KC16/24-0069
Onontvankelijk
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - ZORGPLICHT
De klacht gaat over werken aan de waterleiding in de gevangenis van Leuven-Centraal.
Klager beklaagt zich over de werken die worden uitgevoerd aan de waterleiding in de gevangenis waardoor hij tijdens de werken afhankelijk is van water in flessen, die hij moet aankopen. De klachtencommissie is van oordeel dat de planning en uitvoering van deze werken, niet onder de bevoegdheid valt van de lokale gevangenisdirectie. Dit wordt ook bevestigd door de directie in haar verweer. Bij gebreke aan een beslissing door of namens de directie, is de klacht in dit opzicht alvast niet-ontvankelijk.
Op de directie rust de plicht om zorg te dragen dat de detentie ten uitvoer wordt gelegd in psychosociale, fysieke en materiƫle omstandigheden die de waardigheid van de mens eerbiedigen. Met betrekking tot de toegang tot water tijdens de werkzaamheden aan de waterleiding, verklaart de directie in haar verweer dat er steeds water voorzien wordt voor alle gedetineerden. De klachtencommissie heeft geen redenen om deze verklaring in twijfel te trekken.
Aangezien de klachtencommissie op basis van de aangebrachte informatie van oordeel is dat de toegang tot water steeds gewaarborgd wordt, besluit zij dat er ook geen sprake is van een verzuim van de directie. De klacht is in dit opzicht dus ook kennelijk niet-ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht niet inhoudelijk beoordelen.
De klacht gaat over werken aan de waterleiding in de gevangenis van Leuven-Centraal.
Klager beklaagt zich over de werken die worden uitgevoerd aan de waterleiding in de gevangenis waardoor hij tijdens de werken afhankelijk is van water in flessen, die hij moet aankopen. De klachtencommissie is van oordeel dat de planning en uitvoering van deze werken, niet onder de bevoegdheid valt van de lokale gevangenisdirectie. Dit wordt ook bevestigd door de directie in haar verweer. Bij gebreke aan een beslissing door of namens de directie, is de klacht in dit opzicht alvast niet-ontvankelijk.
Op de directie rust de plicht om zorg te dragen dat de detentie ten uitvoer wordt gelegd in psychosociale, fysieke en materiƫle omstandigheden die de waardigheid van de mens eerbiedigen. Met betrekking tot de toegang tot water tijdens de werkzaamheden aan de waterleiding, verklaart de directie in haar verweer dat er steeds water voorzien wordt voor alle gedetineerden. De klachtencommissie heeft geen redenen om deze verklaring in twijfel te trekken.
Aangezien de klachtencommissie op basis van de aangebrachte informatie van oordeel is dat de toegang tot water steeds gewaarborgd wordt, besluit zij dat er ook geen sprake is van een verzuim van de directie. De klacht is in dit opzicht dus ook kennelijk niet-ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht niet inhoudelijk beoordelen.