden. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van een fouillering op het lichaam niet voldeed aan de voorwaarden uit de Basiswet.
Klager heeft zich tijdens de zitting ook uitgesproken over de wijze waarop de naaktfouille werd uitgevoerd. Zo beweert hij dat hij en zijn celgenoot gelijktijdig in de naakte cel naakt gefouilleerd werden, zonder dat zij afgeschermd werden van elkaar door een kamerscherm. Er werd geen observatienota of rapport aan de directeur (RAD) opgemaakt over de uitvoering van de naaktfouille. De klachtencommissie stelt vast dat de directie in haar verweer geen opmerkingen heeft gegeven over dit vraagstuk. De directie wenste ook niet te verschijnen tijdens de zitting. Aangezien de directie de verklaring van klager niet op voldoende aannemelijke wijze heeft weerlegd, is de klachtencommissie van oordeel dat twijfel in het voordeel van klager dient te worden uitgelegd. De klachtencommissie besluit dat de naaktfouille werd uitgevoerd in strijd met de Basiswet. De klacht is gegrond.
Wat betreft de uitvoering van de celcontrole van 04.03.2024:
Klager verklaart dat zijn cel na de celcontrole een ravage was. Verpakkingen van voedsel waren opengescheurd, elektronische apparaten waren opengeschroefd en er was met één lepel geroerd in de pot choco en andere potten saus. De celgenoot van klager die ook een klacht indiende over de celcontrole (KC16/24-0063) verklaarde hetzelfde. Het is overigens niet de eerste keer dat de klachtencommissie dergelijke klachten verneemt. De directie voerde hierover geen schriftelijk verweer en was niet aanwezig tijdens de zitting om dit tegen te spreken. Er werd ook geen rapport aan de directeur (RAD) of observatienota opgemaakt waaruit blijkt dat de celcontrole correct werd uitgevoerd. De klachtencommissie heeft daarom geen redenen om aan te nemen dat de verklaringen van klager ongeloofwaardig zouden zijn.
De klachtencommissie begrijpt dat een grondige celcontrole noodzakelijk is om de orde en veiligheid in de gevangenis te handhaven. De klachtencommissie meent echter dat de geschetste wijze van uitvoering in strijd is met het voorschrift om de waardigheid van de gedetineerde te eerbiedigen. De klachtencommissie besluit dat de uitvoering van de celcontrole op 04.03.2024 strijdig was met Collectieve Brief nr. 141. De klacht is gegrond.